vrijdag 29 mei 2026

Verstoringen internationale toeleveringsketens vergroten inflatierisico en vragen om Europese actie

Verstoringen in wereldwijde toeleveringsketens veroorzaken inflatie in Nederland en Europa. Het achteraf terugdringen van deze inflatie door centrale banken brengt economische kosten met zich mee en maakt de onderliggende ketenverstoring niet ongedaan. Omdat de markt kwetsbaarheden in toeleveringsketens niet uit zichzelf oplost is hiervoor gericht beleid nodig op Europees niveau. Dit laat DNB zien in een nieuwe studie.

Wereldwijde verstoringen in toeleveringsketens zijn niet langer uitzonderingen. De COVID-pandemie, de oorlog in Oekraïne en recent de afsluiting van de Straat van Hormuz hebben laten zien hoezeer economisch kwetsbaar we hiervoor zijn. Een van de meest voelbare effecten van zulke verstoringen is hogere inflatie. Centrale banken kunnen daarop reageren, maar ze kunnen de verstoringen in toeleveringsketens zelf niet bij de bron bestrijden. Hun instrument om de inflatie te dempen is het afremmen van de economie als geheel door de rente te verhogen. Dat kan noodzakelijk zijn om prijsstabiliteit te bewaken, maar is een breed en ongericht middel dat gepaard gaat met maatschappelijke kosten.

Voorkomen van verstoringen kan daarom beter zijn dan genezen. In het rapport ‘Global supply chains and European economic vulnerabilities’ bekijkt DNB hoe verstoringen in toeleveringsketens leiden tot inflatie en hoe gericht overheidsbeleid toekomstige verstoringen kan tegengaan. Dat beperkt de noodzaak voor centrale banken om achteraf met pijnlijke ingrepen de inflatie te moeten dempen.

DNB concludeert dat gericht beleid mogelijk is in plaats van beleid voor hele sectoren, omdat het risico op waardeketenverstoringen geconcentreerd is bij specifieke producten die over verschillende sectoren zijn verspreid. Met beleid dat zich richt op die specifieke producten kunnen we onze kwetsbaarheid voor verstoringen in toeleveringsketens verkleinen. Overheden kunnen bijvoorbeeld strategische voorraden opbouwen, productie van kritieke halffabricaten versterken of de afname van essentiële goederen spreiden over verschillende aanbieders. Omdat toeleveringsketens hierdoor mogelijk minder efficiënt worden, zal per geval moeten worden beoordeeld of de kosten hiervan opwegen tegen de baten van een lagere kwetsbaarheid voor verstoringen.

Europese samenwerking en coördinatie zijn hierbij essentieel. Een Europese aanpak, met benutting van de specifieke expertise en productiestructuur in de verschillende lidstaten, leidt tot veel efficiëntere uitkomsten dan wanneer ieder land voor zichzelf aan de slag gaat. Ook is de EU nodig voor handelsakkoorden, die de kans op én de impact van verstoringen van toeleveringsketens kunnen verkleinen. De beste verzekering tegen toekomstige afhankelijkheden, die snel kunnen verschuiven door technologische en geopolitieke veranderingen, is bovendien een weerbare en innovatieve Europese economie met een sterke interne markt zonder barrières voor handel en kapitaalstromen.

donderdag 28 mei 2026

Vakantiegeld zorgt voor record bij Tikkie: ruim 43 miljoen euro betaald op één dag

Nederlanders hebben massaal gebruikgemaakt van Tikkie, de betaalapp van ABN AMRO, rondom de uitbetaling van het vakantiegeld. Vrijdag 22 mei was voor Tikkie de drukste betaaldag van het jaar na Koningsdag. Op die dag werden 681.160 Tikkies betaald, 39 procent meer dan op een gemiddelde dag in 2026. Ook het gemiddelde betaalde bedrag lag flink hoger dan normaal: €63,22 tegenover €51,58 gemiddeld. Afgelopen vrijdag werd bovendien een nieuw record gevestigd: er werd op één dag voor een totaalbedrag van €43.064.999 aan Tikkies betaald. Nog nooit eerder werd er op één dag zoveel waarde aan Tikkies afgerekend.  

Rond de uitbetaling van vakantiegeld bleef het meerdere dagen opvallend druk op Tikkie. Vrijdag 22 mei was met 681.160 betaalde Tikkies de drukste vakantiegeld-dag, maar ook in de dagen daarna bleef het aantal betalingen hoog. Zo werden op dinsdag 26 mei nog ruim 616.000 Tikkies betaald, opvallend veel voor een dinsdag. Volgens Tikkie komt dat waarschijnlijk doordat het vakantiegeld dit jaar samenviel met het Pinksterweekend en niet iedereen het vakantiegeld op hetzelfde moment kreeg uitbetaald. Waar sommige Nederlanders hun vakantiegeld al op vrijdag ontvingen, kregen anderen het pas dinsdag gestort. 

Vooral Tikkies met vakantie-gerelateerde omschrijvingen namen sterk toe. Het aantal betaalde Tikkies met het woord ‘vakantie’ steeg met 182 procent ten opzichte van een normale dag. Ook het gemiddelde bedrag van deze Tikkies lag 24 procent hoger dan gemiddeld. Dat Nederlanders direct in zomerse sferen kwamen, was ook goed zichtbaar in de omschrijvingen van Tikkies. Woorden als “ijsjes”, “terras”, “bbq”, “slippers”, “zonnebrand” en “strand” kwamen opvallend vaak voorbij.

75-plussers betalen steeds vaker met pinpas

Nederlanders betalen wat minder vaak met contant geld aan de kassa. Slechts 17% van de betalingen is contant. Ook mensen van 75 jaar en ouder betalen steeds vaker met pin en minder met contant geld. 

In totaal betaalden Nederlanders in 2025 iets minder vaak aan de kassa dan in 2024 (7,1 miljard transacties) maar wel voor een groter totaalbedrag (€185 miljard). Dit blijkt uit een jaarlijks gezamenlijk onderzoek van Betaalvereniging Nederland en De Nederlandsche Bank.

Het aantal pinbetalingen bleef in 2025 ongeveer hetzelfde, terwijl het aantal contante betalingen wat lager was. Het aandeel contante betalingen is daardoor met 2 procentpunt afgenomen naar 17%. Het aandeel kaartbetalingen aan de kassa steeg van 80% naar 83%. Vooral het aandeel pin bij kleinere bedragen (tot EUR 10) is toegenomen.

In 2025 is het traditionele pinnen aan de kassa, waarbij de betaalpas in de betaalautomaat wordt gestoken, opnieuw afgenomen. Slechts 4% van alle betalingen vindt op deze wijze plaats. Een jaar eerder was dat nog 6%. Vooral bij relatief grote bedragen die vaak op deze wijze worden gepind, is het aandeel gedaald. De opmars van betalen met de mobiele telefoon of smartwatch zette onverminderd door. Dit aandeel steeg van 34% in 2024 naar 39% van alle kassabetalingen. 

Ondanks dat mensen van 75 jaar of ouder nog steeds relatief veel gebruik maken van contant geld, zijn zij in 2025 steeds vaker digitaal gaan betalen. Afgelopen jaar rekende deze groep 74% van hun betalingen aan de kassa met pin af, terwijl dat in 2024 nog 70% was. Ook onderlinge betalingen aan bijvoorbeeld familie en vrienden, en voor sport en andere informele activiteiten vinden bij ouderen steeds vaker digitaal plaats. Het aandeel elektronische betalingen, met een betaalverzoek of overschrijving, lag bij 75-plussers in 2025 op 51%, 16 procentpunt hoger dan in 2024

woensdag 27 mei 2026

Autoverzekering in stad tot 58% duurder dan in dorp

Autobezitters die in een stad wonen, betalen tot wel 58% meer voor hun autoverzekering dan verzekerden in een kleinere gemeente in de buurt. Dat blijkt uit onderzoek van financiële vergelijkingssite Geld.nl naar de gemiddelde premie voor een autoverzekering in twaalf grote Nederlandse steden en omliggende gemeenten. “Dat de gemiddelde autopremie in een stad hoger ligt, is logisch. Maar dat het verschil in premie op sommige plekken zó groot is, verraste ons ook”, aldus Paul Huibers, expert autoverzekeringen bij Geld.nl.

Voor dit onderzoek dook Geld.nl in de data van alle vergelijkingen voor een autoverzekering in het eerste kwartaal van 2026. Hierbij vergeleek Geld.nl de gemiddelde premie voor een autoverzekering in 12 grote steden in Nederland met die in nabij gelegen kleinere gemeenten. Dit leverde de volgende uitkomsten op:

Het onderzoek laat zien dat de gemiddelde autopremie in elke stad hoger ligt dan in de kleinere gemeente vlakbij. Gemiddeld scheelt het zo’n 27% aan premie. “Dat verschil is goed te verklaren”, vertelt Huibers. “Een stad kent meer verkeersdrukte, dus is het risico op schade er groter. Daarom ben je in een stad duurder uit voor het verzekeren van dezelfde auto dan in een kleine gemeente.”

Wel valt op dat de verschillen per combinatie van stad en kleinere gemeente erg uiteenlopen. Zo betaalt een inwoner van Naaldwijk, een dorp op 14 kilometer van Den Haag, gemiddeld een premie van zo’n € 90 per maand, terwijl een verzekerde in Den Haag gemiddeld € 142 per maand kwijt is. Dat is een verschil van bijna 58%. Woon je in Haren bij de stad Groningen, dan betaal je gemiddeld maar een kleine 8% minder premie dan een autobezitter in die stad.

De premieverschillen zijn het grootst in de Randstad. Daar betalen verzekerden die in een stad wonen zo’n 38% tot 58% meer premie dan verzekerden in een kleinere gemeente in de buurt. Ook in Noord-Brabant is er een flink premieverschil van 25% tot 33% tussen steden en dorpen.

