maandag 15 juni 2026

Bij financiële problemen ervaart ruime meerderheid jongeren weinig begrip vanuit samenleving

Meer dan de helft van de jongeren (58%) heeft het gevoel dat er weinig begrip is voor leeftijdsgenoten met financiële problemen. Dat blijkt uit onderzoek van incasso- en gerechtsdeurwaardersorganisatie Flanderijn onder 1.200 jongeren. Dat gevoel van onbegrip kan meespelen in waarom jongeren die daadwerkelijk financiële problemen hebben hulp vermijden: een derde (33%) zoekt bij schulden namelijk helemaal geen hulp.

Eerst zelf oplossenEr spelen meerdere oorzaken mee in waarom jongeren niet aankloppen voor hulp bij financiële problemen. Zo heeft meer dan de helft (55%) het gevoel überhaupt geen hulp nodig te hebben. Bijna een derde (30%) wil eerst zelf aan de slag gaan met de betaalproblemen, voordat zij anderen inschakelen. Een nog iets kleinere groep, een kwart van de jongeren, geeft aan simpelweg geen hulp te willen vragen.

Familie en ouders als vangnetJongeren die wél aan de bel trekken, doen dat voornamelijk in eigen kring: 65 procent klopt aan bij familie of ouders. Opvallend is dat er weinig hulp gezocht wordt bij officiële instanties, die professionele hulp kunnen bieden. In totaal wendt slechts acht procent zich tot organisaties als de gemeente (3,6%), een budgetcoach (2,1%), een bewindvoerder (1,4%) en schuldhulpverleners (1,2%).

Michel van Leeuwen, gerechtsdeurwaarder en directievoorzitter bij Flanderijn: ‘‘Het is begrijpelijk dat jongeren als eerste bij hun ouders aankloppen als ze in aanraking komen met betaalproblemen. De vervolgvraag die we moeten stellen, is wat er gebeurt als die ouders zelf niet over de financiële vaardigheden beschikken om hierbij te helpen. Dan trekken jongeren aan de verkeerde bel en blijft het probleem bestaan of verergert het zelfs. We zien dat in de praktijk ook wel gebeuren. Ook is het niet verrassend dat jongeren nauwelijks de weg vinden naar officiële instanties. Als je je toch al niet begrepen voelt door de samenleving, is de drempel naar een gemeente of schuldhulpverlening enorm hoog. Het is daarom cruciaal dat we als samenleving het gesprek over schulden normaliseren in plaats van veroordelen. Actieve en laagdrempelige communicatie zijn hiervoor erg belangrijk."


vrijdag 12 juni 2026

ECB verhoogt rente naar 2,25%: dit is waarom

De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogt de rente naar 2,25% om de inflatie onder controle te houden. Door de gestegen energieprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten, blijft de inflatie voorlopig hoger dan gewenst. De renteverhoging dient om te voorkomen dat prijsstijgingen zich verder verspreiden.  

De oorlog in het Midden-Oosten leidt tot hogere energieprijzen en jaagt daarmee de inflatie aan. De ECB verwacht in haar nieuwe raming dat de inflatie in het eurogebied dit jaar op 3% uitkomt, en daarna geleidelijk daalt tot 2% in 2028. Deze ramingen zijn gebaseerd op de huidige verwachting voor energieprijzen. Als de oorlog anders verloopt dan nu voorzien, kan de inflatie hoger of lager uitvallen.

Hogere energieprijzen werken op verschillende manieren door in de inflatie. Ten eerste direct: energie en brandstof maken deel uit van het consumptiemandje, waardoor prijsstijgingen meteen zichtbaar zijn voor huishoudens. Ten tweede indirect: hogere energieprijzen verhogen de kosten van productie en transport, die bedrijven (deels) kunnen doorberekenen in hun verkoopprijzen. Ten derde kunnen zogenoemde tweede-ronde-effecten optreden. Als werknemers verwachten dat de inflatie hoger blijft, kunnen zij hogere lonen eisen om hun koopkracht te behouden. Die hogere lonen kunnen vervolgens weer leiden tot verdere prijsstijgingen.

Tegelijkertijd zetten hogere energieprijzen de economie onder druk. Huishoudens houden minder geld over en bedrijven krijgen te maken met hogere kosten wat hun bereidheid om te investeren kan drukken. De economische groei zwakt daardoor af, zoals ook zichtbaar is in de Nederlandse cijfers van de vandaag gepresenteerde Voorjaarsraming 2026.

De ECB kan de energieprijzen niet direct beïnvloeden, maar de ECB is er wel verantwoordelijk voor dat inflatie tijdig en met voldoende zekerheid terugkeert naar 2%. De huidige inflatie is te hoog, en er is een risico dat deze te lang hoog blijft. Door de rente te verhogen, remt de ECB de economie iets af. Lenen wordt duurder en sparen aantrekkelijker. Daardoor geven huishoudens en bedrijven minder uit. Dit zorgt voor minder vraag in de economie en daardoor neemt de druk op de inflatie af. Het ingrijpen van de ECB dient ook om te voorkomen dat inflatieverwachtingen te ver oplopen. Dat is belangrijk bij het voorkomen van tweede-ronde effecten.

De oorlog in het Midden-Oosten houdt inmiddels al een aantal maanden aan. Het is duidelijk dat inflatie in elk geval dit jaar te hoog blijft, en dat energieprijzen beginnen door te werken in andere prijzen. Om verdere verbreding van de inflatie te voorkomen, is het daarom belangrijk om in te grijpen.

De huidige situatie verschilt wel van de energiecrisis in 2022. Gas- en energieprijzen liggen veel minder hoog. Ook de doorwerking van energieprijzen naar lonen en andere prijzen lijkt nu beperkter, onder meer door zwakkere economische groei, een minder krappe arbeidsmarkt, minder verstoringen in aanvoerketens en een sterkere euro. Tegelijk blijft de onzekerheid groot en wil de ECB voorkomen dat de inflatie opnieuw hardnekkig wordt. Dat is de reden om nu de rente te verhogen.

Het biljet van 100 euro is terug. Maar hebben we het eigenlijk nodig?

