Imtech, de (ex)-bestuurders van Imtech, Rabobank, ING Bank, ABN AMRO Bank en Commerz Bank kunnen binnenkort een claim verwachten van een groep aandeelhouders die zich hebben verenigd in de stichting Imtechclaim.nl. Op 4 februari 2013 kelderde de koers van het aandeel Imtech met ruim 48% nadat bekend werd dat er sprake was van fraude door Imtech bij de bouw van een Pools pretpark. Op 6 februari 2013 bleek dat er ook sprake was van grootschalige fraude in Duitsland. Sinds het bekend worden van de fraude is het aandeel Imtech in een vrije val terechtgekomen.
Aandeelhouders hebben hierdoor fors schade geleden en hebben de waarde van hun aandelen zien dalen van € 19,65 naar € 0,01. De vereniging van effectenbezitters (VEB) sloot eerder een deal met Imtech, waarbij een vergoeding van € 1,00 werd bedongen voor leden van de vereniging en van € 0,50 voor niet-leden. De Stichting ImtechClaim vindt deze schikking niet alleen veel te mager, maar is vooral van mening dat de banken moeten bijdragen in de schadevergoeding vanwege de dubieuze dubbelrol die zij hebben gespeeld als aandeelhouder van Imtech en emissiebegeleidende instelling waarbij zij verantwoordelijk waren voor de prospectus.
De Rabobank, ABN Bank, ING Bank en Commerz Bank bezitten samen een groot pakket aandelen in Imtech. Hiermee bepalen zij middels de aandeelhoudersvergadering feitelijk de emissieagenda bij Imtech. De opbrengst van de emissie ter grote van 1,188 miljard euro is daardoor geheel bij de banken terechtgekomen ter financiering van aflossing, rente en kosten. Hierdoor hebben de banken de zichzelf bevoordeeld ten opzichte van de gewone aandeelhouder.
Van de 60 miljard aandelen uitgegeven door Imtech is slechts 51,3% gekocht door aandeelhouders. Via een zogenoemde rump-offering is vervolgens nog 1% verkocht aan institutionele beleggers. De overige ruim 47% van de aandelen is in bezit van de banken. Op 26 april a.s. eindigt de lock-up periode en zijn de banken gerechtigd deze aandelen te verkopen. Op korte termijn komt dan ook een grote hoeveelheid aandelen Imtech op de markt.
Pieter Lijesen, voorzitter van de Stichting ImtechClaim.nl: ”Naast Imtech en haar ex-bestuurders richten wij ons met deze claim vooral op de banken. Door middel van een overmacht in de aandeelhoudersvergadering hebben de banken het volstrekt idiote besluit genomen om 60 miljard extra aandelen uit te geven. Een haast onvoorstelbare hoeveelheid. Hierdoor heeft een enorme verwatering plaatsgevonden waardoor de waarde van de aandeelhouder die niet wilde of kon bijkopen de waarde van zijn aandelen zag dalen met 99,24%. De hele emissie diende slechts één doel: het scheppen van de mogelijkheid voor Imtech om haar schulden aan de banken te voldoen en dit allemaal ten koste van de gewone aandeelhouder. En uiteraard gaan wij ons binnenkort ook melden bij Imtech zelf want de lage schikking die ze hebben gemaakt met de VEB is enkel voortgekomen onder de angst dat Imtech het anders niet zou redden. Maar met de door Imtech aangekondigde order van Liander is het voortbestaan niet langer een issue”.
vrijdag 24 april 2015
Kleine zorgverzekeraars winnen marktaandeel
Het huidige Nederlandse zorgstelsel kent negen concerns die in totaal bijna 50 zorgverzekeraars (labels) beheren. De ‘relatief’ kleine concerns winnen de afgelopen jaren aan marktaandeel. De markt wordt nog steeds gedomineerd door de vier zorgverzekeraars Achmea, VGZ, CZ en Menzis die gezamenlijk 89 procent van de zorgverzekeringenmarkt in handen hebben. Dat percentage lag bij de invoering van de huidige Zorgverzekeringswet in 2006 op 91 procent. Dat blijkt uit cijfers van de Vektis Zorgthermometer 2015.
Het marktaandeel van de twee grootste zorgverzekeraars Achmea en VGZ is de laatste jaren afgenomen en blijft dit jaar steken op respectievelijk 31,2 en 24,7 procent van het aantal verzekerden in Nederland. CZ ziet haar klantenbestand de laatste jaren wel groeien en heeft inmiddels een aandeel van 20,5 procent. Menzis completeert de top vier met 12,6 procent.