Je woonplaats heeft dus invloed op de hoogte van je premie. Toch zal dat voor weinig autobezitters reden zijn om te verhuizen. Gelukkig zijn er volgens Huibers andere manieren om te besparen op de autoverzekering: “Mijn belangrijkste tip is: ga één keer per jaar je autoverzekering vergelijken. Grote kans dat een andere aanbieder een lagere premie biedt, want verzekeraars passen hun premies regelmatig aan. En ook je eigen situatie verandert steeds: rijd je geen schade, dan krijg je er een schadevrij jaar bij. En misschien ben je meer of minder gaan rijden, of toe aan een andere dekking voor je auto. Al die factoren hebben invloed op je premie.”

dinsdag 26 mei 2026

Beleggende huishoudens profiteren van gestegen waarde oliebedrijven in grillig eerste beurskwartaal

Nederlandse huishoudens zagen de waarde van hun beleggingen in oliebedrijven afgelopen kwartaal stevig toenemen, blijkt uit nieuwe cijfers van DNB. De koerswinsten op andere beleggingen die in de eerste twee maanden van 2026 waren geboekt, verdampten juist door de oorlog in het Midden-Oosten en de onrust op de beurzen. Ondanks een grillig beurskwartaal nam de totale waarde van de beleggingen van huishoudens toe.

Huishoudens profiteerden in het eerste kwartaal van koersstijgingen bij zes grote beursgenoteerde oliebedrijven (Shell, Exxon Mobil, Chevron, TotalEnergies, BP en Eni, ook bekend als ‘Big Oil’ of ‘supermajors’). Door de gestegen olieprijzen en de daaropvolgende koerswinsten van deze multinationals kwam de waarde van het aandelenbezit in deze supermajors aan het einde van het kwartaal uit op € 5,3 miljard, € 686 miljoen meer dan drie maanden eerder.

De totale waarde had nog een stuk hoger kunnen zijn als huishoudens niet ook per saldo voor € 677 miljoen aan Big Oil-aandelen hadden verkocht. Mogelijk deden ze dit om direct een deel van de koersstijgingen te verzilveren.

Overigens bestaat ruim 90% van het aandelenbezit van Nederlandse huishoudens in deze groep grote oliebedrijven uit Shell-aandelen. Koersbewegingen van Shell werken daardoor sterk door in de totale waarde.

vrijdag 22 mei 2026

Bijna helft van bedrijfsleningen naar mkb, rente ligt iets hoger

Het midden- en kleinbedrijf (mkb) ontvangt bijna de helft van alle bankleningen aan bedrijven in Nederland, blijkt uit cijfers die DNB voor het eerst presenteert. Daarover betalen deze bedrijven vaak wel een iets hogere rente dan andere ondernemingen.

In totaal hebben banken in Nederland per maart 2026 340 miljard euro uitgeleend aan het Nederlandse bedrijfsleven. Iets minder dan de helft daarvan staat uit bij het mkb en dat percentage is al langere tijd stabiel. Vooral in bedrijfstakken als de landbouw, horeca en bouwnijverheid zijn relatief veel midden- en kleinbedrijven actief.

Die bedrijfstakken met relatief veel mkb-bedrijven betalen vaak wel een iets hogere rente. Mogelijk komt dit bijvoorbeeld door de kleinere kredietomvang bij mkb’ers en een informatieachterstand die de banken ervaren bij mkb-bedrijven, waardoor het inschatten van risico’s moeilijker is. Het mkb betaalt gemiddeld zo’n 3,6% over hun uitstaande kredieten, terwijl dat voor niet-mkb-bedrijven in maart 2026 zo’n 3,1% bedroeg.a

Los van het onderscheid tussen het mkb en grootbedrijf verschilt de kredietverlening ook sterk tussen diverse bedrijfstakken. Zo'n € 149 miljard van de bancaire kredietverlening aan het Nederlandse bedrijfsleven is verstrekt aan ondernemingen die onroerend goed exploiteren. Het gaat dan vooral om woningbouwcorporaties. Nederland is daarin niet uniek: ook in andere eurolanden verstrekt de bankensector relatief veel krediet aan dit soort instellingen.   

Daarnaast zijn in Nederland de groot- en detailhandel (€ 37 miljard) en de landbouw (€ 21 miljard) bedrijfstakken met veel leningen. Ook aan bedrijven werkzaam in de specialistische zakelijke diensten wordt veel krediet verleend (€ 32 miljard). Het gaat dan voornamelijk om hoofdkantoren van organisaties die een administratieve functie hebben of middelen (geld) herverdelen binnen de organisatie.

De rente die het bedrijfsleven over hun uitstaande kredieten betaalt is al enige tijd relatief stabiel. In de afgelopen 12 maanden bedroeg deze gemiddeld 3,4%.

Bij de diverse bedrijfstakken zijn onderliggend wel duidelijke verschillen te zien. Zo betalen bedrijven die actief zijn in onroerend goed een relatief lagere rente, omdat het onderpand in de vorm van vastgoed het risico op verliezen voor de banken verkleint. Ook organisaties die mogelijk een relatie met de overheid hebben, bijvoorbeeld waterbedrijven en afvalverwerkers, betalen gemiddeld een lagere rente. Maar ook factoren als conjunctuurgevoeligheid, andere specifieke kenmerken van een bedrijfstak en de financiële producten die ze afsluiten kunnen de rente beïnvloeden.

Aan de andere kant ligt de rente hoger voor bedrijven die gevoeliger zijn voor economische schommelingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondernemingen die actief zijn in de horeca, de kunst- en sportsector of de recreatiebranche.

donderdag 21 mei 2026

ABN AMRO verstrekt financiering voor de groei van geothermie en lithiumproductie van GEL

Een initiële financiering van £10 miljoen van ABN AMRO ter ondersteuning van de onshore ontwikkeling van geothermische energie en de winning van kritieke mineralen op de GEL-locaties in Cornwall. De financiering volgt op recente aankondigingen van GEL over de eerste geothermische elektriciteitsproductie in het VK en de commerciële productie van lithiumcarbonaat op schaal bij het project United Downs. De financiering stelt GEL in staat om te groeien en te professionaliseren, en draagt bij aan de ontwikkeling van de geothermie- en lithiumsector in het VK. Deze volgt op een vergelijkbare financiering in de geothermische lithiumsector door ABN AMRO in Duitsland.

Geothermal Engineering Limited (GEL), de toonaangevende ontwikkelaar in het VK van geothermische energie en winning van kritieke mineralen, heeft een financiering van £10 miljoen van ABN AMRO verkregen. Deze faciliteit zal bijdragen aan zowel de uitbreiding van de lithiumproductie bij de innovatieve GEL-installatie op de United Downs-locatie als aan de voorbereidingen voor de ontwikkeling van verdere locaties in Cornwall waarvoor het bedrijf al een vergunning heeft. De steun van een grote bank stelt GEL bovendien in staat om de volgende fase in te gaan: het aantrekken van substantieel kapitaal voor verdere uitbreiding in het VK.

Britse Minister van Industrie, Chris McDonald: "Kritieke mineralen zijn essentieel voor alles, van de telefoons die we gebruiken tot de auto’s waarin we rijden. Deze investering van £10 miljoen in GEL is niet alleen cruciaal voor het opschalen van binnenlandse lithiumproductie en het creëren van lokale werkgelegenheid, maar ook een belangrijke stap vooruit voor geothermische energieproductie in het VK. Projecten als deze sluiten nauw aan bij onze Strategie voor Kritieke Mineralen, waarmee we de levering van benodigde grondstoffen willen veiligstellen door gebruik te maken van de Britse minerale rijkdom, nieuwe investeringen aan te trekken en veerkrachtigere toeleveringsketens op te bouwen."

Ryan Law, CEO van GEL:"Na de ingebruikname van de eerste geothermische energiecentrale en commerciële lithiumproductie in het VK vorige maand, vormt deze financiering een belangrijke mijlpaal om onze ambities op het gebied van geothermie en kritieke mineralen te realiseren. We zijn verheugd over het partnerschap met ABN AMRO, dat ervaring heeft met het financieren van vergelijkbare Europese projecten. In een tijd van grote instabiliteit in mondiale energie- en grondstoffenmarkten is het essentieel dat we het potentieel van 24/7 geothermische energie en kritieke mineralen in het VK gaan benutten. Tegelijkertijd, nu Europa zijn ambities op het gebied van elektrische voertuigen en batterijopslag opschaalt, moeten we meer kritieke mineralen zoals lithium duurzaam en zonder geopolitieke risico’s produceren. GEL biedt een grote kans voor zowel investeerders als overheden om de sector verder te laten groeien."

ABN AMRO financiert de energietransitie en ondersteunt actief investeringen in nieuwe energieprojecten in Europa, zoals onlangs nog bij de financiering van €2,2 miljard voor Vulcan Energy in Duitsland.

Dan Dorner, Chief Commercial Officer Corporate Banking van ABN AMRO: "Het VK en Europa bevinden zich op een kantelpunt. Het versterken van hun energiezekerheid vereist een nieuwe golf van grootschalige investeringen en nauwe samenwerking tussen overheden, industrie en de financiële sector. We zijn trots dat we GEL kunnen ondersteunen in zijn ambities voor geothermische energie en lithiumproductie in Cornwall. Deze financiering onderstreept de inzet van ABN AMRO om bij te dragen aan de energiezekerheid van het VK en de levering van kritieke mineralen. Voortbouwend op onze sterke track record streven we ernaar om tegen 2028 €8 miljard te financieren in hernieuwbare energie en decarbonisatietechnologieën in het VK en Europa. Daarnaast zijn we van plan om via onze afdeling Corporate Investments tegen 2030 nog eens €1 miljard aan kapitaal in een vroeg stadium toe te wijzen."

De financiering van ABN AMRO zal worden gebruikt om de lithiumproductiecapaciteit uit te breiden bij de eerste commerciële lithiuminstallatie van het VK, eigendom van en geëxploiteerd door GEL in United Downs, Cornwall.

De geothermische vloeistof in United Downs bevat meer dan 340 parts per million (ppm) lithium, een van de hoogste concentraties die tot nu toe wereldwijd in een bron zijn aangetroffen. GEL is van plan om met deze financiering de productie van lithium via directe extractie uit te breiden van 100 ton lithiumcarbonaat per jaar naar bijna 2.000 ton per jaar in 2028/2029. Op langere termijn streeft GEL naar een productie van meer dan 18.000 ton per jaar vanuit meerdere locaties in het VK. Als toonaangevende ontwikkelaar van geothermische energie in het VK werkt GEL ook aan nieuwe en grotere projecten in Cornwall. Het bedrijf heeft als doel om binnen de komende tien jaar minimaal 25 MWe aan hernieuwbare elektriciteit te produceren binnen zijn portfolio.

