Nieuwe kredietregels leggen achteraf betalen aan banden
De Europese Consumer Credit Directive 2 (CCD2) zal de spelregels voor achteraf betalen ingrijpend veranderen. De nieuwe regelgeving, die 20 november 2026 ingaat, is bedoeld om consumenten beter te beschermen en sluit aan bij de opkomst van moderne betaalmethoden, zoals Buy Now, Pay Later (BNPL). Experts verwachten dat CCD2 een grote impact zal hebben op de ontwikkeling van digitale verkoopprocessen.
De richtlijn moet ervoor zorgen dat consumenten weloverwogen financiële keuzes kunnen maken en beter worden beschermd tegen overkreditering.
Juliet de Graaf, advocaat financiële toezichtregelgeving bij Osborne Clarke: “Voor webwinkels en aanbieders van betaaloplossingen betekent CCD2 dat zij kritisch moeten kijken naar hun processen, informatievoorziening en samenwerking met kredietaanbieders. In veel gevallen zullen strengere regels gelden voor de manier waarop kredietproducten worden aangeboden en hoe consumenten worden geïnformeerd over de financiële gevolgen van hun aankoop. Het staat hoog op de agenda bij de AFM.”
Elk krediet moet getoetst worden bij het BKR. De grens van €250 vervalt dan. Daarnaast moeten kredieten boven de 250 euro ook geregistreerd worden; mogelijk een vergunningplicht voor ondernemers die achteraf betalen aanbieden; strengere informatieplicht voor ondernemers; kredietwaardigheidstoets in meer situaties en meer toezicht door de AFM.
De aanleiding is duidelijk: steeds meer betalingen zijn achteraf, terwijl deze betaalvorm met de huidige regels bij uitgestelde betalingen korter dan drie maanden en zonder kosten vrijgesteld zijn. Denk aan het betalen van parkeren per app, het automatisch opwaarderen van een OV-kaart en het kopen van kleding via achteraf betalen (Buy Now, Pay Later). Volgens de Europese wetgever leidde dat tot een ongelijk speelveld en onvoldoende bescherming van consumenten.
Voor 90% van de mensen is achteraf betalen vooral puur gemak, voor slechts 10% is de reden dat zij de aankoop nog niet kunnen betalen. Dat blijkt uit onderzoek van Billink, dat achteraf betalen aan ruim 3 miljoen Nederlandse consumenten aanbiedt. Vrijwel iedere vorm van uitgestelde betaling zal onder de nieuwe regels als consumentenkrediet worden gezien.
Jorn van Klooster, oprichter en eigenaar van online kledingwinkel Loavies.com: “Zo’n 40% van onze klanten kiest nu voor achteraf betalen, puur omdat zij eerst de kleding willen passen voordat zij tot aankoop over gaan.” Hij is wel voorstander van het beschermen van de kwetsbare consument. “Maar ik wil ook niet dat mensen die kiezen voor het gemak bang worden gemaakt met een schuldregistratie door de aankoop van een leuke broek.”
Ook veel kleine, kortlopende kredieten vallen hieronder, zoals BNPL (Buy Now Pay Later) en diensten zoals parkeerapps.
In de Nederlandse implementatiewet vallen voortaan BNPL, creditcards, roodstanden, crowdfunding en lease- of huurovereenkomsten met een koopoptie of koopintentie onder de Wet op het financieel toezicht (Wtf). De richtlijn laat lidstaten ruimte voor eigen keuzes; Nederland kiest voor een strenge invulling.
De implementatie van CCD2 roept binnen de markt nieuwe vragen op. De richtlijn is bedoeld om consumenten te beschermen, maar strengere kredietwaardigheidstoetsen en verplichte BKR-registraties kunnen er ook toe leiden dat juist kwetsbare consumenten moeilijker toegang krijgen tot krediet.