Zorgverzekeraar DSW heeft dit jaar een klantengroei gerealiseerd van vijftien procent en heeft een marktaandeel van 3,1 procent. Ook ONVZ heeft de laatste twee jaar een gestage groei laten zien van tien procent en ASR is relatief de grootste stijger sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet.
In Nederland kan er inmiddels worden gekozen uit bijna 50 verschillende zorgverzekeraars, waarvan een van de negen concerns de risicodrager is. ZorgWijzer.nl heeft een infographic gepubliceerd met de verdeling van de zorgverzekeringsmarkt en het marktaandeel per concern in 2015.
Het marktaandeel van de twee grootste zorgverzekeraars Achmea en VGZ is de laatste jaren afgenomen en blijft dit jaar steken op respectievelijk 31,2 en 24,7 procent van het aantal verzekerden in Nederland. CZ ziet haar klantenbestand de laatste jaren wel groeien en heeft inmiddels een aandeel van 20,5 procent. Menzis completeert de top vier met 12,6 procent.
Zorgverzekeraar DSW heeft dit jaar een klantengroei gerealiseerd van vijftien procent en heeft een marktaandeel van 3,1 procent. Ook ONVZ heeft de laatste twee jaar een gestage groei laten zien van tien procent en ASR is relatief de grootste stijger sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet.
In Nederland kan er inmiddels worden gekozen uit bijna 50 verschillende zorgverzekeraars, waarvan een van de negen concerns de risicodrager is. ZorgWijzer.nl heeft een infographic gepubliceerd met de verdeling van de zorgverzekeringsmarkt en het marktaandeel per concern in 2015.
Maak uw gift aftrekbaar
Nederlandse huishouden geven gul aan goede doelen. Tip: het is ook mogelijk om giften volledig aftrekbaar te maken. Nederlandse huishoudens geven bijna 4,4 miljard euro aan goede doelen. Dat blijkt uit het onderzoek Geven in Nederland 2015 van de Vrije Universiteit Amsterdam.
.
Per huishouden komt dat neer op gemiddeld 204 euro. Nederlanders kiezen daarbij vooral voor kerk en levensbeschouwing, gevolgd door gezondheid en internationale hulp. Wel zijn er veel verschillen in geefgedrag. Zo doneert 12 procent van de huishoudens helemaal niet aan goede doelen. Ruim een kwart geeft minder dan 25 euro per jaar. Aan de andere kant schenkt 1 op de 70 Nederlanders (1,5 procent) meer dan 2.000 euro. Deze groep is goed voor meer dan een kwart van het totaalbedrag aan giften.
.
Per huishouden komt dat neer op gemiddeld 204 euro. Nederlanders kiezen daarbij vooral voor kerk en levensbeschouwing, gevolgd door gezondheid en internationale hulp. Wel zijn er veel verschillen in geefgedrag. Zo doneert 12 procent van de huishoudens helemaal niet aan goede doelen. Ruim een kwart geeft minder dan 25 euro per jaar. Aan de andere kant schenkt 1 op de 70 Nederlanders (1,5 procent) meer dan 2.000 euro. Deze groep is goed voor meer dan een kwart van het totaalbedrag aan giften.
Minister Dijsselbloem informeert Tweede Kamer over raad van toezicht AFM
De Autoriteit Financiële Markten (AFM), de raad van toezicht van de AFM en het ministerie van Financiën hebben maatregelen uitgewerkt voor de verdere professionalisering van het interne toezicht door de raad van toezicht. De regels voor nevenactiviteiten en financiële privébelangen voor leden van de raad van toezicht zijn aangescherpt en worden vastgelegd in de statuten. De rol en positie van de compliance officer is versterkt.
Dat hebben de AFM en het ministerie dinsdag bekendgemaakt. Minister Dijsselbloem heeft de Tweede Kamer hierover per brief geïnformeerd.
De AFM en de raad van toezicht hebben, in nauwe samenspraak met Financiën, in de afgelopen maanden maatregelen opgesteld ter versterking van gedrag en cultuur binnen de raad van toezicht. De minister en de AFM hebben hierbij invulling gegeven aan aanbevelingen uit het rapport “Raad van Toezicht Autoriteit Financiële Markten (AFM); Compliance en integriteit herijkt”.
De raad van toezicht is volgens de minister gebaat bij een open cultuur waarin men zich bewust is van de voorbeeldfunctie die men heeft. Daarom maken ‘gedrag en cultuur’ onderdeel uit van de maatregelen. De maatregelen dragen volgens de minister in grote mate bij aan de verdere professionalisering van het interne toezicht binnen de AFM. “Met dit pakket van maatregelen geven de AFM en de raad van toezicht op adequate wijze invulling aan de aanbevelingen uit het rapport.”