Daarnaast beschikt GEL over meerdere locaties in Cornwall met reeds verleende vergunningen, die elk naar verwachting minimaal 5 MWe aan baseload-capaciteit zullen leveren, voldoende om ongeveer 70.000 Britse huishoudens van stroom te voorzien. Een deel van de ABN AMRO-financiering zal worden gebruikt om deze locaties gereed te maken voor boringen.

De geothermische energiecentrale in United Downs startte de elektriciteitsproductie in februari 2026 en is het eerste geïntegreerde project in het VK dat diepe geothermische energie combineert met commerciële lithiumproductie. De eerste installatie levert 3 MWe baseload-energie, die via Octopus Energy wordt verkocht en genoeg elektriciteit levert voor ongeveer 10.000 huishoudens in het VK.

Deze financiering komt bovenop bestaande investeringen van onder andere Thrive Renewables plc, Kerogen Capital, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en Cornwall Council.

woensdag 20 mei 2026

Qivalis meer dan verdrievoudigd: 25 Europese banken treden toe tot bankconsortium

Qivalis, het Europese bankconsortium opgericht voor de uitgifte van een gereguleerde, in euro luidende stablecoin, verwelkomt 25 nieuwe banken als aandeelhouder. Deze aanzienlijke uitbreiding brengt het totale aantal consortiumleden op 37 financiële instellingen en vergroot het bereik van Qivalis tot 15 Europese landen. Hiermee ontstaat een pan-Europees netwerk dat in staat is eurogebaseerde on-chain betalingen en settlements op schaal te ondersteunen, verankerd door een stablecoin die volledig op 1-op-1-basis gedekt is door de euro als fiatvaluta.tives.

De nieuwe lidbanken zijn ABANCA, ABN AMRO, AIB, Banco Sabadell, Bank of Ireland, Bank Pekao S.A., Bankinter, Banque et Caisse d’Épargne de l’État (Spuerkeess), Banque Fédérative du Crédit Mutuel, BPER Banca, Cecabank, Erste Group, Groupe BPCE, Handelsbanken, Helaba, Intesa Sanpaolo, Jyske Bank, Kutxabank, Landsbankinn, National Bank of Greece, Nordea, OP Pohjola, Piraeus, Rabobank en Swedbank. Deze instellingen sluiten zich aan bij de bestaande consortiumleden Banca Sella, BBVA, BNP Paribas, CaixaBank, Danske Bank, DekaBank, DZ BANK, ING, KBC, Raiffeisen Bank International, SEB en UniCredit in hun gezamenlijke missie om een bloeiend on-chain ecosysteem tot stand te brengen dat de euro stablecoin positioneert als wereldwijde benchmark voor digital finance. De groei versterkt significant de collectieve inspanning om een MiCA-compliant, in euro luidende stablecoin tot stand te brengen onder het geplande toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB).

Qivalis ontwikkelt een on-chain native betalings- en settlementoplossing, luidende in euro, over meerdere domeinen, en wil zo de voordelen van blockchaintechnologie ontsluiten voor bedrijven en consumenten in Europa en daarbuiten. Zakelijke treasury-afdelingen zullen 24/7 profiteren van liquiditeit met directe settlement. Getokeniseerde activa – zoals obligaties, vorderingen en vastgoed – zullen atomisch kunnen worden afgewikkeld, waardoor tegenpartijrisico wordt verkleind. Europese exporteurs zullen rechtstreeks gebruik kunnen maken van in euro luidende stablecoins, in plaats van te vertrouwen op correspondent netwerken in andere valuta, wat zowel kosten als latentie verlaagt via directe on-chain afwikkeling. Daarnaast zal smart-contract functionaliteit programmeerbare betalingen mogelijk maken, waardoor handmatige reconciliatie wordt beperkt.

Hoogleraar Pieterse-Bloem steunt AFM-advies: ‘Beleggen essentieel voor pensioen’

Het advies van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) om Nederlanders meer te laten beleggen voor hun pensioen krijgt steun van Mary Pieterse-Bloem, hoogleraar financiële markten aan Erasmus School of Economics. Zij noemt het voorstel ‘een goede zaak’ en wijst erop dat de traditionele spaarcultuur in Nederland het rendement op lange termijn beperkt.

Volgens Pieterse-Bloem levert beleggen structureel meer op dan sparen, mede door het rente-op-rente-effect. ‘Nederlanders houden graag een buffer aan, maar wie op de lange termijn vermogen wil opbouwen, kan met beleggen betere resultaten behalen,’ stelt zij.

De hoogleraar verwacht bovendien dat Europese regels rond beleggen mogelijk versoepeld worden om investeringen te stimuleren. Ze pleit ervoor om waarschuwingen bij beleggingsproducten minder streng te formuleren. ‘De huidige nadruk op mogelijke verliezen werkt ontmoedigend. Een algemene vermelding dat beleggen risico’s kent, zou voldoende moeten zijn.’

Tegelijk benadrukt Pieterse-Bloem dat beleggen ook met beperkte risico’s mogelijk is, bijvoorbeeld via gespreide portefeuilles of professioneel beheer. Goede voorlichting blijft daarbij essentieel, zeker omdat veel Nederlanders aangeven onvoldoende kennis te hebben om te starten met beleggen.

dinsdag 19 mei 2026

AOW vakantiegeld stijgt 20%

Het netto AOW vakantiegeld is in 2026 fors hoger dan vorig jaar. Volgens berekeningen van seniorenplatform AOW.nu ontvangen AOW’ers dit jaar 20% meer netto vakantiegeld dan in 2025. Vergeleken met 2023 bedraagt de stijging zelfs 47%. Het vakantiegeld wordt op 21 mei 2026 door de SVB overgemaakt.

Voor alleenstaande AOW’ers wordt het netto vakantiegeld in 2026 ongeveer € 1.174. In 2023 lag dat bedrag nog op circa € 798. Ook gehuwde en geregistreerd samenwonende AOW’ers zien het vakantiegeld de laatste jaren sterk stijgen.

Een gehuwde of geregistreerd samenwonende AOW’er, waarvan één partner AOW-gerechtigd is, ontvangt in 2026 ongeveer € 838 vakantiegeld netto. Wanneer beide partners AOW ontvangen, stijgt het gezamenlijke netto vakantiegeld tot ongeveer € 1.677.

Volgens Erwin Smulders, oprichter van AOW.nu, bereikt het AOW vakantiegeld daarmee het hoogste niveau ooit met een stijging die we nog niet eerder gezien hebben.

De sterke stijging heeft meerdere oorzaken. De belangrijkste reden is de forse verhoging van het wettelijk minimumloon in de afgelopen jaren. De AOW is namelijk gekoppeld aan het minimumloon. Wanneer het minimumloon stijgt, stijgt de AOW automatisch mee.

Daarnaast speelden de hoge inflatie en de sterk gestegen kosten voor boodschappen, energie en huur een belangrijke rol bij eerdere politieke besluiten om het minimumloon extra te verhogen. Daardoor stegen niet alleen de maandelijkse AOW-bedragen, maar ook het opgebouwde vakantiegeld.

Volgens AOW.nu zien senioren hierdoor voor het eerst in lange tijd echt een duidelijk hoger vakantiegeldbedrag op hun rekening.

Uit berekeningen van AOW.nu blijkt dat de stijging van het vakantiegeld uitzonderlijk groot is, in vergelijking met eerdere jaren. Waar verhogingen vroeger vaak beperkt bleven tot enkele euro’s per jaar, is sinds 2023 sprake van een veel sterkere groei.

Een alleenstaande AOW’er ontvangt in 2026 netto ongeveer € 1.174 vakantiegeld tegenover circa € 978 in 2025 en ongeveer € 798 in 2023. Dat betekent een stijging van ongeveer 20% ten opzichte van vorig jaar en circa 47% vergeleken met 2023.

Voor gehuwde en geregistreerd samenwonende AOW’ers, waarvan beide partners AOW ontvangen, stijgt het gezamenlijke netto vakantiegeld van ongeveer € 1.140 in 2023 naar circa € 1.677 in 2026.

maandag 18 mei 2026

ASN Bank opent flagshipstore in Amsterdam

In Amsterdam is vandaag de tweede flagshipstore van ASN Bank geopend. Met de opening krijgt de hoofdstad er een financiële inspiratie- en ontmoetingsplek bij. Hier worden evenementen georganiseerd die gekoppeld zijn aan de thema’s waar ASN Bank zich voor inzet: goed wonen, financieel welzijn en duurzaamheid.

In de nieuwe ASN Flagshipstore staan de financiële vraagstukken van jongeren centraal. Denk hierbij aan onderwerpen zoals de mogelijkheden voor het kopen van een eerste huis met een studieschuld, maar ook aan het sparen voor de toekomst. In de flagshipstore organiseert ASN Bank evenementen voor zowel klanten en niet-klanten. Ook kunnen bezoekers er gewoon binnenlopen, bijvoorbeeld om een kijkje te nemen in hun financiële toekomst met de ASN Toekomstsimulator. Daarnaast vinden er in de flagshipstore ook afspraken plaats met financieel adviseurs.

De flagshipstore van ASN Bank bevindt zich middenin het centrum van Amsterdam aan de Spuistraat 168. De flagshipstore is geopend van maandag tot en met vrijdag van 10.00 tot 18.00 uur. Iedereen is welkom: het maakt niet uit of je klant bent bij ASN Bank. Later dit jaar opent ASN Bank ook een flagshipstore in Rotterdam. Meer informatie vind je op asnbank.nl/over-asn-bank/asn-flagshipstore.html. Hier vind je ook een overzicht met de activiteiten en sessies die ASN Bank in de flagshipstores organiseert.

Nabijheid en toegankelijkheid is voor veel mensen een belangrijke reden om voor een bank te kiezen. Daarom beschikt ASN Bank naast de nieuwe flagshipstore over een landelijk dekkend netwerk van ruim 300 kantoren, waar mensen terecht kunnen voor advies. ASN Bank is de enige bank in Nederland met zo’n groot aanbod aan kantoren. En natuurlijk kun je ook terecht bij de onafhankelijke financieel adviseurs met wie ASN Bank samenwerkt. 