Na twintig jaar afwezigheid kunnen sommige geldautomaten sinds kort op verzoek weer een biljet van 100 euro uitgeven. Geldmaat is een proef gestart bij een aantal automaten om te onderzoeken hoe groot de behoefte aan deze coupure is en welke klanten ervan gebruikmaken. De pilot duurt ongeveer zes maanden. Geldmaat en De Nederlandsche Bank verwachten dat de vraag naar grotere biljetten toeneemt door de inflatie.

Opmerkelijk genoeg hebben we het biljet van 100 euro in Nederland al bijna twintig jaar nauwelijks meer gezien. Op 12 september 2007 kopte de Volkskrant: ‘Winkeliers doen biljet van 100 euro in de ban’. In dat artikel werd ik geciteerd met de opmerking dat biljetten van 100 euro niet uit de geldautomaat kwamen omdat mensen er niet mee konden en wilden betalen. Bovendien was 100 euro toen nog een aanzienlijk bedrag.

Waarom het verdwijnen van het biljet nauwelijks een probleem was
De euro kent een zogenoemde coupurereeks: 1, 2, 5, 10, 20, 50, 100, 200 en 500 euro. Die reeks is vrijwel optimaal samengesteld. Met zo weinig mogelijk biljetten en munten kunnen consumenten en winkeliers zo efficiënt mogelijk transacties uitvoeren. Een efficiënte betaling is een betaling waarbij zo weinig mogelijk geld heen en weer gaat.

Neem een aankoop van 15 euro. Dat bedrag kan efficiënt worden betaald met een biljet van 20 euro en 5 euro wisselgeld terug, of met een biljet van 10 euro en een biljet van 5 euro. In beide gevallen zijn slechts twee handelingen nodig. Andere betaalwijzen vereisen meer transacties en zijn dus minder efficiënt.

Voor alle bedragen kan worden berekend hoe efficiënt betalingen verlopen wanneer een bepaalde coupure ontbreekt. In een studieOpent extern uit 2007 liet ik zien dat het ontbreken van de biljetten van 10 en 100 euro nauwelijks leidt tot extra inefficiëntie. Anders ligt dat voor de coupures van 20, 50 en 200 euro; die blijken veel belangrijker voor een soepel betalingsverkeer.

Om te onderzoeken of die theoretische uitkomsten ook in de praktijk standhouden, speelden studenten en collega's in een experimentOpent extern het Monopoly-spel met verschillende sets bankbiljetten. Ook daaruit bleek dat het ontbreken van de biljetten van 10 en 100 euro nauwelijks problemen oplevert, terwijl de coupures van 20, 50 en 200 euro veel moeilijker te missen zijn.

Na al die jaren maakt het biljet van 100 euro dus een bescheiden comeback. De verklaring lijkt eenvoudig: inflatie heeft ervoor gezorgd dat 100 euro tegenwoordig minder koopkracht vertegenwoordigt dan twintig jaar geleden.

Soms wordt echter gevreesd dat grotere coupures inflatie juist kunnen aanwakkeren. Die zorg lijkt ongegrond. Uit mijn onderzoekOpent extern naar de Granger-causaliteit tussen grotere bankbiljetten en inflatie, gebaseerd op veertig jaar gegevens uit 59 landen, blijkt dat de richting precies andersom loopt. Niet grotere biljetten veroorzaken inflatie; inflatie creëert de behoefte aan grotere biljetten. De terugkeer van het 100-eurobiljet is daarmee vooral een symptoom van veranderde economische omstandigheden, niet de oorzaak ervan.

donderdag 11 juni 2026

Helft Nederlanders niet in crypto door gebrek aan kennis

Maar liefst 62 procent van alle volwassen Nederlanders vindt cryptovaluta vooral iets voor insiders. Dit blijkt uit de Crypto Trust Index, een internationaal onderzoek van bunq onder 7.000 respondenten, waarvan 1.000 uit Nederland. Voor het overgrote gedeelte van hen is dit echter niet de hoofdreden om (nog) niet in crypto te investeren, in plaats daarvan noemen zij het gevoel risico te lopen (56 procent) en een gebrek aan kennis (52 procent) en vertrouwen (38 procent) als belangrijkste barrières.

Ondanks het gesloten karakter, zien veel respondenten wel de toegevoegde waarde van crypto, zo stelt maar liefst 58 procent van hen dat het door de huidige economische situatie belangrijker is geworden om ook naar alternatieve investeringen (zoals crypto) te kijken. Opvallend genoeg haalt één op de acht respondenten zijn informatie over crypto op dit moment van social media.

Uit het onderzoek blijkt dat maar liefst 53 procent van alle Nederlanders zich zorgen maakt over hun huidige financiële situatie, 54 procent is weleens ongerust over hun financiën in vijf jaar tijd. Niet minder dan twee op de drie Nederlandse ondervraagden zegt daarom op dit moment actief te investeren in hun toekomst. Dertig procent van hen doet dit ten minste één keer per week, 47 procent maandelijks en twaalf procent één keer per kwartaal. Opvallend genoeg heeft bijna drie op de vijf Nederlandse respondenten nog niet geïnvesteerd in crypto; zeker omdat een meerderheid van hen het volgens het onderzoek direct koppelt aan het bereiken van financiële vrijheid.

Ondanks dat bijna de helft van alle Nederlandse ondervraagden cryptovaluta niet begrijpt, heeft achttien procent van hen uit nieuwsgierigheid er weleens in geïnvesteerd. Een vijfde van de respondenten is daarnaast serieus geïnteresseerd in crypto, maar investeert nog niet. Mochten ze toch beginnen met crypto, dan zou 42 procent dit het liefst via hun bank doen. Bijna een kwart van alle Nederlanders heeft het meeste vertrouwen in crypto-exchanges.

woensdag 10 juni 2026

TradeStation breidt uit naar Europa en biedt particuliere en institutionele beleggers de volledige Amerikaanse handelservaring (i.m.)

TradeStation Group, Inc. (“TradeStation”) heeft vandaag de lancering van TradeStation Europe B.V. (“TradeStation Europe”) aangekondigd. Met de lancering creëert TradeStation, onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in Nederland, een volledig erkende MiFID-beleggingsonderneming in de Europese Unie.