Merel van Vroonhoven, voorzitter van de AFM: “We hebben in goed overleg met het ministerie de bestaande regels rondom compliance en integriteit waar nodig geactualiseerd, aangescherpt en op elkaar afgestemd. Dit biedt een goed kader om een sterke, diverse raad te bemensen, die de AFM scherp houdt.”
Diana van Everdingen, waarnemend voorzitter van de raad van toezicht van de AFM: “We kunnen nu al onze aandacht richten op de vervulling van de openstaande vacatures. Het wervingsproces is dan ook in volle gang. Voor de zomer verwachten we nieuwe leden, onder wie de voorzitter, te kunnen presenteren.”
De AFM en de raad hebben in overleg met het ministerie van Financiën de regels geactualiseerd voor de beoordeling van nevenactiviteiten van leden van de raad van toezicht. Het vernieuwde kader behelst een inhoudelijke toetsing van nevenactiviteiten door de raad van toezicht als geheel en de nieuwe leden van de raad van toezicht moeten voortaan bepaalde financiële belangen afstoten, bevriezen of in zogenoemd vrijehandbeheer geven, voordat zij kunnen toetreden tot de raad van toezicht.
De compliance officer rapporteert direct aan de voorzitter van het bestuur en aan de voorzitter van de raad van toezicht. De compliance officer krijgt de bevoegdheid om gevraagd en ongevraagd te adviseren en om aanwezig te zijn bij vergaderingen van het bestuur. Hij krijgt ook toegang tot vergaderingen van de raad van toezicht.
Dat hebben de AFM en het ministerie dinsdag bekendgemaakt. Minister Dijsselbloem heeft de Tweede Kamer hierover per brief geïnformeerd.
De AFM en de raad van toezicht hebben, in nauwe samenspraak met Financiën, in de afgelopen maanden maatregelen opgesteld ter versterking van gedrag en cultuur binnen de raad van toezicht. De minister en de AFM hebben hierbij invulling gegeven aan aanbevelingen uit het rapport “Raad van Toezicht Autoriteit Financiële Markten (AFM); Compliance en integriteit herijkt”.
De raad van toezicht is volgens de minister gebaat bij een open cultuur waarin men zich bewust is van de voorbeeldfunctie die men heeft. Daarom maken ‘gedrag en cultuur’ onderdeel uit van de maatregelen. De maatregelen dragen volgens de minister in grote mate bij aan de verdere professionalisering van het interne toezicht binnen de AFM. “Met dit pakket van maatregelen geven de AFM en de raad van toezicht op adequate wijze invulling aan de aanbevelingen uit het rapport.”
Merel van Vroonhoven, voorzitter van de AFM: “We hebben in goed overleg met het ministerie de bestaande regels rondom compliance en integriteit waar nodig geactualiseerd, aangescherpt en op elkaar afgestemd. Dit biedt een goed kader om een sterke, diverse raad te bemensen, die de AFM scherp houdt.”
Diana van Everdingen, waarnemend voorzitter van de raad van toezicht van de AFM: “We kunnen nu al onze aandacht richten op de vervulling van de openstaande vacatures. Het wervingsproces is dan ook in volle gang. Voor de zomer verwachten we nieuwe leden, onder wie de voorzitter, te kunnen presenteren.”
De AFM en de raad hebben in overleg met het ministerie van Financiën de regels geactualiseerd voor de beoordeling van nevenactiviteiten van leden van de raad van toezicht. Het vernieuwde kader behelst een inhoudelijke toetsing van nevenactiviteiten door de raad van toezicht als geheel en de nieuwe leden van de raad van toezicht moeten voortaan bepaalde financiële belangen afstoten, bevriezen of in zogenoemd vrijehandbeheer geven, voordat zij kunnen toetreden tot de raad van toezicht.
De compliance officer rapporteert direct aan de voorzitter van het bestuur en aan de voorzitter van de raad van toezicht. De compliance officer krijgt de bevoegdheid om gevraagd en ongevraagd te adviseren en om aanwezig te zijn bij vergaderingen van het bestuur. Hij krijgt ook toegang tot vergaderingen van de raad van toezicht.
donderdag 23 april 2015
Nederland sluit nieuw belastingverdrag met Malawi
Nederland heeft een nieuw belastingsverdrag gesloten met Malawi. Een belangrijke vernieuwing is de opname van anti-misbruikbepalingen. Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en minister Goodall Gondwe (Financiën) hebben het nieuwe verdrag in Washington getekend. Ploumen: ,,Dit past binnen het kabinetsbeleid om anti-misbruikbepalingen op te nemen in de belastingverdragen met 23 ontwikkelingslanden. Met deze aanpak draagt het kabinet bij aan de bestrijding van belastingontwijking.’’