Triodos Bank financiert uitbreiding stedelijk snellaadnetwerk LEAP24

Triodos Bank verstrekt een financiering aan LEAP24, een snelgroeiende aanbieder van snellaadstations. Met deze financiering ondersteunt Triodos Bank LEAP24 bij het verder toegankelijk maken van elektrisch rijden voor bedrijven rondom zero-emissiezones in en rond Nederlandse en Britse steden. Bij de financiering zijn zowel de Nederlandse als Britse vestiging van Triodos Bank betrokken.

Sinds 2025 hebben zo’n twintig Nederlandse gemeenten zero-emissiezones voor stadslogistiek ingevoerd. Ook het Verenigd Koninkrijk ziet een sterke toename van milieuzones. Dit betekent dat bestel- en vrachtauto’s in die gebieden uitstootvrij moeten zijn. LEAP24 helpt bedrijven om deze overgang te maken door laadoplossingen aan te bieden in en rondom steden.

Door een netwerk van snellaadstations op strategische locaties – zoals nabij stadscentra en op bedrijventerreinen – kunnen ondernemers hun voertuigen snel en efficiënt opladen, zonder kostbare tijd te verliezen. Ook zijn de parkeervakken bij de laadpleinen ruimer, zodat grotere voertuigen zoals bestelwagens en bouwmachines eenvoudig kunnen laden. Met de PartnerPark-formule kunnen ondernemingen een eigen opstelplek contracteren, waardoor e-trucks nachts kunnen laden, waardoor het elektriciteitsnet beter wordt benut.

vrijdag 15 mei 2026

Consumenten vinden prijsdiscriminatie door verzekeraars oneerlijk, maar er verandert weinig

Verzekeraars leunen steeds vaker op algoritmes om de hoogte van hun premies vast te stellen. Dat zorgt voor, bijvoorbeeld, prijsverschillen die de verzekeraar zelf niet eens kan uitleggen, maar door klanten als onrechtvaardig ervaren worden. Daarvoor waarschuwt Marvin van Bekkum, die op 11 mei promoveert aan de Radboud Universiteit.

Jurist en computerwetenschapper Van Bekkum onderzocht hoe verzekeraars kunstmatige intelligentie inzetten, en hoe klanten daarop reageren. Daarvoor keek hij niet alleen naar bestaande casussen en de huidige regelgeving, maar voerde hij ook een enquête uit onder Nederlanders. Daaruit blijkt dat veel mensen de datagedreven prijsverschillen van verzekeringen onbegrijpelijk en vaak oneerlijk vinden.

‘Het ís soms ook moeilijk te doorgronden,’ zegt Van Bekkum, die als voorbeeld verwijst naar een casus die enkele jaren geleden ontdekt werd door de Consumentenbond. ‘Bij het afsluiten van een autoverzekering kijken sommige verzekeraars naar je huisnummer. Dat huisnummer bepaalt grotendeels hoeveel je per maand betaalt. Volgens verzekeraars zit daar een statistische correlatie achter, bijvoorbeeld met inkomen of criminaliteit in een wijk. Het algoritme bepaalt misschien dat iemand met een heel hoog huisnummer in een flatgebouw woont waar vaker criminelen wonen dus dan wordt de prijs opgeschroefd. Die correlatie kan er best zijn, maar dat verhaal krijgt de burger niet mee: die ziet alleen het prijsverschil. Juist die ondoorzichtigheid maakt het allemaal problematisch.’

Een belangrijk probleem is dat veel van deze verschillen niet onder bestaande discriminatiewetgeving vallen. Van Bekkum maakt daarom onderscheid tussen discriminatie en oneerlijke differentiatie. ‘Er is sprake van discriminatie als dat gebeurt op basis van een door de wet beschermd kenmerk, zoals etniciteit. Maar als je op basis van iemands huisnummer een onderscheid maakt, is dat geen beschermd kenmerk. Terwijl het onderliggende algoritme misschien wel allerlei correlaties vindt waardoor kwetsbare groepen structureel meer moeten betalen voor hun verzekeringen.

Hoewel het dus ontzettend onpopulair is bij Nederlanders, doet de overheid er vooralsnog weinig aan. Van Bekkum: ‘Schadeverzekeringen zijn onderdeel van een vrije markt, dus de overheid laat bedrijven hun gang gaan. De Tweede Kamer heeft wel gekeken naar het beschermen van bepaalde kenmerken zoals inkomen, maar dat is symptoombestrijding: je kunt enkele kenmerken verbieden, maar het algoritme vindt altijd wel weer andere kenmerken waarop het oneerlijk kan differentiëren.’

Door de populariteit van ChatGPT en andere chatbots is de aandacht voor AI de afgelopen jaren flink gestegen. Ook verzekeraars zijn enthousiast en kijken met interesse naar algoritmes gebaseerd op large language models (LLM's), zegt Van Bekkum. 'Maar die LLM's maken de risico's eigenlijk alleen maar groter. Het zijn modellen die alleen maar het volgende woord in een zin voorspellen op basis van bestaande tekst, ze snappen niets over hoe correlaties tot stand komen of waarom een bepaalde voorspelling gedaan wordt.’

Als algoritmes steeds meer bepalen wie hoeveel betaalt, zonder dat dit voor klanten of zelfs voor verzekeraars zelf nog goed te verklaren is, staat het vertrouwen in verzekeringen onder druk, waarschuwt Van Bekkum. ‘We moeten voorkomen dat we in een situatie belanden waarin verschillen steeds groter worden, terwijl niemand nog kan uitleggen hoe ze zijn ontstaan.’

woensdag 13 mei 2026

bunq vraagt Mexicaanse bankvergunning aan

bunq heeft vandaag officieel een aanvraag ingediend voor een volledige bankvergunning bij de Mexicaanse toezichthouder Comisión Nacional Bancaria y de Valores (CNBV) in samenwerking met Banco de México (Banxico). Met deze volgende stap buiten Europa geeft de mobiele bank verdere invulling aan haar ambitie om uit te groeien tot een wereldwijde bank. Eerder dit jaar vroeg bunq ook al een bankvergunning aan in de Verenigde Staten. 

bunq richt zich op mensen met een internationale levensstijl; een groep die vooralsnog niet optimaal wordt bediend door traditionele banken. Na toekenning van de banklicentie krijgen zowel Mexicaanse staatsburgers als expats én digital nomads toegang tot de volledige financiële dienstverlening van de mobiele bank, waaronder bankrekeningen in meerdere valuta en beschermde spaar- en betaalrekeningen onder het Institute for the Protection of Bank Savings (IPAB).   

bunq groeit hard en is inmiddels actief in meer dan dertig landen. De aanvraag van een Mexicaanse bankvergunning volgt op de eerdere toekenning van een broker-dealervergunning door de Amerikaanse Financial Industry Regulatory Authority (FINRA) en de meest recente aanvraag van een US de novo (bank)licentie. 

Spaarrente schiet door naar 3,00%

Vandaag schiet de spaarrente op de vrij opneembare spaarrekening door naar 3 procent. Dat stelt spaarrente vergelijker Spaarrente.nl. Het is voor het eerst in anderhalf jaar dat de spaarrente weer deze grens bereikt. Een opvallende ontwikkeling, omdat de ECB-rente al bijna een jaar op 2 procent staat. “Dat de spaarrente desondanks toch oploopt, komt vooral door de toenemende concurrentie tussen banken en de verwachting in de markt dat de rente langer hoog blijft”, aldus Juul Klarenbeek, spaarexpert bij Spaarrente.nl. 

Vandaag brengt het Duitse Trade Republic de spaarrente naar 3 procent. Deze rente is alleen voor klanten die voor het eerst een spaarrekening openen. Trade Republic keert de spaarrente maandelijks uit. Hierdoor ligt de effectieve rente door het rente-op-rente effect zelfs nog iets hoger: op 3,04%. De rente geldt over de hele inleg.

“Wij adviseren consumenten wel om maximaal 100.000 euro per persoon, per bank te sparen”, vertelt Klarenbeek. “Daarmee valt je spaargeld altijd onder het Europese depositogarantiestelsel, dat beschermt je spaargeld binnen heel Europa op dezelfde manier. In dit geval werkt Trade Republic samen met de Ierse partnerbank Citibank en valt je spaargeld dus onder het Ierse garantiestelsel. Dat werkt net als het Nederlandse stelsel.” 

De hoogste spaarrente schoot afgelopen maart ineens van 2,05% naar 2,50%, na een renteverhoging van Scalable Capital. En nu dus opnieuw een spong van een half procent. Dat is opvallend, want de Europese Centrale Bank heeft haar rentes sinds juni 2025 niet meer gewijzigd. Vooral kleinere Nederlandse banken en buitenlandse banken bieden hogere spaarrentes. 

Dat de spaarrente oploopt, komt volgens Klarenbeek vooral door de onderlinge concurrentie en de verwachtingen in de markt. “Nederland is een echt spaarland, samen hebben we meer dan 540 miljard euro op onze spaarrekening staan. Hiervan staat het overgrote deel bij de drie grootbanken ABN AMRO, ING en Rabobank. Zij bulken daarmee van het spaargeld en hoeven daarom geen hogere rente te bieden”, legt Klarenbeek uit. Ze vervolgt: “Kleinere Nederlandse banken en banken uit het buitenland hebben minder spaargeld en moeten dus zwaarder concurreren om geld op te halen, zeker als ze willen groeien. Dat spaarbanken de rente nu verhogen is ook een teken dat banken verwachten dat de rente hoog blijft. Zij verwachten hier nog steeds een goede marge op te pakken als ze dat spaargeld gebruiken voor bijvoorbeeld het financieren van leningen.”  

Dat de spaarrente in Nederland op 3 procent ligt, is bijzonder. De laatste keer dat Nederlandse spaarders toegang hadden tot een variabele spaarrente van 3 procent of meer was van eind 2023 tot januari 2025. Daarvoor was de laatste keer in maart 2012. “Zo’n hoge spaarrente op je spaarrekening komt dus niet zo vaak voor binnen de Nederlandse spaarmarkt”, legt Klarenbeek uit. 