TradeStation Europe markeert een belangrijke stap in de strategie van TradeStation om geavanceerde analyse- en handelsinstrumenten, conciërgediensten en beleggingsoplossingen naar een breder internationaal publiek te brengen.

Vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam biedt TradeStation Europe zijn diensten aan in de 30 landen in de Europese Economische Ruimte (EER). Na de lancering kunnen Europese particuliere en institutionele beleggers gebruikmaken van hetzelfde uitgebreide productaanbod en de handelsinfrastructuur die de dochteronderneming van TradeStation, TradeStation Securities, Inc., al decennialang in de VS aanbiedt.
“Handelaren over de hele wereld zijn al lange tijd aangewezen op meerdere losse diensten om toegang te krijgen tot de Amerikaanse markten en die complexiteit is een belemmering die we willen wegnemen,” zegt John Bartleman, CEO van TradeStation Group, Inc. “Naarmate de markten steeds internationaler worden, verwachten beleggers naadloze toegang tot mogelijkheden, ongeacht waar ze zich bevinden. TradeStation Europe is een belangrijke stap in de opbouw van dat wereldwijde handelsecosysteem. We brengen geavanceerde technologie, diepe liquiditeit en sterke lokale regelgevingsexpertise samen om handelaren overal ter wereld te ondersteunen."

“De lancering van TradeStation Europe vergroot daarnaast onze aanwezigheid en vestigt tegelijkertijd een langetermijnpositie in een markt waar de vraag naar geavanceerde handelsdiensten blijft groeien,” zegt Peter Comstock, President van TradeStation Europe. “We combineren meer dan vier decennia TradeStation-infrastructuur met lokale expertise, ondersteuning en regelgevingstoezicht om actieve handelaren en institutionele klanten in Europa een soepele ervaring te bieden.”
TradeStation Europe biedt klanten toegang tot:
Amerikaanse aandelen-, opties-, futures- en futuresoptiemarkten via dezelfde platformen die al decennialang het vertrouwen van Amerikaanse beleggers hebben.
Geavanceerde handelstechnologieën en marktbereik, zoals realtime marktdata, grafieken en analyses.
Een betrouwbare en gereguleerde Europese handelservaring met lokale ondersteuning en maatwerk, compliance en meertalige teams.
Efficiënte mogelijkheden voor het financieren van accounts, inclusief gestroomlijnde stortings- en opnameprocedures die zijn afgestemd op de behoeften van Europese klanten.
 

“We feliciteren TradeStation Europe met hun lancering, die de lokale toegang tot futures- en optiehandelingsmogelijkheden zal vergroten,” zegt Serge Marston, Hoofd EMEA van CME Group. “In een tijd van grote onzekerheid zien we een toenemende activiteit op de grondstoffen- en financiële markten doordat handelaren hun risico’s willen beheersen en portefeuilles diversifiëren.”1

 Deze uitbreiding bouwt voort op het bredere momentum van TradeStation op het gebied van platforminnovatie, waaronder de lancering van TITAN X. Dit next-generation handelsplatform biedt aanpasbare werkomgevingen, geavanceerde multi-asset mogelijkheden en flexibele API-integraties die aangepaste workflows en connectiviteit met externe partijen ondersteunen. Ook introduceerde TradeStation een Model Context Protocol (MCP)-verbinding waarmee handelaren AI-assistenten rechtstreeks kunnen koppelen aan hun accounts voor meer conversationele en geautomatiseerde interacties met marktdata en handelsworkflows.2

Ga voor meer informatie naar TradeStation Europe.
 
1 CME Group is niet gelieerd aan TradeStation. TradeStation en zijn bedrijven onderschrijven geen inhoud van derden. De standpunten of meningen van CME Group vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de standpunten of meningen van TradeStation en zijn bedrijven.
2 Gebruikers worden eraan herinnerd dat alle vormen van handel risico’s met zich meebrengt en dat AI-tools zorgvuldig en op eigen oordeel en risico gebruikt dienen te worden. Het gebruik van AI brengt aanvullende risico's met zich mee, waaronder, maar niet beperkt tot, het risico dat AI-platforms gebruikers informatie verstrekken die onjuist of niet in hun belang is, en dat AI-platforms handelingen uitvoeren in gebruikersaccounts die niet in het belang zijn van gebruikers of die zij niet beoogd hebben. TradeStation is niet gelieerd aan Anthropic, PBC of enige andere AI-aanbieder en biedt geen ondersteuning voor de functionaliteit van AI-platforms.

ING introduceert nieuwe pakketten voor particuliere klanten in Nederland

Vandaag introduceert ING vier nieuwe pakketten voor particuliere klanten in Nederland: ING Go, ING More, ING Extra en ING Max. Met deze pakketten biedt ING klanten meer keuze in hoe zij hun dagelijkse bankzaken willen organiseren, afgestemd op hun situatie en behoeften. 

De pakketten combineren dagelijkse bankdiensten met extra functies en voordelen in één geïntegreerd aanbod. Bankieren blijft voor iedereen toegankelijk en betaalbaar.

De nieuwe opzet sluit beter aan op hoe klanten willen bankieren. Waar de ene klant vooral eenvoudig en digitaal bankieren wil, kiest een andere voor extra producten, service of extra voordelen. Klanten hechten ook steeds meer waarde aan eenvoud, transparantie en de flexibiliteit om diensten aan te passen aan hun levenssituatie. Door diensten te bundelen in duidelijke pakketten wordt het inzichtelijk wat klanten krijgen en wat ze daarvoor betalen. 

Ieder pakket omvat dagelijkse bankzaken. De beschikbaarheid van extra functies en voordelen die klanten anders afzonderlijk zouden moeten regelen zoals creditcards, extra rente op spaargeld, korting op beleggen, verzekeringsdekking en aanvullende partnerdiensten zoals streamingdiensten en toegang tot luchthavenlounges, verschilt per pakket. De pakketprijzen variëren van 4 tot 44,99 euro per maand, afhankelijk van het gekozen pakket. 

Later dit jaar introduceert ING een eSIM reisdatabundel in haar pakketten, waarmee klanten wereldwijd zorgeloos internet hebben en voordelig extra data via ING kunnen activeren.  