Het belastingverdrag met Malawi biedt fiscale zekerheid en versterkt de administratieve samenwerking, waarmee investeringen worden gestimuleerd en heffingsrechten worden gewaarborgd. Staatssecretaris Wiebes van Financiën, die samen met Ploumen namens Nederland aan de herziening heeft gewerkt: ,,Het verdrag kent ook afspraken over fiscale gegevensuitwisseling en administratieve bijstand om belastingontwijking en –ontduiking tegen te gaan. Door deze herziening kunnen de belastingautoriteiten van Malawi en Nederland beter samenwerken.’’
Nederland streeft er naar ontwikkelingslanden bilateraal en via internationale initiatieven te ondersteunen bij de verbetering van hun fiscale stelsels en de inrichting van de belastingadministratie. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in de overeengekomen bronheffingspercentages. Voor dividenden geldt een bronheffing van 5% bij een aandelenbelang van minimaal 10% en 0% voor pensioenfondsen. Voor overige dividenden gelden de normale tarieven van de beide landen. Voor interest geldt een tarief van 10% en royalty’s een tarief van 5%.
In het belastingverdrag is een anti-misbruikbepaling opgenomen die voorkomt dat de voordelen van het verdrag enkel worden gebruikt om belastingheffing te ontwijken. Bij dergelijk oneigenlijk gebruik of misbruik vervalt de mogelijkheid een beroep te doen op het belastingverdrag. De anti-misbruikbepalingen zien op belastingen op dividenden, rentes en royalties.
De opname van anti-misbruikbepalingen is een belangrijk element in dit verdrag. Nederland wil een voortrekkersrol spelen in de aanpak van belastingontwijking. De heronderhandelingen van belastingverdragen met 23 ontwikkelingslanden is een duidelijk voorbeeld van de initiatieven die Nederland hiertoe neemt.
woensdag 22 april 2015
Vergeten fles cognac blijkt 10.000 euro waard
Het zal je gebeuren; je krijgt als relatiegeschenk een fles cognac en denkt dat het om een gewone fles gaat. Je zet deze in de kast en jaren later wil je deze verkopen op een veiling. In plaats van de verwachte 200 euro, blijkt de fles echter zo'n 10.000 euro waard te zijn. Veilingmeester Guido Mascini van online veilinghuis Catawiki was dan ook aangenaam verrast toen er afgelopen week een fles ''Louis XIII Grande Champagne Très Vieille'' bij hem werd aangeboden voor de veiling. ''Ik moest even goed in mijn ogen wrijven. Het gaat hier namelijk om de meest exclusieve cognac die ooit door het bekende merk Rémy Martin is gemaakt. Van deze cognac zijn slechts een beperkt aantal genummerde flessen gebotteld. De exacte ouderdom van de cognac is onbekend, maar experts verwachten dat de cognac zeker 100 jaar oud is. De fles in onze veiling heeft nummer 114. Onlangs werd fles nummer 10 uit de reeks op een veiling in Singapore verkocht voor 70.000 euro''.
Veilingmeester Mascini geeft aan dat niemand precies weet hoeveel van deze flessen er precies zijn. ''De flessen liggen in de erfgoed kelders van Rémy Martin en worden nooit verkocht. Dat er nu dus één op de veiling wordt aangeboden is heel bijzonder, temeer omdat de aanbieder niet doorhad dat het om zo'n exclusieve cognac gaat''. Inmiddels wordt er al bijna 1.000 euro op de cognac geboden, maar de verwachting is dat dit bedrag aan het einde van de veiling zal oplopen tot zeker 10.000 euro.
De prijs van bijzondere flessen cognac en whisky is de laatste 10 jaar geëxplodeerd en met name in Azië is de vraag naar deze flessen erg groot. Volgens Mascini zijn de prijzen van deze flessen de laatste tijd zo gestegen omdat er steeds meer mensen zijn die cognac en whisky zien als een alternatieve investering. De flessen worden niet geopend om te drinken, maar bewaard om ze later weer met winst door te verkopen. ''Het is voor investeerders een unieke kans om in het bezit te komen van een fles van één van de meest gezochte cognacs ter wereld. Ik verwacht dan ook vanuit de hele wereld belangstelling voor deze fles'', aldus de veilingmeester.
Veilingmeester Mascini geeft aan dat niemand precies weet hoeveel van deze flessen er precies zijn. ''De flessen liggen in de erfgoed kelders van Rémy Martin en worden nooit verkocht. Dat er nu dus één op de veiling wordt aangeboden is heel bijzonder, temeer omdat de aanbieder niet doorhad dat het om zo'n exclusieve cognac gaat''. Inmiddels wordt er al bijna 1.000 euro op de cognac geboden, maar de verwachting is dat dit bedrag aan het einde van de veiling zal oplopen tot zeker 10.000 euro.