ABN AMRO rapporteert nettowinst van € 693 miljoen in Q1 2026

ABN AMRO heeft in het eerste kwartaal van 2026 een nettowinst geboekt van 693 miljoen euro. Dat is 12 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De bank profiteerde onder meer van groei in hypotheken, hogere provisie-inkomsten en lagere kosten.  

De totale inkomsten kwamen uit op ruim 2,2 miljard euro. Vooral de divisie Clearing droeg sterk bij aan de resultaten door de onrust op financiële markten. Ook de hypotheekportefeuille groeide stevig, met een netto toename van 2 miljard euro.  

Topvrouw Marguerite Bérard spreekt van een 'gedisciplineerde uitvoering' van de strategie van de bank. Volgens haar blijft de Nederlandse economie voorlopig veerkrachtig, al zorgen geopolitieke spanningen en stijgende energieprijzen voor onzekerheid. De bank verwacht daardoor dat de Europese Centrale Bank de rente de komende maanden verder verhoogt.  

ABN AMRO wist de kosten opnieuw terug te dringen en verlaagt daarom de kostenverwachting voor heel 2026 naar ongeveer 5,5 miljard euro. Daarbij zet de bank steeds meer in op kunstmatige intelligentie. Inmiddels gebruikt 85 procent van de medewerkers AI-toepassingen in hun werk.  

Ook op het gebied van groei zette de bank stappen. ABN AMRO verwacht de overname van NIBC Bank in het derde kwartaal af te ronden, mits toezichthouders akkoord gaan. Daarnaast wil de bank later dit jaar afscheid nemen van kredietverstrekker Alfam.  

De kapitaalpositie van de bank verbeterde verder. De zogenoemde CET1-ratio steeg naar 15,5 procent, wat volgens ABN AMRO ruimte biedt voor verdere investeringen en groei.  

Bijna de helft van de Nederlanders besteedt tenminste één maandinkomen aan vakantie; 6% geeft meer dan twee keer een maandinkomen uit

Bijna de helft van de 18- tot en met 80-jarigen gaf afgelopen twaalf maanden tenminste één volledig netto maandinkomen uit aan vakantie, blijkt uit een enquête onder 1.849 Nederlanders. Gemiddeld liggen de vakantie-uitgaven van Nederlanders rond de 90% van een maandinkomen. Bij een groot deel van de Nederlanders gaat een bedrag ongeveer ter hoogte van het vakantiegeld dus ‘op’ aan vakantie. Verder blijkt dat ruim acht op de tien Nederlanders afgelopen twaalf maanden op vakantie ging, en zeven op de tien ging twee keer of vaker op reis.
 
Mei is natuurlijk traditioneel de vakantiegeldmaand, zegt Rabobank-econoom Nic Vrieselaar. “Maar veel Nederlanders krijgen dat bedrag van bijna één maandinkomen niet meer eenmalig in mei, maar maandelijks opgeteld bij hun reguliere inkomen. Om toch een beeld te krijgen hoeveel van het vakantiegeld ‘op gaat’ aan vakantie, hebben we Nederlanders gevraagd wat zij in een jaar aan vakanties uitgeven, ten opzichte van hun netto huishoudinkomen in een normale maand.”

Uit de resultaten blijkt dat Nederlanders gemiddeld 0,9 netto maandinkomens uitgeven aan vakantie. Maar de verschillen tussen groepen zijn groot. Zo geeft 33% aan niks tot minder dan de helft van een maandinkomen uit, terwijl 15% meer dan anderhalf keer het maandelijks huishoudinkomen besteedt aan vakantie. Degenen die de afgelopen twaalf maanden zijn weggeweest, gaven gemiddeld 1,1 netto maandinkomens uit. Omdat vakantiegeld zwaarder wordt belast dan het gewone maandinkomen, onderschatten deze cijfers welk deel van het eventuele vakantiegeld aan reizen wordt besteed.

Vrieselaar: ”De resultaten laten zien dat een groot deel van de Nederlanders het eventuele vakantiegeld – of een bedrag ongeveer ter waarde daarvan – uiteindelijk inderdaad besteedt aan vakanties. Ook al doen zij dat misschien niet daags na het ontvangen ervan, en zetten ze het bijvoorbeeld eerst op een spaarrekening of gebruiken ze het voor een dringender uitgave.”

Nederlanders met een hoger inkomen geven een groter deel van hun inkomen uit aan vakantie dan lagere inkomens. Mensen met een hoger inkomen gaan ook vaker op vakantie, maar dit verklaart niet het volledige verschil, zegt sectormanager Horeca, Recreatie en Toerisme Jos Klerx. ”Vermoedelijk geven Nederlanders met een hoger inkomen dus ook per vakantie meer geld uit, bijvoorbeeld door verder, langer of luxer te reizen, of door op hun vakantiebestemming meer uit te geven.”

Twintigers en dertigers geven ongeveer 1 maandinkomen uit, terwijl vijftigplussers gemiddeld fors minder van hun inkomen uitgeven aan vakanties en reizen. Deze verschillen worden grotendeels verklaard door het feit dat jonge Nederlanders vaker op reis gaan dan vijftigplussers. Nederlanders die alleen wonen, geven verder een beduidend kleiner deel van hun inkomen uit dan degenen die met partner en/of kinderen wonen.

Ook dit jaar gaan Nederlanders massaal op vakantie. Ongeveer 80% van de 18- tot en met 80-jarigen is van plan om de komende twaalf maanden op vakantie te gaan, en in de twaalf maanden voorafgaand aan de enquête is 83% tenminste één keer op vakantie geweest in binnen- of buitenland. Dit kan gaan om een korte vakantie van maximaal vier dagen, of een lange vakantie van vijf dagen of meer. Klerx: “Korte en lange trips bij elkaar opgeteld, ging 71% van de Nederlanders afgelopen jaar twee keer of vaker op vakantie. Dat onderstreept in mijn ogen hoe belangrijk vakantie is in het leven van veel Nederlanders.”

Zou het vakantiebudget van Nederlanders verdubbelen, dan noemt de groep die de komende twaalf maanden van plan zijn op reis te gaan het vaakst dat ze langer en vaker op vakantie zou gaan. Bij een halvering van het vakantiebudget zijn de twee meest genoemde bespaaropties een goedkopere bestemming en minder vaak op vakantie gaan.

dinsdag 12 mei 2026

NLInvesteert ziet consolidatieslag in non-bancaire kredietverlening versnellen

De markt voor alternatieve kredietverlening aan het Nederlandse MKB maakt een snelle consolidatieslag door. De noodzaak om voldoende omvang te bereiken is daarbij de motor. Strenge Europese regelgeving en oplopende kosten voor toezicht, compliance en technologie maken schaal steeds belangrijker. “De markt beweegt hiermee van versnippering naar professionalisering. Dat is op zich goed nieuws voor MKB-bedrijven en voor investeerders”, stelt Dirkjan Takke, directeur van NLInvesteert. 

De sector voor non-bancaire financiering groeide de afgelopen jaren sterk, mede doordat banken hun kredietverlening aan het MKB terugschroefden. Strenge regelgeving, toezicht en hogere eisen aan rapportage en risicobeheer maken het echter steeds lastiger om zonder voldoende omvang rendabel te opereren.

Daarbij verwachten ondernemers en investeerders terecht een stevige governance, goed risicobeheer en transparantie, stelt Takke. “Dat vraagt om voldoende schaal. Alleen partijen die voldoende omvang hebben om structureel te investeren in compliance, technologie en toezicht kunnen op lange termijn duurzaam opereren.”

Volgens Takke is de markt daardoor fors in beweging gekomen, waarbij partijen elkaar voortdurend aftasten. “In 2025 is NLInvesteert benaderd door wel vijf branchegenoten met verschillende specialismen om te verkennen of fusie of overname tot de mogelijkheden behoort.” 

In delen van de hybride financieringsmarkt, zoals crowdfunding, is het aantal partijen in vijf jaar tijd teruggelopen van veertig à vijftig naar ongeveer tien. Takke: “Dat laat zien hoe belangrijk schaal is geworden. Schaalvoordelen spelen een bepalende rol om concurrerend te kunnen zijn, maar ook om de oplopende kosten van toezicht en compliance te absorberen en de kansen van AI te verzilveren.” 

De consolidatieslag is geen theorie meer, maar zichtbaar in de markt. Takke: “De top van de markt wordt steeds dominanter en kleinere aanbieders zoeken samenwerking of verdwijnen. Dat is een logisch gevolg van de noodzaak aan schaal.”

In de afgelopen jaren is het aantal non-bancaire financiers fors afgenomen en steeds vaker kiezen partijen voor samenwerking, participaties of overnames om schaal te realiseren. De recente strategische participatie van NLInvesteert in vastgoedfinancier Casarion past volgens Takke binnen deze bredere consolidatieslag. Via Casarion ontstaat een directe toegang tot institutionele buitenlandse funding, afkomstig van een grote internationale zakenbank. Die funding wil NLInvesteert ook breder beschikbaar maken voor het Nederlandse MKB.

Daarnaast zorgt de terugkeer van banken in hybride financieringsstructuren voor verdere verschuivingen. Waar in 2023 en 2024 bij ongeveer 30% van de door NLInvesteert geregisseerde financieringen een bank betrokken was, is dat in 2025 gestegen naar circa 50%. Dit verandert de dynamiek in de markt en dwingt alternatieve financiers tot verdere specialisatie en schaalvergroting.

Takke: “Je ziet dat de markt zich snel ontwikkelt van versnippering naar volwassenheid. Partijen zoeken niet langer alleen volume, maar vooral een duurzaam model waarin funding, distributie, toezicht en risicobeheer goed op elkaar aansluiten. Betrouwbaarheid wordt belangrijker dan snelle groei.”

Een belangrijke mijlpaal voor NLInvesteert zelf was eerder het verkrijgen van de crowdfundingvergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), onder de Europese CSPR-verordening. Deze vergunning zorgt voor betere bescherming van investeerders. Daarnaast werd NLInvesteert als eerste financieringsplatform geaccrediteerd voor de verruimde BMKB-staatsgarantieregeling, waarmee leningen met extra staatsgarantie kunnen worden verstrekt. 