Klanten kunnen hun huidige pakket ongewijzigd blijven gebruiken, met dezelfde toegang tot hun vertrouwde bankzaken. Wel zijn de pakketnamen aangepast, maar niet de prijzen. Het OranjePakket wordt ING Go en het OranjePakket Extra wordt ING More. Klanten kunnen geen OranjePakket met korting meer afsluiten, maar klanten die dit pakket al hebben, kunnen het gewoon blijven gebruiken. 

De nieuwe pakketten ING Max en ING Extra zijn gericht op klanten die behoefte hebben aan aanvullende diensten, voordelen of extra gemak. Klanten kunnen op ieder moment eenvoudig overstappen naar een ander pakket, afhankelijk van hun wensen of veranderingen in hun situatie.

Met de introductie van de nieuwe pakketten breidt ING zijn aanbod uit met meer keuzemogelijkheden, voortbouwend op de sterke basis in het makkelijk en op een overzichtelijke manier regelen van je dagelijkse bankzaken. 


De pakketten in meer detail: 
ING Go (voormalig OranjePakket): essentieel voor dagelijkse bankzaken
ING Go omvat de kerndiensten voor dagelijks bankzaken: een betaalrekening, een betaalpas, standaardbetalingen en geldopnames in het eurogebied. 
Kosten: €4,- per maand. 

ING More (voormalig OranjePakket Extra): dagelijkse bankzaken uitgebreid 
Bouwt voort op ING Go en biedt meer betaalgemak en zekerheid. Een creditcard en kosten van een tweede rekeninghouder zitten erbij inbegrepen. Net als hulp bij cyberincidenten en identiteitsfraude. 
Kosten: €7,- per maand. 

ING Extra: voor wie meer wil
Speciaal voor klanten die meer willen dan wat ING More al biedt. Dit pakket kent namelijk 0,5% extra rente per jaar op je spaargeld op de Oranje Spaarrekening tot 10.000, Creditcard Extra zonder koersopslag tot 1000,- per maand en Amazon Prime.
Kosten: €15,99 per maand. 

ING Max: voor maximaal comfort en gemoedsrust
ING Max biedt maximaal gemak en voordeel. Denk aan 1% extra rente per jaar op het spaargeld op de Oranje Spaarrekening tot 10.000. Maar ook complete reisbescherming, creditcard zonder koersopslag en airport lounge toegang en Disney+ Standaard. 
Kosten: €44,99 per maand. 

dinsdag 9 juni 2026

Bunq krijgt boete voor te late reactie op fraudeklachten

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft bunq B.V. op 2 juni 2026 een bestuurlijke boete van 170.000 euro opgelegd vanwege het niet tijdig reageren op zeven klachten van klanten die slachtoffer waren van online fraude. Klanten die een klacht indienden, kregen pas na meerdere weken na het verlopen van de termijn een terugkoppeling van bunq, zo stelde de AFM vast na onderzoek. Al die tijd verkeerden deze klanten in onzekerheid.    

Betalingsdiensten zijn essentieel in het dagelijks bestaan. Snelle afhandeling van klachten over die betalingsdiensten is een belangrijk onderdeel van consumentenbescherming. Betaaldienstverleners, zoals bunq, zijn daarom verplicht om binnen vijftien werkdagen na ontvangst van een klacht een inhoudelijke reactie te geven op alle in de klacht genoemde punten. In de periode van 10 november 2023 tot 12 december 2023 en tussen 23 april 2024 en in ieder geval 1 augustus 2024, heeft bunq in zeven gevallen echter niet inhoudelijk gereageerd binnen de wettelijk vereiste termijn.

De AFM heeft onderzoek gedaan naar de klachtafhandeling door bunq bij klanten die slachtoffer zijn geworden van online fraude. Deze klanten waren soms wel tienduizenden euro’s kwijt en zochten contact met bunq. Dat contact verliep moeizaam en klanten voelden zich genoodzaakt een klacht in te dienen bij bunq. Vervolgens moesten zij ook na het indienen van een klacht weken wachten op een reactie. Deze gedragingen sluiten niet aan bij de dienstverlening die een klant van bunq mocht verwachten.      

De wet geeft klanten die slachtoffer worden van online fraude soms recht op compensatie. Bunq heeft toegelicht dat de klanten in dit onderzoek daar geen recht op hadden. Bunq heeft de betrokken klanten toch volledig of grotendeels gecompenseerd. Dat neemt de onzekerheid van klanten in de overtredingsperiode niet weg, maar dat laat wel zien dat bunq uiteindelijk in het belang van de klanten heeft gehandeld.

De handelwijze van bunq bij de compensatie van klanten is voor de AFM aanleiding om de boete te verlagen. Voor de vastgestelde overtreding geldt een basisboetebedrag van 500.000 euro. De AFM heeft het boetebedrag verlaagd tot € 200.000. Daarnaast is, in verband met de gekozen vereenvoudigde afdoening, een aanvullende verlaging van 15 procent toegepast, waardoor de boete uitkomt op 170.000 euro. Met de vereenvoudigde afdoening is de zaak met dit besluit afgesloten.

Kifid: geen vergoeding als je betalingen zelf doet op verzoek van zogenaamde bankmedewerker

Een bank is in beginsel niet verplicht schade als gevolg van bankhelpdeskfraude te vergoeden als consumenten zich door een zogenaamde bankmedewerker laten overhalen zelf geld over te boeken. In dat geval is de betaling met instemming van de consument gedaan op de manier zoals in de overeenkomst met de bank is afgesproken. Dit betekent dat de bank voor deze zogenoemde ‘toegestane betalingen’ niet steeds aansprakelijk is voor geleden schade. Zo blijkt uit een vandaag gepubliceerde uitspraak van de Commissie van Beroep (CvB 2026-0026) van Kifid, die hiermee de eerder gedane uitspraak van de Geschillencommissie (GC 2025-0912) bevestigt.