De prijs van bijzondere flessen cognac en whisky is de laatste 10 jaar geëxplodeerd en met name in Azië is de vraag naar deze flessen erg groot. Volgens Mascini zijn de prijzen van deze flessen de laatste tijd zo gestegen omdat er steeds meer mensen zijn die cognac en whisky zien als een alternatieve investering. De flessen worden niet geopend om te drinken, maar bewaard om ze later weer met winst door te verkopen. ''Het is voor investeerders een unieke kans om in het bezit te komen van een fles van één van de meest gezochte cognacs ter wereld. Ik verwacht dan ook vanuit de hele wereld belangstelling voor deze fles'', aldus de veilingmeester.
Donatus Verzekeringen betaalt kerken 43 procent premie terug
Donatus Verzekeringen, de onderlinge kerken- en monumenten-verzekeraar, behaalde in 2014 een brutowinst van 14,5 miljoen euro (2013 7,6 miljoen). Hierdoor kan Donatus 43 procent premierestitutie geven aan de leden; in totaal 11,6 miljoen. Niet eerder kon de verzekeraar in haar 163-jarige historie zo'n hoog bedrag aan de leden teruggeven.
Het totaal aantal schademeldingen daalde van 3.287 in 2013 naar 2.559 in 2014; het verschil wordt bijna volledig veroorzaakt door 901 stormmeldingen in 2013, terwijl dit in 2014 slechts 122 meldingen betreft.
De schadelast van diefstallen/inbraken/vandalisme is met 48 procent gedaald van 2,1 miljoen euro (847 schadegevallen) in 2013 naar 1,1 miljoen (766 schadegevallen) in 2014. Het aantal koper- en looddiefstallen hierin bedroeg 253 (280 in 2013) met een schadelast van 0,4 miljoen (1,0 miljoen in 2013). Het aantal kunstdiefstallen in kerken is verder gedaald van tot 14 tot 6 gevallen.
De totale geboekte bruto premie steeg in 2014 van 29,7 naar 31,0 miljoen (+4,4%). Het resultaat op beleggingen bedroeg 2,2 miljoen (2013: Euro 2,7 miljoen). Hier bovenop steeg de herwaarderingsreserve met 2,0 miljoen door het nog niet realiseerde rendement. De schades voor eigen rekening waren in 2014 veel lager dan in 2013 (6,2 miljoen versus 12,7 miljoen). De bedrijfskosten stegen in 2014 met Euro 0,2 miljoen naar 7,3 miljoen.
Het totaal aantal schademeldingen daalde van 3.287 in 2013 naar 2.559 in 2014; het verschil wordt bijna volledig veroorzaakt door 901 stormmeldingen in 2013, terwijl dit in 2014 slechts 122 meldingen betreft.
De schadelast van diefstallen/inbraken/vandalisme is met 48 procent gedaald van 2,1 miljoen euro (847 schadegevallen) in 2013 naar 1,1 miljoen (766 schadegevallen) in 2014. Het aantal koper- en looddiefstallen hierin bedroeg 253 (280 in 2013) met een schadelast van 0,4 miljoen (1,0 miljoen in 2013). Het aantal kunstdiefstallen in kerken is verder gedaald van tot 14 tot 6 gevallen.
De totale geboekte bruto premie steeg in 2014 van 29,7 naar 31,0 miljoen (+4,4%). Het resultaat op beleggingen bedroeg 2,2 miljoen (2013: Euro 2,7 miljoen). Hier bovenop steeg de herwaarderingsreserve met 2,0 miljoen door het nog niet realiseerde rendement. De schades voor eigen rekening waren in 2014 veel lager dan in 2013 (6,2 miljoen versus 12,7 miljoen). De bedrijfskosten stegen in 2014 met Euro 0,2 miljoen naar 7,3 miljoen.
ASN Bank naar 12 miljard euro beheerd vermogen
De ASN Bank overschreed in 2014 de grens van 12 miljard beheerd vermogen. De bank verwelkomde in 2014 bijna 40 duizend nieuwe klanten. Waarmee het totaal op 600.000 komt. Als gevolg van administratieve opschoning daalde het aantal klanten echter ook met 4.177.
Volgens algemeen directeur Ewoud Goudswaard was 2014 voor de ASN Bank een jaar waarin de bank zich concentreerde op de doelstelling van de bank om in 2030 netto klimaatneutraal te zijn. 'In 2014 hebben we onze ambitie verder uitgewerkt. Zowel nationaal als internationaal was er veel belangstelling voor.'