Uitbetaling compensatie woekerpolissen Reaal kan beginnen

Ruim 90% van de deelnemers aan de woekerpolisclaim met een polis van Reaal is akkoord met zijn of haar persoonlijke compensatievoorstel. Daarmee kan de overeenkomst worden uitgevoerd die de Consumentenbond, ConsumentenClaim, Stichting Woekerpolisproces, Vereniging Woekerpolis.nl en Wakkerpolis sloten met deze verzekeraar en kan uitbetaling van start.

In maart 2024 werden de belangenorganisaties het eens met verzekeraar Reaal en zijn rechtsvoorgangers over compensatie voor een groep consumenten met beleggingsverzekeringen. De Vereniging Woekerpolis.nl staakte hierop zijn juridische procedure tegen Reaal.

Eerder gingen consumenten akkoord met schikkingen met Achmea, a.s.r./Aegon en Nationale Nederlanden. Ook met De Goudse sloten de organisaties een akkoord. Deelnemers aan die claim ontvangen binnen afzienbare tijd ook hun persoonlijke voorstel.

Het kan nog wel even duren voordat alle deelnemers het geld op hun rekening hebben staan. Stef Smit, directeur ConsumentenClaim: ‘Het gaat om een groot aantal deelnemers. Het controleren en uitbetalen van de claims is dus een flinke operatie, maar we doen er alles aan om dit proces zo snel en soepel mogelijk te laten verlopen.’

De Consumentenbond adviseert consumenten die hun aanbod nog niet hebben geaccepteerd, dat zo snel mogelijk alsnog te doen. Zo kunnen zij zonder vertraging in het uitbetalingsproces worden meegenomen.

Consumenten lieten verzekeraars beleggen met hun verzekeringspremie en hoopten zo een mooi kapitaal op te bouwen. Maar verzekeraars informeerden hun klanten onvoldoende over de kosten die zij daarbij in rekening brachten. Hierdoor viel het beleggingsrendement tegen en werden de voorgespiegelde eindbedragen niet gehaald. Deze verzekeringsproducten werden bekend als ‘woekerpolis’.

maandag 11 mei 2026

Advies AG: niet-bezwaarmakers hebben geen recht op teruggave box 3-heffing jaren 2017-2020

Niet-bezwaarmakers hebben geen recht op teruggave van box 3-heffing over de jaren 2017-2020 naar aanleiding van het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Pauwels de Hoge Raad in zijn conclusies in twee zaken.

De Hoge Raad heeft in het Kerstarrest geoordeeld dat het sinds 2017 geldende stelsel van box 3-heffing in strijd is met het recht op eigendom en het gelijkheidsbeginsel uit het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Belastingplichtigen die tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2017-2020, kwamen door dit arrest in aanmerking voor vermindering van die aanslagen, indien de box 3-heffing in de aanslag was berekend over een forfaitair rendement dat hoger is dan het werkelijke rendement.

Bij belastingplichtigen die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de aanslagen voor de jaren 2017-2020 (de niet-bezwaarmakers) staan de aanslagen onherroepelijk vast. Ook als een belastingaanslag onherroepelijk vaststaat, kan de inspecteur van de Belastingdienst echter de belastingaanslag uit eigen beweging (ambtshalve) verminderen. De inspecteur is daarbij gebonden aan het wettelijke kader voor ambtshalve vermindering. Hoofdregel is dat een belastingaanslag ambtshalve wordt verminderd als deze op een te hoog bedrag is vastgesteld. Een uitzondering geldt voor het geval dat ‘de onjuistheid van de belastingaanslag voortvloeit uit jurisprudentie die pas tot stand is gekomen nadat die belastingaanslag onherroepelijk vast is komen te staan’ (hierna: de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering). Er is echter ook geregeld dat de minister van Financiën anders kan bepalen.

De minister van Financiën heeft voor de niet-bezwaarmakers met betrekking tot de box 3-heffing over de jaren 2017-2020 niet anders bepaald. Het kabinet heeft namelijk in september 2022 besloten dat de niet-bezwaarmakers niet in aanmerking komen voor vermindering van hun aanslagen.

Veel niet-bezwaarmakers hebben zich niet neergelegd bij dit kabinetsbesluit. Zij hebben met een beroep op het Kerstarrest de inspecteur toch verzocht om hun aanslagen over de jaren 2017-2020 ambtshalve te verminderen. De belanghebbenden in de twee zaken waarin de AG conclusie neemt, behoren tot de niet-bezwaarmakers die zo’n verzoek hebben gedaan.

Omdat zoveel niet-bezwaarmakers hebben verzocht om ambtshalve vermindering van hun aanslagen, heeft de staatssecretaris van Financiën besloten deze verzoeken aan te wijzen voor de zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure. Daarbij is als rechtsvraag geformuleerd, kort gezegd, of de niet-bezwaarmakers een beroep kunnen doen op het Kerstarrest. De toepassing van de massaalbezwaarplusprocedure houdt in dat een aantal zaken wordt geselecteerd om daarin de gemeenschappelijke rechtsvraag uit te procederen voor de rechter, en dat als de Hoge Raad uiteindelijk heeft geoordeeld over de rechtsvraag, de inspecteur alle andere verzoeken afhandelt op basis van dat oordeel.

De twee zaken waarin de AG conclusie neemt, zijn twee van de vier zaken die zijn geselecteerd om uit te procederen. Het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad in deze twee zaken zal daarom ook van belang zijn voor alle andere niet-bezwaarmakers die met een beroep op het Kerstarrest hebben verzocht om vermindering van hun aanslagen.

Volgens de inspecteur en de staatssecretaris van Financiën kunnen de niet-bezwaarmakers niet met een beroep op het Kerstarrest in aanmerking komen voor ambtshalve vermindering van hun aanslagen, omdat de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering van toepassing is. Die opvatting is in een eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 20 mei 2022 juist geacht.

In de massaalbezwaarplusprocedure wordt desondanks opnieuw de vraag aan de orde gesteld of de niet-bezwaarmakers een beroep kunnen doen op het Kerstarrest. Dit heeft ermee te maken dat volgens diverse organisaties die opkomen voor de belangen van de niet-bezwaarmakers, niet alle relevante argumenten aan bod zijn gekomen in de eerdere uitspraak van de Hoge Raad.

De twee zaken betreffen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. In beide zaken is de belanghebbende in het ongelijk gesteld. Kern van het oordeel van de rechtbanken is dat de nieuwe-jurisprudentie-uitzondering van toepassing is, waardoor de aanslagen niet hoeven te worden verminderd.

Hypotheekrenteaftrek opnieuw onder vuur na CPB-onderzoek

De hypotheekrenteaftrek ligt opnieuw onder vuur. Uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat verschillende fiscale regelingen bijdragen aan toenemende vermogensongelijkheid in Nederland. Volgens Peter Kavelaars, emeritus hoogleraar fiscale economie van Erasmus School of Economics, bevestigt het rapport een ontwikkeling die al langer zichtbaar is: het verschil tussen mensen die vooral van arbeid leven en mensen die vooral van vermogen leven, groeit.

Het CPB concludeert dat het Nederlandse belastingstelsel in de praktijk minder progressief uitpakt dan vaak wordt gedacht. Hoewel hogere inkomens formeel zwaarder worden belast, betalen de hoogste vermogens relatief minder belasting dan groepen daaronder. Vooral vermogende huishoudens profiteren volgens het planbureau van fiscale constructies en uitzonderingen.

Kavelaars wijst in een interview bij BNR Nieuwsradio daarbij vooral op de rol van box 2, waarin inkomsten uit aanmerkelijk belang worden belast. Vermogende huishoudens kunnen winsten in besloten vennootschappen laten zitten, waardoor belastingheffing langdurig wordt uitgesteld.

‘Ondernemingen draaien goed en maken winst. Die winst wordt belast, maar vervolgens niet uitgekeerd aan aandeelhouders’, zegt Kavelaars. ‘Daardoor blijft veel vermogen opgepot in vennootschappen en komt het niet beschikbaar voor consumptie of aanvullende belastingheffing.’ Volgens de emeritus hoogleraar schuift het vermogen daardoor vaak generaties lang door. ‘In veel gevallen blijft dat vermogen ook bij vererving buiten schot. Dat is maatschappelijk geen wenselijke ontwikkeling.’ Als mogelijke oplossing noemt Kavelaars een systeem van fictieve dividendheffing, vergelijkbaar met het gebruikelijk loon voor directeur-grootaandeelhouders.

Ook de hypotheekrenteaftrek krijgt in het CPB-rapport stevige kritiek. De regeling zou de kloof tussen huiseigenaren en huurders vergroten en tegelijkertijd onvoldoende effectief zijn. ‘De hypotheekrenteaftrek is voor veel huiseigenaren een sympathieke regeling, maar economisch gezien is zij niet effectief en inefficiënt’, zegt Kavelaars. ‘Bovendien is het systeem zeer complex geworden.’ Het afbouwen of afschaffen van de regeling zou volgens hem ruimte bieden om belastingen op arbeid te verlagen. Daarmee kan de overheid volgens Kavelaars een eerlijker belastingverdeling realiseren.

De discussie over de hypotheekrenteaftrek speelde ook een prominente rol tijdens eerdere verkiezingscampagnes. Toch heeft het huidige kabinet vooralsnog geen plannen aangekondigd om de regeling fundamenteel aan te passen.

Volgens het CPB ondermijnt het huidige belastingstelsel de kansengelijkheid in Nederland. Vooral huishoudens met veel vermogen profiteren van fiscale voordelen, terwijl werkenden relatief zwaarder worden belast. Kavelaars benadrukt dat de groeiende vermogensongelijkheid niet direct schadelijk hoeft te zijn voor de economie, maar maatschappelijk wel vragen oproept. ‘Het tast de economie niet direct aan, maar het is geen goede maatschappelijke ontwikkeling’, aldus Kavelaars. ‘En het is bovendien geen typisch Nederlands probleem; we zien deze trend wereldwijd.’

vrijdag 8 mei 2026

Verzekeraar Achmea schrapt 350 banen bij bekende merken

Verzekeraar Achmea wil komende jaren een efficiency-slag doorvoeren bij een aantal van haar merken: Zilveren Kruis, Centraal Beheer en Interpolis. De ingreep is onderdeel van de strategische visie voor 2030 en kost naar verwachting 350 banen. 