In zowel deze uitspraak van de Commissie van Beroep als in de uitspraak van de Geschillencommissie is nadrukkelijk aandacht voor het verschil dat de wet maakt tussen ‘toegestane betalingen’ en ‘niet-toegestane betalingen’. In deze zaak gaat het over toegestane betalingen en toetst de Commissie van Beroep aan de wetsartikelen en regels die daarvoor gelden. Voor ‘niet-toegestane betalingen’, waarvan sprake is in de eerdere uitspraak CvB 2026-0022, is het toetsingskader anders. Dit brengt met zich mee dat het oordeel in het geval van bankhelpdeskfraude en ‘toegestane betalingen’ anders zal zijn dan in het geval het gaat om bankhelpdeskfraude en ‘niet-toegestane betalingen’.

Het gaat in deze beroepsprocedure over twee consumenten die slachtoffer zijn geworden van bankhelpdeskfraude en daardoor 59.000 euro hebben verloren. In een telefoongesprek met een zogenaamde bankmedewerker hebben zij zich laten overhalen om Quickview te installeren, waarmee de fraudeur kon meekijken in hun internetbankierenomgeving bij SNS. Vervolgens hebben zij zelf hun daglimiet verhoogd en hebben zij zelf met hun Digipas en persoonlijke beveiligingscodes drie overboekingen gedaan vanaf hun eigen rekening naar een rekening van een derde bij een andere bank. Deze betalingen zijn daarmee aan te merken als ‘toegestane betalingen’.

Betalingen gedaan op de gebruikelijke manier en met instemming van de rekeninghouder moet een betaaldienstverlener uitvoeren. De bank als betaaldienstverlener hoeft de bedragen die de consumenten hebben overgemaakt niet terug te betalen, tenzij de bank haar zorgplicht heeft geschonden.

Van een bank kan worden verlangd dat zij zich redelijkerwijs inspant om fraude en misbruik van het betalingsverkeer te voorkomen. Uitgangspunt is dat de bank als betaaldienstverlener een betaalopdracht niet hoeft te controleren, tenzij de bank zich bewust is van fraude of serieuze aanwijzingen heeft voor fraude. In deze zaak waren er voor de bank onvoldoende aanwijzingen van fraude. Nadat de bank de eerste betaling van een depositorekening van consumenten voor nader onderzoek had tegengehouden, hebben de consumenten met de bank gebeld en - op aangeven van de fraudeur - gezegd dat de betaling nodig was voor de aanschaf van een camper. De door de consumenten gegeven betaalopdrachten konden passen bij de aanschaf van een camper en zijn ook niet zodanig ongebruikelijk dat de bank hieruit had moeten begrijpen dat mogelijk sprake was van fraude, concludeert de Commissie van Beroep. De bank heeft haar zorgplicht niet geschonden.

De consumenten hebben de bank verzocht om hun schade te vergoeden op grond van de coulanceregeling voor bankhelpdeskfraude. De bank heeft dit afgewezen omdat niet voldaan is aan de voorwaarden van deze coulanceregeling. Daarvoor is van belang dat de overboeking niet naar een zogenaamde kluisrekening was gedaan, maar naar een rekening van een derde bij een andere bank. Een vergoeding uit coulance is niet juridisch afdwingbaar en dit besluit van de bank is naar redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar, zo blijkt uit de uitspraak.

maandag 8 juni 2026

Banken en betaalinstellingen actief tegen betaalfraude

Betaalfraude neemt toe en dat vraagt van verschillende partijen dat zij bijdragen aan de bestrijding ervan. Financiële instellingen vervullen daarbij – naast bijvoorbeeld ook sociale media platformen - een belangrijke rol. Banken en betaalinstellingen blijken vaak in te grijpen, meldt DNB. Het valt op dat fraudebeheersing bij de verschillende onderzochte organisaties in sterke mate operationeel is ingericht: ze verwerken en beoordelen signalen en geven daar opvolging aan. Veel van de keuzes in de fraudebestrijding worden nu in de uitvoering gemaakt, in plaats van dat instellingen heldere, goed onderbouwde doelen formuleren en daarop sturen. Bij één instelling die dat wel doet, dragen de strategische doelstellingen en sturing daarop bij aan het terugdringen van fraude.

Bij fraude in het betalingsverkeer wordt een klant slachtoffer van fraude. Vaak begint de fraude al eerder, bijvoorbeeld doordat iemand wordt misleid, en wordt het zichtbaar wanneer er geld wordt overgemaakt. Denk aan WhatsApp-fraude, bankhelpdeskfraude, investeringsfraude of datingfraude. Verder kan ook de klant van de bank een fraudeur zijn: geld komt dan bijvoorbeeld binnen op een rekening van een ‘katvanger’ of ‘geldezel’, en wordt vervolgens snel doorgestuurd. Omdat betaler en ontvanger een andere rol hebben, vraagt opsporing en opvolging in de praktijk ook om een andere aanpak.

Banken en betaalinstellingen spelen beide een belangrijke rol bij fraude en nemen tal van maatregelen om fraude te voorkomen. Banken proberen fraude te voorkomen door frauduleuze transacties te detecteren. Vervolgens bepalen fraude-analisten of de transacties uitgevoerd moeten worden. Ook beschermen banken hun klanten door standaard daglimieten en een wachttijd van vier uur bij een aanpassing van die limieten in te stellen, door te waarschuwen bij risicovolle betalingen en met grootschalige reclamecampagnes. Daarnaast nemen banken maatregelen om te voorkomen dat zij hun diensten aanbieden aan een fraudeur, zoals een katvanger.

De nieuwe Europese wetgeving voor betaaldiensten (PSR/PSD3) zorgt dat de banken dan verplicht worden om onder voorwaarden schade door bankhelpdeskfraude aan consumenten te vergoeden.