In 2013 formuleerde de ASN Bank haar klimaatambitie: zij wil in 2030 netto klimaatneutraal zijn met zowel haar kantoor als alle financieringen en beleggingen. Om dit te kunnen meten, ontwikkelde de bank een methode die inzicht geeft in de CO2-lasten en -baten, vergelijkbaar met een financieel baten- en lastenoverzicht. In 2030 moeten de CO2-lasten en -baten in evenwicht zijn. In 2014 was de doelstelling voor 45% gerealiseerd.
De invloed van alleen de ASN Bank op het klimaat is beperkt, maar de ambitie reikt verder. 'Wij willen de financiële sector laten zien dat het kan. Het klimaatvraagstuk is te belangrijk om te negeren. Daarom willen wij andere financiële instellingen inspireren ons voorbeeld te volgen', aldus Goudswaard. 'En dat lukt. In 2014 kregen we veel belangstelling en waardering voor onze ambitie en de methode die we hebben ontwikkeld. Ook SNS Bank N.V. (met de merken SNS Bank, Regiobank, BLG Wonen en Zwitserleven) heeft een klimaatambitie geformuleerd, namelijk ‘op weg naar klimaatneutrale uitzettingen op de balans’. Onze invloed reikt daarmee verder dan alleen de balans van de ASN Bank.'
Volgens algemeen directeur Ewoud Goudswaard was 2014 voor de ASN Bank een jaar waarin de bank zich concentreerde op de doelstelling van de bank om in 2030 netto klimaatneutraal te zijn. 'In 2014 hebben we onze ambitie verder uitgewerkt. Zowel nationaal als internationaal was er veel belangstelling voor.'
In 2013 formuleerde de ASN Bank haar klimaatambitie: zij wil in 2030 netto klimaatneutraal zijn met zowel haar kantoor als alle financieringen en beleggingen. Om dit te kunnen meten, ontwikkelde de bank een methode die inzicht geeft in de CO2-lasten en -baten, vergelijkbaar met een financieel baten- en lastenoverzicht. In 2030 moeten de CO2-lasten en -baten in evenwicht zijn. In 2014 was de doelstelling voor 45% gerealiseerd.
De invloed van alleen de ASN Bank op het klimaat is beperkt, maar de ambitie reikt verder. 'Wij willen de financiële sector laten zien dat het kan. Het klimaatvraagstuk is te belangrijk om te negeren. Daarom willen wij andere financiële instellingen inspireren ons voorbeeld te volgen', aldus Goudswaard. 'En dat lukt. In 2014 kregen we veel belangstelling en waardering voor onze ambitie en de methode die we hebben ontwikkeld. Ook SNS Bank N.V. (met de merken SNS Bank, Regiobank, BLG Wonen en Zwitserleven) heeft een klimaatambitie geformuleerd, namelijk ‘op weg naar klimaatneutrale uitzettingen op de balans’. Onze invloed reikt daarmee verder dan alleen de balans van de ASN Bank.'
FinTech investeringen verdrievoudigen naar 12 miljard
Wereldwijde investeringen in FinTech zijn het afgelopen jaar verdrievoudigd van $4 miljard in 2013 naar $12 miljard in 2014. Dit blijkt uit onderzoek van Accenture. De groei van FinTech-investeringen kan zowel bedreigingen als kansen bieden voor banken, die volgens het consultancybureau zichzelf snel zullen moeten aanpassen en een nieuwe bedrijfscultuur moeten ontwikkelen om niet achter te blijven.
Accenture heeft recent een nieuw rapport uitgegeven over investeringen in financiële technologie (afgekort tot FinTech) genaamd ‘The Future of Fintech and Banking: Digitally disrupted or reimagined?’ Voor het onderzoek heeft het consultancybureau gebruik gemaakt van de FinTech-investeringsdata van CB Insights, een wereldwijd venture-finance data en analistenbureau, en voerde een surveyonderzoek uit onder 25 senior leidinggevenden binnen de bankensector met een focus op innovatie.
Accenture heeft recent een nieuw rapport uitgegeven over investeringen in financiële technologie (afgekort tot FinTech) genaamd ‘The Future of Fintech and Banking: Digitally disrupted or reimagined?’ Voor het onderzoek heeft het consultancybureau gebruik gemaakt van de FinTech-investeringsdata van CB Insights, een wereldwijd venture-finance data en analistenbureau, en voerde een surveyonderzoek uit onder 25 senior leidinggevenden binnen de bankensector met een focus op innovatie.
dinsdag 21 april 2015
Aanhoudingen en doorzoekingen in onderzoek naar witwassen met betaalkaarten
De FIOD heeft vandaag in een strafrechtelijk onderzoek naar fiscale fraude en witwassen in Zeewolde een 31-jarige man aangehouden. Op Schiphol is een 59-jarige man aangehouden. De FIOD doorzocht een woning in Zeewolde waar de 31-jarige man verbleef. Gelijktijdig hebben de Deense autoriteiten op verzoek van de Nederlandse autoriteiten de woning van de 59-jarige verdachte in Denemarken doorzocht.