Voor CNV-onderhandelaar André Kamer komt de reorganisatie niet als een verrassing. 'De financiële wereld is volop in beweging. Overal wordt gereorganiseerd. Achmea heeft zelf bij de presentatie van de jaarcijfers al aangekondigd dat er reorganisaties te verwachten zijn. Dus deze aankondiging komt niet helemaal uit de lucht vallen. De belangrijkste en grootste uitdaging is nu om werknemers hier zo goed mogelijk bij te begeleiden. Dat betekent: volop inzetten op scholing, zodat zoveel mogelijk werknemers voor het bedrijf behouden kunnen blijven.'

De aangekondigde reorganisatie heeft gevolgen voor de ongeveer 2.400 werknemers bij bekende merken als Zilveren Kruis, Centraal Beheer en Interpolis. De 350 banen die Achmea daar wil schrappen, betreffen vooral werknemers op de afdelingen productontwikkeling, distributie, communicatie en marketing. Kramer: 'Achmea wil de verschillende merken beter gaan stroomlijnen. Minder eilandjes, meer eenduidige processen. Ook de inzet van AI speelt natuurlijk een rol.'
Hopelijk geen gedwongen ontslagen

Of er gedwongen ontslagen zullen vallen, is op dit moment nog niet duidelijk. 'Misschien valt het mee', hoopt Kramer. 'Achmea kan waarschijnlijk veel oplossen met een vacaturestop, natuurlijk verloop en het verkleinen van de flexibele schil. Hopelijk zijn er geen gedwongen ontslagen nodig.'

Huizenprijzen tot einde jaar naar verwachting stabiel, volgend jaar weer lichte stijging

ING Research verwacht dat de huizenprijzen tot het einde van dit jaar vrijwel stabiel blijven. Door eerdere prijsstijgingen aan het begin van het jaar komt de stijging dit jaar naar verwachting uit op circa 1,5%. Ook volgend jaar zullen de huizenprijzen bescheiden stijgen. 

De belangrijkste reden hiervoor is het oplopende woningaanbod, vooral door de verkoop van huurwoningen door beleggers. Tegelijkertijd drukken de iets hogere hypotheekrente en een voorzichtiger sentiment de vraag licht. Het aantal woningverkopen blijft ondertussen hoog.

De woningmarkt raakt wat meer in balans. In het eerste kwartaal werden 56.000 bestaande woningen verkocht, evenveel als in het recordjaar 2017, blijkt uit cijfers van het CBS. De stijging van het verkoopvolume zette daarbij niet door: seizoensgecorrigeerd ligt het aantal verkopen op ongeveer hetzelfde niveau als eind 2025. De huizenprijzen stijgen nog wel, maar minder hard dan vorig jaar. Afgelopen kwartaal stegen de huizenprijzen seizoensgecorrigeerd met 1,1% ten opzichte van een kwartaal eerder, tegen 2% een jaar geleden.
     
Tot eind volgend jaar stabilisering van verkopen en bescheiden huizenprijsstijging
Vooruitkijkend is de verwachting dat het aantal woningverkopen tot eind 2027 stabiliseert op een hoog niveau en de huizenprijzen bescheiden toenemen.

ING verwacht dat het aantal verkopen van bestaande woningen dit jaar uitkomt op 240.000, vergelijkbaar met 2025. Daarbij blijft het aantal naar verwachting net onder het recordniveau uit 2017, toen er 242.000 transacties waren. Ook volgend jaar verwachten we 240.000 transacties van bestaande woningen.

De huizenprijzen stijgen naar verwachting verder, maar minder hard dan in de afgelopen jaren. ING verwacht dat de huizenprijzen eind dit jaar circa 1,5% hoger liggen dan eind vorig jaar. Deze bescheiden stijging is grotendeels al in het eerste kwartaal gerealiseerd, wat betekent dat we voor de rest van het jaar uitgaan van overwegend stabiele prijzen. In de loop van volgend jaar verwachten we weer prijsstijgingen. We verwachten dat de huizenprijzen eind volgend jaar 2% hoger staan dan eind dit jaar.

donderdag 7 mei 2026

Forse stijging spaarrente deposito’s

De spaarrente op deposito’s laat een opvallende stijging zien. Dat stelt Geld.nl. De financiële vergelijkingssite monitort alle spaarrentes en ziet op bijna alle looptijden de rente oplopen. “De rente op een deposito van één jaar staat nu op 3,00%. Dat is de hoogste rente sinds anderhalf jaar”, aldus Sieto de Vries, spaarexpert bij Geld.nl.

Geld.nl signaleert een brede beweging op de depositomarkt. Op bijna alle looptijden variërend van 3 maanden tot 10 jaar, lopen de spaarrentes op dit moment op. De hoogste depositorente staat op dit moment op 3,41% bij een looptijd van 10 jaar. “Economische onzekerheid en geopolitieke spanningen leiden ertoe dat de kapitaalmarktrentes, de rentes voor de langere termijn, stijgen. Dat zorgt voor hogere hypotheekrentes, maar ook voor hogere depositorentes. Spaarders profiteren in dit geval dus van de oplopende rente”, legt De Vries uit.

Opvallend is dat ook deposito’s met een korte looptijd een brede stijging laten zien. Bij het spaardeposito met een looptijd van één jaar verhoogden in 4 weken tijd maar liefst 22 banken hun rente. De hoogste spaarrente op een deposito voor één jaar steeg de afgelopen maand van 2,65% naar 3,00%. Zo’n hoge rente kregen consumenten voor het laatst in januari 2025, bijna anderhalf jaar geleden.

“Deze beweging laat zien dat banken verlegen zitten om spaargeld, want bij de kortlopende deposito’s kijken banken ook naar de ECB-rente. En die is bij het laatste rentebesluit van de ECB op 30 april gewoon op 2% gebleven”, licht De Vries toe. Toch is de behoefte aan spaargeld zo groot, dat banken bereid zijn om daar flink boven te gaan zitten.”

Bij deposito sparen zet je je geld voor een afgesproken periode weg. In ruil daarvoor krijg je een vaste rente. Je geld tussentijds opnemen kan bij veel deposito’s niet, of alleen onder bepaalde voorwaarden. Meestal betaal je dan een boeterente. Hierdoor zijn veel consumenten huiverig voor deposito sparen. De Vries heeft daarom een paar tips voor spaarders die een spaardeposito willen proberen.

“Begin met een deposito met een korte looptijd. Zo krijg je nu bij Centraal Beheer op een spaardeposito van 3 maanden ook 3,00%. Zet daar het deel van je spaargeld op dat je die periode zeker kunt missen. Zo ervaar je hoe eenvoudig een deposito werkt. Bevalt het, dan open je meer deposito’s met verschillende looptijden. Daarmee valt er steeds een deel van je spaargeld vrij en blijf je flexibel. Houd daarnaast een deel van je spaargeld op een vrij opneembare spaarrekening.”

De tweede tip van De Vries luidt: check altijd even de voorwaarden van het deposito dat je opent. “Bij sommige deposito’s mag je je geld onder bepaalde voorwaarden wel eerder opnemen, bijvoorbeeld als je een huis koopt. Dat is handig als je een grotere som spaargeld hebt en daar een mooi rendement over wilt behalen. Want laat je het op een gewone spaarrekening staan bij je huisbank, dan krijg je nu zo’n 1,25% tot 1,50% rente. Het tijdelijk vastzetten scheelt je op een bedrag van € 20.000 al snel € 300 per jaar.” 

Securitisatiemarkt steeds breder; woninghypotheken verliezen terrein

De samenstelling van de Nederlandse securitisatiemarkt is de afgelopen jaren stevig veranderd, blijkt uit nieuwe cijfers van DNB. Bestond deze voorheen vooral uit woninghypotheken, tegenwoordig is de mix van gesecuritiseerde leningen een stuk breder.

In totaal steeg het aandeel van andere leningen dan hypotheken in de periode 2020-2025 van 12% tot 29%, waarbij hun uitstaande bedrag bijna verdubbelde tot € 8,5 miljard. Het gaat dan bijvoorbeeld om autoleningen en consumentenkredieten.

Van oudsher bestaat de Nederlandse securitisatiemarkt grotendeels uit verpakte woninghypotheken die op financiële markten worden verhandeld. Sinds het hoogtepunt in 2007 is de omvang van deze securitisaties sterk afgenomen, onder meer door strengere regelgeving en gunstigere andere financieringsvormen. Daarbij spelen met name ook de gedekte obligaties (‘covered bonds’) met woninghypotheken als onderpand een rol, die Nederlandse banken sindsdien zijn gaan uitgegeven. 

Om afgesloten leningen te (her)financieren of de risico's daarvan over te dragen, kunnen kredietverstrekkers geld ophalen door obligaties aan beleggers te verkopen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van securitisaties. Daaronder wordt hier verstaan de bundeling van eerder verstrekte leningen en de herverpakking daarvan als obligaties via speciaal daarvoor opgerichte ondernemingen. In dit bericht wordt gekeken naar de uitstaande omvang daarvan. Dat is het verschil tussen ooit uitgegeven securitisaties (obligaties) en aflossingen daarop. Bovendien gaat het hierbij uitsluitend om securitisaties die aan beleggers zijn verkocht (en niet zelf zijn gehouden).

De securitisatiemarkt kan een rol spelen in een Europese kapitaalmarktunie ter stimulering van investeringen, zoals genoemd in het Draghi-rapport ‘The future of European competitiveness’. Met securitisaties kunnen namelijk risico's worden gespreid en kan geld worden vrijgemaakt voor nieuwe investeringen.