Voor webshops zijn de gevolgen afhankelijk van hoe zij achteraf betalen aanbieden. Kleine en middelgrote ondernemingen die zelf kort uitstel van betaling aanbieden, kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van een uitzondering. Zij mogen geen rente of extra kosten rekenen en de betaling moet binnen een beperkte termijn plaatsvinden.
Platforms krijgen minder ruimte en mogen enkel uitgestelde betaling aanbieden als zij over een AFM vergunning beschikken voor kredietverleners, of als het achteraf betalen wordt aangeboden door een derde partij met een dergelijke AFM vergunning. Dat betekent ook dat er bij koop met uitgestelde betaling op een platform altijd sprake is van bijvoorbeeld een krediettoets. Voor externe kredietverstrekkers geldt dat zij aan de nieuwe regelgeving moeten voldoen. Zij moeten dus altijd, bij iedere betaling, nagaan of de consument wel een krediet aan mag gaan.
Ook voor webwinkels die samenwerken met aanbieders van achteraf betalen verandert er veel. Grote retailers die bemiddelen voor een externe kredietverstrekker vallen onder een registratiebeleid bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voor kleinere ondernemers heeft de Nederlandse wetgever juist een vrijstelling opgenomen om de administratieve lasten te beperken.
Niels de Peuter, oprichter en eigenaar van betaalprovider Billink: “Als de regelgeving wordt doorgevoerd zoals die nu wordt voorgesteld, kan dat grote gevolgen hebben voor de manier waarop achteraf betalen gebruikt wordt. Voor zowel de aanbieder, merchant als consument gaat de frictie toenemen en de veiligheid online afnemen.”
Vergunningen, registratieverplichtingen en aanvullende informatie-eisen brengen extra kosten met zich mee, die mogelijk worden doorberekend aan de webwinkel en daarna aan de consument. Het is de vraag of de consument de extra toetsing wil doorstaan en de webshop de extra kosten zal overwegen.
De discussie rondom CCD2 draait daarom niet alleen om consumentenbescherming, maar ook om de balans tussen verantwoord krediet verstrekken en betaalgemak. Voor ondernemers is één conclusie in ieder geval duidelijk: achteraf betalen wordt een gereguleerd financieel product en dat vraagt om een zorgvuldige juridische en operationele voorbereiding.
De richtlijn moet ervoor zorgen dat consumenten weloverwogen financiële keuzes kunnen maken en beter worden beschermd tegen overkreditering.
Juliet de Graaf, advocaat financiële toezichtregelgeving bij Osborne Clarke: “Voor webwinkels en aanbieders van betaaloplossingen betekent CCD2 dat zij kritisch moeten kijken naar hun processen, informatievoorziening en samenwerking met kredietaanbieders. In veel gevallen zullen strengere regels gelden voor de manier waarop kredietproducten worden aangeboden en hoe consumenten worden geïnformeerd over de financiële gevolgen van hun aankoop. Het staat hoog op de agenda bij de AFM.”
Elk krediet moet getoetst worden bij het BKR. De grens van €250 vervalt dan. Daarnaast moeten kredieten boven de 250 euro ook geregistreerd worden; mogelijk een vergunningplicht voor ondernemers die achteraf betalen aanbieden; strengere informatieplicht voor ondernemers; kredietwaardigheidstoets in meer situaties en meer toezicht door de AFM.
De aanleiding is duidelijk: steeds meer betalingen zijn achteraf, terwijl deze betaalvorm met de huidige regels bij uitgestelde betalingen korter dan drie maanden en zonder kosten vrijgesteld zijn. Denk aan het betalen van parkeren per app, het automatisch opwaarderen van een OV-kaart en het kopen van kleding via achteraf betalen (Buy Now, Pay Later). Volgens de Europese wetgever leidde dat tot een ongelijk speelveld en onvoldoende bescherming van consumenten.