De 59-jarige Nederlander - die sinds 2012 in Denemarken woont - wordt ervan verdacht over tegoeden te beschikken op buitenlandse rekeningen die hij niet heeft opgegeven bij de Belastingdienst. Die tegoeden zouden niet te verklaren zijn uit de reguliere inkomsten die hij opgeeft bij de fiscus. Vanaf 2009 heeft hij door opnames met debet en creditcards circa 500.000 euro opgenomen van die buitenlandse rekeningen. De 31-jarige man zou hem vanaf 2012 daarbij hebben geholpen, door in Nederland geld op te nemen met een buitenlandse betaalkaart en door contant geld te storten op de rekening van de andere verdachte.
De 59-jarige man wordt verdacht van het doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting en het witwassen van ten minste circa 500.000 euro. De 31-jarige man uit Zeewolde wordt verdacht van het medeplegen van witwassen. De FIOD heeft naast beslag op administratie ook beslag gelegd op een woning in Zeewolde en 12.500 euro contant geld.
Project debet- en creditcards
De vermoedelijke fraude is op het spoor gekomen door onderzoek van de Belastingdienst. De fiscus analyseert de gegevens van betalingen die belastingplichtigen in Nederland doen met buitenlandse debet- en creditcards. Daarbij wordt gekeken of de kaarten zijn gekoppeld aan vermogen in het buitenland waarover vermoedelijk geen belasting wordt betaald.
De Belastingdienst werkt hierbij nauw samen met de FIOD en het Openbaar Ministerie. Daardoor kan het verbergen van inkomsten en vermogen in het buitenland niet alleen leiden tot naheffingsaanslagen en boetes van de Belastingdienst, maar ook tot strafrechtelijk onderzoek. Deze samenwerking heeft inmiddels geleid tot diverse lopende onderzoeken van de FIOD en het Openbaar Ministerie naar fiscale fraude en witwassen.
Belastingplichtigen met verzwegen inkomsten en/of (buitenlands) vermogen kunnen gebruik maken van de zogenoemde ‘inkeerregeling’. De inkeerregeling houdt in dat mensen tegen een lagere boete hun tot nu toe niet gemelde inkomen of vermogen bij de Belastingdienst kunnen aangeven. De boete bij inkeer bedraagt 30% van de ontdoken belasting. Met ingang van 1 juli 2015 bedraagt deze boete 60%. Als de Belastingdienst zelf ontdekt dat mensen verzwegen inkomen of vermogen hebben, kan de boete oplopen tot 300%.
Laat vrienden erven als familie
Moderniseer de erfbelasting en het burgerlijk wetboek zodat die recht doen aan
de diversiteit aan samenlevingsvormen in Nederland. Dat bepleit Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond in NRC Handelsblad.
De Nederlandse samenleving wordt steeds diverser, en de wet loopt hierop soms flink achter. Hechte vriendschappen, donorouders, pleegkinderen en vele soorten alleenstaanden - ons burgerlijk wetboek en het erfrecht zijn er niet genoeg op ingesteld. Vandaag roept Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, in een opiniestuk in het NRC Handelsblad de regering en de Tweede Kamer op de wetgeving te moderniseren.
Het Humanistisch Verbond - de organisatie die atheïsten, humanisten, agnosten en vrijzinnigen verenigt - constateert dat de groep zogenaamde 'singles' de afgelopen jaren fors zal groeien. Hoewel zij worden omschreven als 'alleenstaanden', zijn ze in de praktijk vaak helemaal niet 'alleen'. Ze delen hun leven naast familie, ook met buren, vrienden en vriendengroepen. Maar voor hen is het dikwijls erg lastig om zowel zorg als nalatenschap te regelen.
Ook in familiaire relaties schiet de wet tekort. Zo kunnen meerdere samenwonende broers en zussen lastig iets voor elkaar op papier zetten over het gezamenlijk bewoonde huis, omdat ze alleen in koppels een contract met elkaar mogen aangaan; bij een donorvader is het probleem dat hij formeel geen ouder is, maar dat er in de praktijk steeds vaker toch een sociale vader-kind relatie is. Het kind wordt voor de erfbelasting echter aangeslagen als een vreemde; bij een pleegkind moet de pleegouder minimaal vijf jaar voor een kind hebben gezorgd, onder de leeftijd van eenentwintig, om het als 'eigen' kind te mogen laten erven. Maar wat als de band tussen pleegouder en kind zich buiten deze jaareisen ontwikkelt?