De daling van gesecuritiseerde woninghypotheken is nog sterker als uitsluitend wordt gekeken naar woninghypotheken voor eigen bewoning. De securitisatie van verhuurhypotheken (hypothecaire leningen voor woningen die niet door de eigenaar zelf worden bewoond, maar worden verhuurd, ook wel ‘buy to let’ genoemd) nam in de periode 2020-2025 namelijk toe. In de afgelopen twee jaar trad hierbij echter een daling op. Dit kan worden verklaard door onder meer de toegenomen huurregulering en hogere belastingen, waardoor verhuurhypotheken minder aantrekkelijk zijn geworden.

woensdag 6 mei 2026

Tekortkomingen in reclame-uitingen en kosteninformatie cryptopartijen

Cryptoactivadienstverleners (CASPs) hebben stappen gezet in het verbeteren van hun reclame-uitingen en kosteninformatie, maar er is nog altijd te vaak sprake van onjuiste, onduidelijke of misleidende informatie. Zowel bij Nederlandse als internationale partijen die actief de Nederlandse markt bedienen, zijn tekortkomingen geconstateerd. 

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) vindt dit zorgelijk: wie de informatieverstrekkingsnormen blijft schenden, moet rekening houden met handhavende maatregelen.

‘We zien dat sommige partijen echt hun best doen, maar tegelijkertijd blijven te veel CASPs achter. Dit is het moment voor de sector om verantwoordelijkheid te nemen. De ruimte voor coulance is nu wel benut’, aldus Hanzo van Beusekom, bestuurder bij de AFM.

CASPs moeten volgens cryptoregelgeving MiCAR ‘correcte, heldere en niet-misleidende informatie’ verstrekken en informatie over kosten op een prominente plek op de website plaatsen. Voor het onderzoek zijn de reclame-uitingen en kosteninformatie van 33 CASPs onderzocht. 

Onder de onderzochte partijen waren bij 14 partijen significante tekortkomingen voor reclame-uitingen en bij 19 partijen significante tekortkomingen op het vlak van kosteninformatie. De Nederlandse partijen die dit betreft ontvangen binnenkort een toezichtbrief. Voor de tien internationale partijen informeren we de relevante nationale toezichthouders ten aanzien van de geconstateerde tekortkomingen. 

Veel reclame-uitingen waren onvoldoende evenwichtig over de risico’s. Zo zag men nog steeds uitingen waarin werd verwezen naar ‘veilig’ handelen in crypto, zonder verdere uitleg of duiding van de risico’s. Voor een correcte, heldere en niet-misleidende informatieverstrekking is het essentieel dat risico’s helder worden benoemd en niet worden afgezwakt, zeker gezien de volatiliteit van cryptoactiva. 

dinsdag 5 mei 2026

Nederland onderhandelt met vier nieuwe landen over belastingverdrag

Nederland is met vier nieuwe landen in onderhandeling over een belastingverdrag. Het gaat om Nieuw-Zeeland, Nigeria, Peru en Zimbabwe. Een belastingverdrag geeft duidelijkheid aan mensen en bedrijven over welk land belasting mag heffen over het inkomen en vermogen. In 2026 onderhandelt Nederland in totaal met twaalf landen over een nieuw belastingverdrag. Daarnaast zijn de onderhandelingen voor zeven belastingverdragen afgerond.

Nederlandse burgers en bedrijven werken en ondernemen veel over de grens. Met belastingverdragen wordt voorkomen dat burgers en bedrijven meer dan een keer belasting betalen over hetzelfde inkomen of vermogen. Meer bedrijvigheid tussen landen versterkt bovendien de handelsrelatie.

Nederland onderhandelt in 2026 met twaalf landen over een belastingverdrag, namelijk: Aruba, Brazilië, Ecuador, Mozambique, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Uganda, Peru, Portugal, Roemenië, Suriname en Zimbabwe. Gedurende het jaar kunnen ook nieuwe onderhandelingen worden gestart. Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) publiceert ieder kwartaal een overzicht met de landen waarmee op dat moment onderhandelingen lopen.

Met Benin, Spanje en Zweden is een akkoord bereikt; met deze landen wordt een moment gepland voor ondertekening. De ondertekende belastingverdragen met Bangladesh, België en Thailand worden voorgelegd aan de Tweede en Eerste Kamer. Het verdrag met Sint Maarten is al ingediend bij het parlement. Het gewijzigde belastingverdrag met Duitsland is in werking getreden per 1 januari 2026.

Veranderingen in de wereld hebben ook impact op belastingverdragen. Zo leiden geopolitieke veranderingen ertoe dat internationale samenwerking steeds moeizamer verloopt. Dit maakt een uitgebreid netwerk van bilaterale verdragen en samenwerking binnen de Europese Unie des te belangrijker.

Steeds meer mensen en bedrijven zijn actief in het buitenland en krijgen te maken krijgen met verschillende belastingsystemen. Door deze globalisering worden belastingverdragen belangrijker. Verdragen zorgen in die situaties voor duidelijkheid en het voorkomen van dubbele belasting. Tegelijkertijd staat internationale samenwerking soms onder druk, bijvoorbeeld door invoertarieven. Nederland blijft zoeken naar samenwerking met landen over het maken van belastingafspraken. Bijvoorbeeld met nieuwe landen zoals Peru, maar ook met het aanpassen van verouderde belastingverdragen, zoals die met Nieuw-Zeeland. Tegelijkertijd houdt Nederland in het verdragsbeleid rekening met de bijzondere positie van ontwikkelingslanden, zoals Nigeria.

Bedrijven en burgers die beschikken over fiscale informatie die van belang kan zijn voor de lopende of voorgenomen onderhandelingen worden uitgenodigd om contact op te nemen met het ministerie van Financiën via belastingverdragen@minfin.nl. Het ministerie kan die informatie vervolgens betrekken bij de onderhandelingen. Met het oog op de toekomst is informatie over problemen met dubbele belastingen die in andere landen spelen dan hierboven genoemd ook welkom.

maandag 4 mei 2026

Certe koppelt ChatGPT-gebruikers aan financieel adviseurs met AI-app MijnAdviseur

Certe groep heeft de applicatie MijnAdviseur gelanceerd, een AI-oplossing die verzekeringsvragen koppelt aan aangesloten adviseurs. De applicatie is ontwikkeld door certe en ingediend bij OpenAI(ChatGPT).

Via MijnAdviseur worden gebruikers met een verzekeringsvraag of -behoefte gekoppeld aan een financieel adviseur binnen het netwerk van certe. Daarmee verbindt certe digitale klantvragen met professioneel advies en wordt de adviseur actief gepositioneerd binnen AI-gedreven omgevingen.

De introductie past binnen de strategie van certe om de professionele risicoadviseur centraal te stellen. In plaats van technologie in te zetten voor directe verkoop of prijsvergelijking, richt de organisatie zich op het verbinden van klantvragen aan deskundig advies.

Volgens Hamza Bouyafa, CTOO van certe groep, is dit een bewuste koers: “Wij geloven in meesterschap. Met MijnAdviseur zorgen we dat klantvragen niet blijven hangen in generieke antwoorden, maar terechtkomen bij een adviseur die kan doorvragen, duiden en adviseren.”

Certe kiest er nadrukkelijk voor om niet te opereren als direct writer of te concurreren op de laagste premie. De focus ligt op kwaliteit van dienstverlening en het versterken van de rol van de adviseur, ondersteund door technologie.

MijnAdviseur maakt onderdeel uit van het ecosysteem van certe, waarmee advieskantoren gebruik kunnen maken van technologie en infrastructuur zonder eigen ontwikkelinvesteringen. De applicatie fungeert daarbij als kanaal om klantvragen te verbinden aan aangesloten adviseurs.

Het platform wordt beschikbaar gesteld aan advieskantoren die willen aansluiten op deze infrastructuur en distributiemogelijkheid.

Aantal financiële holdings van multinationals bijna gehalveerd

Het aantal financiële holdings van multinationals is in ongeveer tien jaar tijd bijna gehalveerd, blijkt uit nieuwe cijfers van DNB. Telde deze zogeheten doorstroomsector in 2017 nog ruim 14 duizend organisaties in Nederland, in 2025 was dat gedaald naar nog geen 8000.

De doorstroomsector bestaat uit financiële holdings van multinationals. Deze holdings hebben nauwelijks personeel in dienst en worden gebruikt voor financieringsdoeleinden. Om juridische en fiscale redenen leiden multinationals vaak grote geldstromen via deze Nederlandse financiële holdings, maar de laatste jaren beëindigden veel van dit soort doorstroomvennootschappen hun activiteiten. Een beperkter deel van de daling hangt mogelijk samen met bijvoorbeeld fusies en veranderde activiteiten.

Bij De Nederlandsche Bank stellen we onafhankelijk statistieken op over de Nederlandse financiële sector en economie. Dit artikel is gebaseerd op die cijfers. Meer informatie over onze statistieken en alle dashboards vind je op de Statistiek homepage.

De krimp van de doorstroomsector is ook zichtbaar in de balansomvang van deze holdings: sinds eind 2017 daalde deze balansomvang van 652% tot 401% van het bruto binnenlands product (bbp), naar € 4.732 miljard per eind 2025.

Deze daling en het verdwijnen van het aantal holdings hangt mogelijk samen met diverse maatregelen die sindsdien zijn genomen om belastingontwijking via doorstroomstructuren terug te dringen. Zo heeft Nederland inmiddels een bronbelasting op rente-, royalty- en dividendbetalingen aan een laagbelastend land. Ook is er een wereldwijde minimumbelasting van 15% op bedrijfswinsten van kracht gegaan.

Ondanks deze daling is Nederland overigens nog steeds een belangrijk centrum voor doorstroom: binnen Europa heeft Nederland op Luxemburg na nog steeds de grootste doorstroomsector. Daarnaast heeft de krimp in aantallen en balansomvang beperkt effect op de economie, omdat deze financiële holdings nauwelijks echte economische activiteiten hebben in Nederland.  

De daling van het aantal holdings draagt mogelijk ook (deels) bij aan de afname van het aantal actieve Nederlandse trustkantoren. De financiële holdings van multinationals gebruiken dit soort organisaties namelijk omdat die het bestuur en de administratie in Nederland kunnen regelen zonder dat de multinational daar zelf mensen of een kantoor nodig heeft.

Het aantal trustkantoren halveerde sinds 2017, van circa 200 naar iets meer dan 100 in 2025.
DNB publiceert nieuwe statistieken over doorstroomsector

De gezamenlijke balans van de financiële holdings die de laatste jaren zijn verdwenen bedroeg in 2017 € 1.464 miljard, destijds ongeveer een derde van de totale balans van de doorstroomsector.