Betaalinstellingen hebben een andere rol in het betalingsverkeer en daarom ook bij het bestrijden van fraude. Zij zorgen er bijvoorbeeld voor dat klanten betalingen kunnen doen in de winkel en bij webshops. Wie een betaling betwist, kan in sommige gevallen geld terugkrijgen, zoals bij creditcardbetalingen; maar in andere gevallen niet. Ook betaalinstellingen nemen maatregelen om te voorkomen dat zij betalingen aan malafide webshops en andere fraudeurs faciliteren. Zo doen zij klantonderzoek, monitoren zij terugbetalingsverzoeken en nemen ze actie bij frauderisico’s.

vrijdag 5 juni 2026

Verschillen tussen spaarrentes in Nederland lopen op

De verschillen tussen spaarrentes worden groter. Dat stelt financiële vergelijkingssite Geld.nl op basis van data over de spaarrenteontwikkeling. “Wij zien het verschil tussen de gemiddelde spaarrente en de hoogste spaarrente sinds zes maanden sterk oplopen. Op dit moment ligt de gemiddelde rente op 1,70%, terwijl de hoogste rente 3,00% is. Het verschil tussen de laagste en hoogste spaarrente is zelfs een volle 2,00%. Dat is een fors verschil en heeft puur te maken met de bank waar je je spaargeld onderbrengt,” aldus Sieto de Vries, spaarexpert bij Geld.nl.

Geld.nl monitort dagelijks de spaarrentes van meer dan zeventig banken in Nederland en de rest van Europa. Hierbij volgt de financiële vergelijker ook de ontwikkeling van de gemiddelde en de hoogste spaarrente. De gemiddelde spaarrente lag een half jaar geleden nog op 1,62%. Deze is nu opgelopen naar 1,70%. De hoogste spaarrente lag een half jaar geleden nog op 2,10%, nu biedt Trade Republic rente van 3,00%.

“In de afgelopen zes maanden heeft de hoogste rente een aantal flinke sprongen gemaakt. Maar de gemiddelde spaarrente laat zien, dat de meeste banken nog steeds een veel lagere spaarrente bieden,” legt De Vries uit. “Het verschil tussen banken wordt dus groter.”

Kijkend naar het spaarrente overzicht, valt op dat de top vijf hoogste spaarrentes binnen Europa twee Nederlandse banken bevat. Dit zijn beide kleinere banken. Onder de banken met de laagste spaarrentes bevinden zich opvallend veel grotere Nederlandse spelers.

“De grotere Nederlandse banken beschikken over heel veel spaargeld. Dit komt doordat de meeste consumenten sparen bij hun huisbank. Zij doen zichzelf hiermee dus steeds meer tekort,” vertelt De Vries. “Want veel banken zijn op zoek naar meer spaargeld en zij zijn bereid om hiervoor wat water bij de wijn te doen qua winst. Zoals de kleinere Nederlandse banken en buitenlandse banken uit landen met een andere spaarcultuur.”

De data van de spaarrentes over het afgelopen half jaar, laten zien dat spaarrentes vergelijken steeds slimmer wordt. Waarom spaart het merendeel van de Nederlandse consumenten dan nog steeds bij hun huisbank? “De belangrijkste reden is de angst voor sparen bij een onbekende bank,” laat De Vries weten. “Maar alle banken binnen Europa vallen onder dezelfde regels van het depositogarantiestelsel. Daarmee is spaargeld overal binnen Europa tot een bedrag van € 100.000 per persoon per bank beschermd.

Ook binnen het spaardeposito met een looptijd van één jaar loopt het verschil in rente tussen de verschillende aanbieders op. Afgelopen maart was het verschil tussen de gemiddelde rente en hoogste renten nog 0,6%. Nu, drie maanden later, is het verschil opgelopen tot 0,85%. De hoogste rente op een deposito van één jaar ligt nu op 3,00%, de gemiddelde rente op 2,15%.

“We zien de rente op deposito’s op bijna alle looptijden nu oplopen”, legt De Vries uit. “Ook hier gaan vooral de buitenlandse banken de strijd om het spaargeld aan. Verder zien we banken al inspelen op een mogelijke renteverhoging van de Europese Centrale Bank later dit jaar. Nederlandse spaarders profiteren daar nu van.”

Lloyds Bank introduceert rentekorting voor energiezuinige woningen

Lloyds Bank Nederland introduceert een energielabelkorting voor woningen met energielabel A of hoger. Klanten ontvangen 0,05% korting op de vaste hypotheekrente. De bank wil hiermee het verduurzamen van woningen verder stimuleren en speelt in op de toenemende vraag van klanten en adviseurs naar rentekortingen voor energiezuinige woningen. 

Waar energiezuinigheid voorheen vooral werd benaderd vanuit duurzaamheid, speelt het steeds nadrukkelijker een rol in de financiële haalbaarheid van wonen. Lagere energielasten en betere energieprestaties beïnvloeden in toenemende mate de uiteindelijke woningkeuze.

“We zien in de praktijk dat energieprestaties steeds vaker onderdeel zijn van het gesprek tussen adviseur en klant,” zegt Tom Starink, Head of Marketing & Business Development van Lloyds Bank Nederland. “In veel gevallen vanwege duurzaamheid en de toekomstbestendigheid van woningen, maar ook omdat het direct doorwerkt in de betaalbaarheid van wonen. Met deze stap willen we mensen helpen om duurzame keuzes te maken en laten we het effect daarvan direct terugkomen in de hypotheekrente.”
 
Volgens Lloyds Bank komt de vraag naar het meenemen van energieprestaties in hypotheekadvies steeds nadrukkelijker vanuit de adviespraktijk zelf. Hypotheekadviseurs zien dat klanten vaker behoefte hebben aan inzicht in de relatie tussen energielabel, maandlasten en financieringsruimte, en zoeken naar concrete handvatten om dit in hun advies mee te nemen. Met de energielabelkorting geeft Lloyds invulling aan die behoefte. De regeling maakt het mogelijk om energieprestaties direct te vertalen naar een financieel voordeel binnen het adviesgesprek, zonder dat dit leidt tot extra administratieve stappen. De korting wordt automatisch toegepast op basis van het bij de RVO geregistreerde energielabel.
 
