Ads Top

'Het systeem voor witwasbestrijding werkt niet goed'

‘Het systeem voor witwasbestrijding werk niet goed’, tot die conclusie komt Hans van der Vlist in zijn vorig jaar aan de Tweede Kamer uitgebrachte advies over de bestrijding van witwaspraktijken in Nederland. Van der Vlist is voormalig directeur van de FIOD (2011-2020) en is tegenwoordig adviseur van het Ministerie van Financiën.

Witwasbestrijding vraagt samenwerking tussen veel spelers – banken, accountants, politie, overheidsinstanties – vanuit een gezamenlijke strategie. Die gezamenlijke strategie is er niet. Daardoor ontbreekt de gecoördineerde samenwerking tussen instanties die nodig is voor succesvolle witwasbestrijding.

Prof. Dr. Daan van Knippenberg, hoogleraar ‘organizational behavior’ aan RICE University in Houston (VS) en wetenschappelijk directeur van The Better Company, onderzoekt op wetenschappelijke basis het belang van een heldere en breed gedeelde strategie voor het succes van organisaties.

De wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) heeft als uitgangspunt de bestrijding te richten op de grootste risico’s. Witwasbestrijding begint bij het in kaart brengen van criminele geldstromen. Belangrijke spelers bij de bestrijding van witwassen zijn daarom degenen die ongebruikelijke transacties moeten identificeren en melden zoals banken, accountants en notarissen, toezichthouders zoals de Nederlandse bank en de Autoriteit Financiële Markten, de Financial Intelligence Unit en financiële opsporingsdiensten zoals de FIOD en de Politie. Samenwerking tussen deze instanties is nodig, omdat het alleen door informatie-uitwisseling en samenwerking mogelijk is om bijvoorbeeld personen aan transacties te koppelen en patronen in transacties te herkennen. In praktijk blijkt deze informatie-uitwisseling en samenwerking echter moeilijk tot stand te komen.

Hiervoor zijn begrijpelijke oorzaken. Alle partijen hebben bijvoorbeeld een volle agenda met vele andere taken waardoor samenwerking in de witwasbestrijding kan voelen als “extra werk”. Ook wil men liever geen “vals alarm” slaan, wat kan leiden tot terughoudendheid in informatie-uitwisseling. Het meest fundamentele probleem is echter dat er geen heldere, gedeelde strategie is om de samenwerking vorm te geven. Hierdoor is het bijvoorbeeld onvoldoende duidelijk welke informatie belangrijk is om te delen met partners of wanneer met andere organisaties samengewerkt moet worden en inspanningen niet beperkt kunnen blijven tot de eigen organisatie. Dit is een patroon dat breed herkenbaar is in de realiteit van organisaties. Hoe helderder en concreter de strategische doelstellingen, hoe beter we in staat zijn te bepalen hoe die doelstellingen te realiseren en hoe beter we in staat zijn te monitoren in hoeverre we voortgang boeken en waar nodig onze inspanningen bij te sturen. Hoe minder duidelijk de doelstellingen, hoe minder duidelijk de strategie die nodig is om goed te presteren en hoe groter het risico dat we blijven steken in “ons best doen”.

Daarnaast geldt ook dat heldere doelstellingen aandacht en energie naar zich toetrekken. Als de strategie voor witwasbestrijding door samenwerking tussen instanties niet duidelijk is, gaat de aandacht en energie daardoor meer naar interne doelstellingen die wel helder en concreet zijn. Samenwerking komt dan in de knel omdat het wordt gezien als een aanvulling op het ‘echte’ (eigen) werk. De moeizame ontwikkeling van het multidisciplinaire interventieteam (MIT) sinds 2019, inmiddels omgedoopt tot nationale samenwerking tegen ondermijnende criminaliteit (NSOC), is een uitgelezen voorbeeld daarvan. Na drie jaar zijn er geen meetbare resultaten van deze inspanningen en ook geen zicht daarop in de nabije toekomst.

Ook is het zo dat bij afwezigheid van een heldere gedeelde strategie er meer fricties ontstaan tussen partners – over informatie die niet of niet tijdig gedeeld wordt, over slecht op elkaar afgestemde acties of het uitblijven van actie van een partner, etc. Tenslotte is het zo dat bij afwezigheid van een heldere gedeelde strategie er “gelegenheidssamenwerkingen” ontstaan die ten koste gaan van de efficiëntie en effectiviteit van de keten als geheel.

Succesvolle witwasbestrijding begint daarom bij een heldere, gedeelde strategie waaraan alle partners in de keten zich committeren. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, omdat het ingaat tegen onze neiging om te werken in silo’s. Ook vraagt het om heldere afspraken over wie waar sturing geeft, initiatief neemt, en waar nodig ingrijpt – om een rolverdeling die ingaat tegen onze neiging om alles gezamenlijk te willen beslissen. Zonder zo’n gezamenlijke strategie blijven we steken in de huidige problemen en blijft het potentieel van deze instanties om de witwasbestrijding effectief aan te pakken onbenut.

