ECB verhoogt rente naar 2,25%: dit is waarom
De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogt de rente naar 2,25% om de inflatie onder controle te houden. Door de gestegen energieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten, blijft de inflatie voorlopig hoger dan gewenst. De renteverhoging dient om te voorkomen dat prijsstijgingen zich verder verspreiden.
De oorlog in het Midden-Oosten leidt tot hogere energieprijzen en jaagt daarmee de inflatie aan. De ECB verwacht in haar nieuwe raming dat de inflatie in het eurogebied dit jaar op 3% uitkomt, en daarna geleidelijk daalt tot 2% in 2028. Deze ramingen zijn gebaseerd op de huidige verwachting voor energieprijzen. Als de oorlog anders verloopt dan nu voorzien, kan de inflatie hoger of lager uitvallen.
Hogere energieprijzen werken op verschillende manieren door in de inflatie. Ten eerste direct: energie en brandstof maken deel uit van het consumptiemandje, waardoor prijsstijgingen meteen zichtbaar zijn voor huishoudens. Ten tweede indirect: hogere energieprijzen verhogen de kosten van productie en transport, die bedrijven (deels) kunnen doorberekenen in hun verkoopprijzen. Ten derde kunnen zogenoemde tweede-ronde-effecten optreden. Als werknemers verwachten dat de inflatie hoger blijft, kunnen zij hogere lonen eisen om hun koopkracht te behouden. Die hogere lonen kunnen vervolgens weer leiden tot verdere prijsstijgingen.
Tegelijkertijd zetten hogere energieprijzen de economie onder druk. Huishoudens houden minder geld over en bedrijven krijgen te maken met hogere kosten wat hun bereidheid om te investeren kan drukken. De economische groei zwakt daardoor af, zoals ook zichtbaar is in de Nederlandse cijfers van de vandaag gepresenteerde Voorjaarsraming 2026.
De ECB kan de energieprijzen niet direct beïnvloeden, maar de ECB is er wel verantwoordelijk voor dat inflatie tijdig en met voldoende zekerheid terugkeert naar 2%. De huidige inflatie is te hoog, en er is een risico dat deze te lang hoog blijft. Door de rente te verhogen, remt de ECB de economie iets af. Lenen wordt duurder en sparen aantrekkelijker. Daardoor geven huishoudens en bedrijven minder uit. Dit zorgt voor minder vraag in de economie en daardoor neemt de druk op de inflatie af. Het ingrijpen van de ECB dient ook om te voorkomen dat inflatieverwachtingen te ver oplopen. Dat is belangrijk bij het voorkomen van tweede-ronde effecten.
De oorlog in het Midden-Oosten houdt inmiddels al een aantal maanden aan. Het is duidelijk dat inflatie in elk geval dit jaar te hoog blijft, en dat energieprijzen beginnen door te werken in andere prijzen. Om verdere verbreding van de inflatie te voorkomen, is het daarom belangrijk om in te grijpen.
De huidige situatie verschilt wel van de energiecrisis in 2022. Gas- en energieprijzen liggen veel minder hoog. Ook de doorwerking van energieprijzen naar lonen en andere prijzen lijkt nu beperkter, onder meer door zwakkere economische groei, een minder krappe arbeidsmarkt, minder verstoringen in aanvoerketens en een sterkere euro. Tegelijk blijft de onzekerheid groot en wil de ECB voorkomen dat de inflatie opnieuw hardnekkig wordt. Dat is de reden om nu de rente te verhogen.
De oorlog in het Midden-Oosten leidt tot hogere energieprijzen en jaagt daarmee de inflatie aan. De ECB verwacht in haar nieuwe raming dat de inflatie in het eurogebied dit jaar op 3% uitkomt, en daarna geleidelijk daalt tot 2% in 2028. Deze ramingen zijn gebaseerd op de huidige verwachting voor energieprijzen. Als de oorlog anders verloopt dan nu voorzien, kan de inflatie hoger of lager uitvallen.
Hogere energieprijzen werken op verschillende manieren door in de inflatie. Ten eerste direct: energie en brandstof maken deel uit van het consumptiemandje, waardoor prijsstijgingen meteen zichtbaar zijn voor huishoudens. Ten tweede indirect: hogere energieprijzen verhogen de kosten van productie en transport, die bedrijven (deels) kunnen doorberekenen in hun verkoopprijzen. Ten derde kunnen zogenoemde tweede-ronde-effecten optreden. Als werknemers verwachten dat de inflatie hoger blijft, kunnen zij hogere lonen eisen om hun koopkracht te behouden. Die hogere lonen kunnen vervolgens weer leiden tot verdere prijsstijgingen.
Tegelijkertijd zetten hogere energieprijzen de economie onder druk. Huishoudens houden minder geld over en bedrijven krijgen te maken met hogere kosten wat hun bereidheid om te investeren kan drukken. De economische groei zwakt daardoor af, zoals ook zichtbaar is in de Nederlandse cijfers van de vandaag gepresenteerde Voorjaarsraming 2026.
De ECB kan de energieprijzen niet direct beïnvloeden, maar de ECB is er wel verantwoordelijk voor dat inflatie tijdig en met voldoende zekerheid terugkeert naar 2%. De huidige inflatie is te hoog, en er is een risico dat deze te lang hoog blijft. Door de rente te verhogen, remt de ECB de economie iets af. Lenen wordt duurder en sparen aantrekkelijker. Daardoor geven huishoudens en bedrijven minder uit. Dit zorgt voor minder vraag in de economie en daardoor neemt de druk op de inflatie af. Het ingrijpen van de ECB dient ook om te voorkomen dat inflatieverwachtingen te ver oplopen. Dat is belangrijk bij het voorkomen van tweede-ronde effecten.
De oorlog in het Midden-Oosten houdt inmiddels al een aantal maanden aan. Het is duidelijk dat inflatie in elk geval dit jaar te hoog blijft, en dat energieprijzen beginnen door te werken in andere prijzen. Om verdere verbreding van de inflatie te voorkomen, is het daarom belangrijk om in te grijpen.
De huidige situatie verschilt wel van de energiecrisis in 2022. Gas- en energieprijzen liggen veel minder hoog. Ook de doorwerking van energieprijzen naar lonen en andere prijzen lijkt nu beperkter, onder meer door zwakkere economische groei, een minder krappe arbeidsmarkt, minder verstoringen in aanvoerketens en een sterkere euro. Tegelijk blijft de onzekerheid groot en wil de ECB voorkomen dat de inflatie opnieuw hardnekkig wordt. Dat is de reden om nu de rente te verhogen.

Geen opmerkingen:
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.