De korting geldt voor zowel nieuwe als bestaande klanten. Voor bestaande klanten wordt deze toegepast bij de eerstvolgende renteherziening, mits de woning op dat moment beschikt over een geregistreerd energielabel A of hoger. 
 

donderdag 4 juni 2026

Wakibi: in 2025 bijna 3 miljoen euro uitgeleend aan 55.447 ondernemers

Meer dan 55.000 ondernemers over de hele wereld kregen in 2025 voor bijna 3 miljoen euro aan kleine leningen via het Nederlandse microkredietplatform Wakibi. Dat is een flinke groei (+17%) vergeleken met het voorgaande jaar. Sinds de start van Wakibi in 2011 is in totaal ruim 14 miljoen euro uitgeleend aan tienduizenden ondernemers in economisch kwetsbare gebieden. Zij konden daarmee werken aan betere leefomstandigheden en financiële zelfstandigheid.

Dat blijkt uit de impactrapportage van Wakibi over 2025. “Heel mooi dat we ons jubileumjaar 2026 zijn ingegaan met voortzetting van de groei”, zegt Marije Roozendaal, directeur marketing & communicatie van Wakibi. “We presenteren later dit jaar een nieuwe merkstrategie en uitstraling. "Daarmee willen we nog meer mensen in Nederland en België in beweging brengen om ondernemende mensen wereldwijd vooruit te helpen met een kleine lening.”

Via Wakibi zijn op dit moment zo’n 4.000 particulieren en 25 bedrijven en organisaties actief als uitlener. Omdat het terugbetalingspercentage bijzonder hoog is (98,3%) kan met relatief beperkte bedragen veel bereikt worden. Elke terugbetaalde euro kan immers opnieuw worden uitgeleend aan een andere ondernemer of groepen ondernemers. In 15 jaar is via Wakibi voor ruim 14 miljoen euro aan leningen verstrekt, maar de initiële inleg bedroeg 4,2 miljoen euro. “Dus elke ingelegde euro is inmiddels meer dan drie keer uitgeleend. Met hetzelfde geld help je dus steeds nieuwe ondernemers vooruit”, aldus Marije Roozendaal. “We hebben de gestage groei de afgelopen jaren vooral bereikt door onze uitleners te stimuleren het terugbetaalde geld opnieuw uit te lenen. De komende tijd willen we het aantal nieuwe uitleners sterker laten groeien.”

Een speerpunt in de activiteiten van Wakibi is het Women Empowerment Fonds, waaruit speciaal vrouwelijke ondernemers leningen ontvangen. Vrouwen hebben nog minder dan mannen toegang tot de officiële kapitaalmarkt in werelddelen als Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Uit recent internationaal onderzoek is bovendien gebleken dat zij extra gemotiveerd zijn om te werken aan financiële onafhankelijkheid en dat zij vaker in groepen samenwerken om elkaar te ondersteunen en te inspireren. Dit fonds groeide met 50% in een jaar naar een totaal uitgeleend bedrag van 1,4 miljoen euro.

Wakibi werkt nauw samen met de Amerikaanse organisatie Kiva. Die beschikt over een wereldwijd netwerk van betrouwbare, lokale partijen in meer dan 80 landen. Deze lokale partners nemen de aanvragen voor de leningen in behandeling en bieden ook advies en begeleiding aan de leners.

Binnen Wakibi zijn zo’n 70 vrijwilligers actief, waardoor de organisatiekosten beperkt blijven. Er is een beperkte personeelslast voor het management (1,2 fte) om de continuïteit van de organisatie te waarborgen; de kosten hiervan worden gedekt uit donaties. Op die manier komt 100% van het uitgeleende geld ook bij de ondernemers terecht. Uitleners kunnen op de website van Wakibi zelf kiezen aan welke ondernemer ze geld uitlenen. Marije Roozendaal: “Die persoonlijke verbinding spreekt veel mensen aan. We hebben daarom ook een hoog waarderingscijfer (4,8 uit 5) op bijvoorbeeld Trustpilot.”

'Inflatie op 3,5%: goud beweegt pas als het pijn doet'

De recente inflatiecijfers van het CBS onderstrepen opnieuw dat geld op termijn aan koopkracht verliest. Goud wordt vaak genoemd als bescherming tegen inflatie, maar het is belangrijk om dat genuanceerd te bekijken. Historisch zien we dat goud inflatie niet één op één volgt, maar er vaak met vertraging op reageert. Daarom is het bij het kijken naar de goudprijs belangrijk om anticyclisch te denken.

In de jaren ’70 schoot de goudprijs echt omhoog nadat de inflatie al stevig was opgelopen. Ook recent zagen we dat patroon. Tijdens de piek in 2022, nadat de inflatie opliep door Coronaschulden, bleef goud relatief vlak door de snel stijgende rente. Maar in de jaren daarna bereikte de prijs recordniveaus.

Dit jaar laat goud opnieuw een gestage stijging zien, met circa 5% sinds januari. Dat bevestigt dat goud op de lange termijn zijn waarde behoudt, maar op de korte termijn beïnvloed wordt door factoren zoals rente en de dollar.

Op dit moment werken verschillende krachten elkaar tegen. Waar geopolitieke spanningen en crises de prijs traditioneel omhoogduwen, zorgen de aanhoudend hoge rentes en een sterke dollar juist voor een flinke neerwaartse druk. Het gevolg hiervan is een markt zonder duidelijke richting, maar met veel schommelingen.

Pas als de prijs naar bijvoorbeeld 135.000 euro per kilo stijgt, zullen de orders ineens niet aan te slepen zijn. Traditioneel wacht de consument namelijk liever de koersstijging af, terwijl bij de goudprijs anticyclisch denken juist op zijn plek is. Juist in een volatiele en onzekere wereld is goud een relevante strategische buffer.

woensdag 3 juni 2026

BUUT Pay: mobiel betalen voor jongeren onder de 16 jaar

Jongeren groeien op in een wereld waarin geld steeds digitaler wordt. Toch was het voor jongeren onder de 16 jaar in Nederland tot nu toe niet mogelijk om met hun telefoon te betalen. BUUT, de jongerenbank van ABN AMRO, wil daar verandering in brengen. Met deze stap draagt BUUT verder bij aan het vergroten van de financiële bewustwording van jongeren, omdat zij met BUUT op jonge leeftijd - onder begeleiding van hun ouders - leren met digitaal geld om te gaan. Met de introductie van BUUT Pay maakt BUUT het voor jongeren onder de 16 jaar mogelijk om eenvoudig en veilig met hun telefoon te betalen.