Het vele bewijs voor het belang voor organisaties van een gedeelde strategie waarin alle spelers zich committeren suggereert dat deze problematiek niet uniek is voor de witwasbestrijding, maar veel breder geldt voor onze overheidsinspanningen. Kijken we met deze ogen breder naar de wijze waarop wij in Nederland georganiseerd zijn, dan kunnen de problemen in de witwasbestrijding dan ook als een terugkerend patroon herkend worden.
De manier waarop we in Nederland georganiseerd zijn kenmerkt zich door veel spelers met veel overlegorganen, stuurgroepen, en adviesorganen voor  samenwerkingsverbanden, die hand in hand gaan met sterk verdeelde verantwoordelijkheden en onduidelijkheid over gezamenlijke doelstellingen. De nadruk op overleg en gezamenlijke besluitvorming heeft voordelen als het gaat om draagvlak, inspraak en bescherming tegen zigzagbeleid. In tijden van continuïteit en relatieve rust werkt zo’n systeem goed. Als er echter sprake is van schokken en de behoefte om snel en daadkrachtig te handelen worden de nadelen en de zwakten van zo’n systeem echter blootgelegd, omdat inherent aan zo’n systeem van overleg, vergaderen, en gezamenlijke besluitvorming is dat het veel tijd kost om effectieve patronen te ontwikkelen en veel tijd kost om op veranderingen in te spelen. Om in management termen te spreken, zo’n systeem is het omgekeerde van “agile”; het heeft de wendbaarheid van een olietanker. Hoe groter de noodzaak om snel op ontwikkelingen in te spelen, hoe groter de nadelen van zo’n systeem.

We leven nu in een tijd waarin er veel vraagstukken zijn die vragen om snel en daadkrachtig handelen. De voorbeelden komen dagelijks voorbij – corona, stikstof, klimaat, woningtekort, sanctiemaatregelen. Zo is het terugbrengen van stikstof nog niet gelukt ondanks grote druk en belangen. Maatregelen leveren minder op dan gedacht of stranden bij de rechter. Inmiddels zijn er velen miljarden beschikbaar gesteld in het het regeerakkoord. Nog dit jaar moeten voorstellen worden ontwikkeld en beoordeeld door de provincies. Er zijn 65 stuurgroepen, adviesgroepen, overlegstructuren betrokken bij het stikstofdossier. Realistisch gezien zijn we in een dergelijk besluitvormingsproces met zo veel verdeelde verantwoordelijkheid snel weer een jaar verder en is het zeer de vraag of er dan op korte termijn resultaten kunnen worden geboekt. Het is een voorbeeld van de manier waarop onze benadering van grotere maatschappelijke problemen niet past bij de urgentie en veranderlijkheid van die problemen.
Er is veel goeds te zeggen over de zorgvuldige en breed gedragen manier waarop we in Nederland beleid vormgeven en uitvoeren. We moeten echter onderkennen dat voor de meest urgente en verstorende problemen in de samenleving deze benadering tekort schiet. Simpel gezegd, de snelheid waarmee we actie kunnen ondernemen moet minstens zo hoog zijn als het tempo waarin problematiek zich ontwikkelt. Bijvoorbeeld, hoe langzamer we actie ondernemen om CO2-uitstoot te reduceren, hoe grote de maatregelen die nodig zijn; als we niet reageren in het tempo van de ontwikkelingen, blijven we achter de feiten aanlopen.

Heldere doelstellingen waaraan alle spelers zich committeren zijn geen wondermiddel, maar liggen wel aan de basis van een effectieve benadering van dergelijke problematiek. Zonder heldere doelstellingen zal de neiging om de huidige structuren en benaderingen in stand te houden altijd winnen. Vanuit heldere doelstellingen kunnen we de vraag beantwoorden wat er voor nodig is om die doelstellingen te bereiken en vaststellen waar de huidige structuren en benaderingen voldoen en waar ze te kort schieten.

Een diagnose van de problematiek geven en in abstracto schetsen waar de oplossing gezocht moet worden is wat anders dan het concreet voorstellen van die oplossing. De bedoeling van deze bijdrage is om betrokken partijen te stimuleren anders tegen grootschalige maatschappelijke problemen aan te kijken, minder vanuit huidige structuren te denken, en meer vanuit concrete doelstellingen te bepalen welke benadering effectief en flexibel genoeg is om voortgang te boeken in de aanpak van deze maatschappelijke problemen.
 

Geen opmerkingen:

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.

Mogelijk gemaakt door Blogger.