Voor 90% van de mensen is achteraf betalen vooral puur gemak, voor slechts 10% is de reden dat zij de aankoop nog niet kunnen betalen. Dat blijkt uit onderzoek van Billink, dat achteraf betalen aan ruim 3 miljoen Nederlandse consumenten aanbiedt. Vrijwel iedere vorm van uitgestelde betaling zal onder de nieuwe regels als consumentenkrediet worden gezien.
Jorn van Klooster, oprichter en eigenaar van online kledingwinkel Loavies.com: “Zo’n 40% van onze klanten kiest nu voor achteraf betalen, puur omdat zij eerst de kleding willen passen voordat zij tot aankoop over gaan.” Hij is wel voorstander van het beschermen van de kwetsbare consument. “Maar ik wil ook niet dat mensen die kiezen voor het gemak bang worden gemaakt met een schuldregistratie door de aankoop van een leuke broek.”
Ook veel kleine, kortlopende kredieten vallen hieronder, zoals BNPL (Buy Now Pay Later) en diensten zoals parkeerapps.
In de Nederlandse implementatiewet vallen voortaan BNPL, creditcards, roodstanden, crowdfunding en lease- of huurovereenkomsten met een koopoptie of koopintentie onder de Wet op het financieel toezicht (Wtf). De richtlijn laat lidstaten ruimte voor eigen keuzes; Nederland kiest voor een strenge invulling.
De implementatie van CCD2 roept binnen de markt nieuwe vragen op. De richtlijn is bedoeld om consumenten te beschermen, maar strengere kredietwaardigheidstoetsen en verplichte BKR-registraties kunnen er ook toe leiden dat juist kwetsbare consumenten moeilijker toegang krijgen tot krediet.
Voor webshops zijn de gevolgen afhankelijk van hoe zij achteraf betalen aanbieden. Kleine en middelgrote ondernemingen die zelf kort uitstel van betaling aanbieden, kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van een uitzondering. Zij mogen geen rente of extra kosten rekenen en de betaling moet binnen een beperkte termijn plaatsvinden.
Platforms krijgen minder ruimte en mogen enkel uitgestelde betaling aanbieden als zij over een AFM vergunning beschikken voor kredietverleners, of als het achteraf betalen wordt aangeboden door een derde partij met een dergelijke AFM vergunning. Dat betekent ook dat er bij koop met uitgestelde betaling op een platform altijd sprake is van bijvoorbeeld een krediettoets. Voor externe kredietverstrekkers geldt dat zij aan de nieuwe regelgeving moeten voldoen. Zij moeten dus altijd, bij iedere betaling, nagaan of de consument wel een krediet aan mag gaan.
Ook voor webwinkels die samenwerken met aanbieders van achteraf betalen verandert er veel. Grote retailers die bemiddelen voor een externe kredietverstrekker vallen onder een registratiebeleid bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voor kleinere ondernemers heeft de Nederlandse wetgever juist een vrijstelling opgenomen om de administratieve lasten te beperken.
Niels de Peuter, oprichter en eigenaar van betaalprovider Billink: “Als de regelgeving wordt doorgevoerd zoals die nu wordt voorgesteld, kan dat grote gevolgen hebben voor de manier waarop achteraf betalen gebruikt wordt. Voor zowel de aanbieder, merchant als consument gaat de frictie toenemen en de veiligheid online afnemen.”
Vergunningen, registratieverplichtingen en aanvullende informatie-eisen brengen extra kosten met zich mee, die mogelijk worden doorberekend aan de webwinkel en daarna aan de consument. Het is de vraag of de consument de extra toetsing wil doorstaan en de webshop de extra kosten zal overwegen.
De discussie rondom CCD2 draait daarom niet alleen om consumentenbescherming, maar ook om de balans tussen verantwoord krediet verstrekken en betaalgemak. Voor ondernemers is één conclusie in ieder geval duidelijk: achteraf betalen wordt een gereguleerd financieel product en dat vraagt om een zorgvuldige juridische en operationele voorbereiding.

Geen opmerkingen:
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.