Apple Pay en Google Pay hanteren in Nederland een minimumleeftijd van 16 jaar. Daardoor kunnen kinderen wel een betaalrekening hebben, maar niet met hun telefoon betalen.
 
BUUT Pay werkt via de speciaal door BUUT en ABN AMRO ontwikkelde BUUT Wallet. BUUT Pay is een mobiele betaalfunctie waarmee jongeren vanaf 10 jaar kunnen betalen met hun smartphone. Het afrekenen werkt net als bij Apple Pay en Google Pay: de gebruiker ontgrendelt de telefoon met pincode of gezichtsherkenning, houdt het toestel bij de betaalautomaat en kiest het potje waaruit betaald moet worden. Wat BUUT Pay onderscheidt naast dat het ook gebruikt kan worden door tieners die nog geen 16 zijn, is het betalen vanuit de eigen potjes. Op het scherm zien zij hun beschikbare betaalpotjes en kiezen zelf uit welk potje zij betalen, bijvoorbeeld kleedgeld of snacks. Zo wordt geld betaald uit het potje waar het voor bedoeld is en leren jongeren bewuster omgaan met hun uitgaven.
 
Mobiel betalen wordt in Nederland steeds gebruikelijker. In 2025 werd bijna de helft van de betalingen gedaan met een telefoon of smartwatch (Betaalvereniging Nederland). Tegelijkertijd heeft 95% van de 12-jarigen een smartphone, terwijl zij hun dagelijkse betalingen nog vaak met een pinpas moeten doen (CBS).

dinsdag 2 juni 2026

Olaf Sleijpen per 1 juli 2026 nieuwe voorzitter NGFS

President Olaf Sleijpen van De Nederlandsche Bank (DNB) wordt per 1 juli 2026 voorzitter van het Network for Greening the Financial System (NGFS). De benoeming, voor een termijn van twee jaar, is unaniem goedgekeurd door de leden van het NGFS, op aanbeveling van het Steering Committee. Sleijpen neemt het voorzitterschap over van Sabine Mauderer.

Het NGFS bestaat uit meer dan 150 centrale banken en toezichthouders die op vrijwillige basis bijdragen aan de beheersing van klimaat- en natuurrisico’s in het financiële systeem.

Onder leiding van Sabine Mauderer, eerste vicevoorzitter van de Deutsche Bundesbank, is het NGFS uitgegroeid tot een mondiaal netwerk. In die periode is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het beter begrijpen en integreren van klimaat-, adaptatie- en natuuraspecten in het financieel risicobeheer, in een periode gekenmerkt door geopolitieke en economische onrust.

Als president van De Nederlandsche Bank is Olaf Sleijpen tevens lid van de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), lid van de European Systemic Risk Board (ESRB) en gouverneur bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Sinds 2007 is hij hoogleraar Europese Economische Politiek aan de Maastricht School of Business and Economics.

maandag 1 juni 2026

Overstappen met extra pensioenpot gebeurt pas bij serieus financieel voordeel

Overstappen met een individuele pensioenpot naar een andere aanbieder gebeurt steeds vaker. Maar Nederlanders komen pas in actie bij fors voordeel. Uit een enquête van online pensioenbank Brand New Day blijkt dat een meerderheid pas bereid is in actie te komen als overstappen op termijn minimaal €1.000 extra pensioenkapitaal oplevert.

Bij aanvullend pensioen kunnen verschillen in kosten, rente en rendement tussen aanbieders op lange termijn een groot effect hebben op het uiteindelijke pensioenkapitaal. Toch willen consumenten pas in beweging komen als het voordeel substantieel is. Bijna 39% van de respondenten geeft aan dat een voordeel tussen 1.000 en 5.000 euro nodig is voordat overstappen interessant wordt. Nog eens 29 procent overweegt dat pas bij een voordeel vanaf 5.00 euro. Slechts ongeveer een derde zou overstappen voor een voordeel onder de 1.000 euro. 

Dat wijst volgens Brand New Day op een opvallende tegenstelling: Nederlanders letten scherp op kleine prijsverschillen in het dagelijks leven, maar laten mogelijke grote pensioenvoordelen vaak onbenut. 

“Veel Nederlanders staan er niet bij stil dat ze zelf de controle hebben over waar en hoe ze aanvullend pensioen opbouwen”, zegt Joost Tieland, directeur van Brand New Day. “Overstappen is vrij gemakkelijk. Maar nadat mensen eenmaal aanvullend pensioen hebben geregeld, kijken ze er vaak niet meer naar om. Daardoor bestaat het risico dat mensen jarenlang in een minder goede of minder passende oplossing blijven zitten. Soms zonder dat ze het zelf doorhebben en dat kan ze uiteindelijk duur komen te staan.” 

Dat veel respondenten terughoudend zijn, betekent niet dat niemand in beweging komt. Brand New Day meldde vorig jaar op basis van eigen klantcijfers nog dat het aantal overstappers in vijf jaar tijd was verdrievoudigd. Veel Nederlanders blijken dus wel degelijk hun pensioenpot kritisch te bekijken, maar deze enquête suggereert dat voor overstappen vaak een stevige financiële prikkel nodig is. Tieland: “Dit jaar zien we in de eerste vier maanden van 2026 vooral bij pensioenbeleggers een forse toename in het aantal overstappers; maar liefst 44%. 

De enquête laat ook zien dat sparen nog stevig vertegenwoordigd is binnen aanvullend pensioen, terwijl een deel van de respondenten openstaat voor een overstap richting beleggen. Zo geeft 19% aan nu te sparen en dat te willen blijven doen, terwijl bijna 27% nu spaart maar overweegt over te stappen naar beleggen. 

Volgens Tieland is dat een belangrijk signaal. “Beleggen brengt meer risico met zich mee, maar voor mensen met een lange horizon biedt het historisch gezien meer kans op vermogensgroei dan sparen. Natuurlijk is sparen of conservatief beleggen, dus relatief veel in obligaties, dichter bij pensionering vaak juist een logische keuze, omdat het dan vooral draait om vermogensbehoud. Er is dan nog te weinig tijd om grote schommelingen uit te zitten, dus is het van belang die te vermijden.”