Boris van der Ham: "In al deze gevallen is de principiële vraag gerechtvaardigd met welk recht de overheid zoveel eisen stelt. Mensen moeten zelf kunnen bepalen welke relaties hen dierbaar zijn en dat ook kunnen uitdrukken in hun nalatenschap. Door de huidige regels voor erfbelasting wordt geen recht gedaan aan de verbintenissen die mensen met elkaar kunnen hebben."
Om de grote waaier aan sociale verbanden recht te doen stelt het Humanistisch Verbond twee zaken voor:
- Pas de erfbelasting aan. Ieder individu moet via het testament meerdere verbintenissen kunnen aanwijzen die voor het 'gezinstarief' mogen erven.
- Creëer in het burgerlijk wetboek een nieuwe verbintenisvorm. Naast het huwelijk, het geregistreerd partnerschap, en het samenlevingscontract, moet 'de geregistreerde verbintenis' mogelijk worden. Daarin kunnen mensen wederzijdse rechten, plichten en zorg vastleggen tussen henzelf en (meerdere) vrienden. Deze constructie is ook de sleutel tot het oplossen van de knelpunten in de genoemde alternatieve familiaire verbanden.
Het Humanistisch Verbond constateert dat de staatscommissie 'Herijking ouderschap' op dit moment broedt op de vraagstukken rond modern ouderschap. Tegelijkertijd zal er de komende maanden druk worden gesproken over de hervorming van het belastingstelsel. Van der Ham: "Beide discussies bieden een uitstekende gelegenheid om zowel de erfbelasting als het burgerlijk wetboek aan te passen. De samenleving heeft behoefte aan erkenning van de diversiteit aan verbintenissen: cultureel en sociaal, juridisch en fiscaal."
de diversiteit aan samenlevingsvormen in Nederland. Dat bepleit Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond in NRC Handelsblad.
De Nederlandse samenleving wordt steeds diverser, en de wet loopt hierop soms flink achter. Hechte vriendschappen, donorouders, pleegkinderen en vele soorten alleenstaanden - ons burgerlijk wetboek en het erfrecht zijn er niet genoeg op ingesteld. Vandaag roept Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond, in een opiniestuk in het NRC Handelsblad de regering en de Tweede Kamer op de wetgeving te moderniseren.
Het Humanistisch Verbond - de organisatie die atheïsten, humanisten, agnosten en vrijzinnigen verenigt - constateert dat de groep zogenaamde 'singles' de afgelopen jaren fors zal groeien. Hoewel zij worden omschreven als 'alleenstaanden', zijn ze in de praktijk vaak helemaal niet 'alleen'. Ze delen hun leven naast familie, ook met buren, vrienden en vriendengroepen. Maar voor hen is het dikwijls erg lastig om zowel zorg als nalatenschap te regelen.
Ook in familiaire relaties schiet de wet tekort. Zo kunnen meerdere samenwonende broers en zussen lastig iets voor elkaar op papier zetten over het gezamenlijk bewoonde huis, omdat ze alleen in koppels een contract met elkaar mogen aangaan; bij een donorvader is het probleem dat hij formeel geen ouder is, maar dat er in de praktijk steeds vaker toch een sociale vader-kind relatie is. Het kind wordt voor de erfbelasting echter aangeslagen als een vreemde; bij een pleegkind moet de pleegouder minimaal vijf jaar voor een kind hebben gezorgd, onder de leeftijd van eenentwintig, om het als 'eigen' kind te mogen laten erven. Maar wat als de band tussen pleegouder en kind zich buiten deze jaareisen ontwikkelt?
Boris van der Ham: "In al deze gevallen is de principiële vraag gerechtvaardigd met welk recht de overheid zoveel eisen stelt. Mensen moeten zelf kunnen bepalen welke relaties hen dierbaar zijn en dat ook kunnen uitdrukken in hun nalatenschap. Door de huidige regels voor erfbelasting wordt geen recht gedaan aan de verbintenissen die mensen met elkaar kunnen hebben."
Om de grote waaier aan sociale verbanden recht te doen stelt het Humanistisch Verbond twee zaken voor:
- Pas de erfbelasting aan. Ieder individu moet via het testament meerdere verbintenissen kunnen aanwijzen die voor het 'gezinstarief' mogen erven.
- Creëer in het burgerlijk wetboek een nieuwe verbintenisvorm. Naast het huwelijk, het geregistreerd partnerschap, en het samenlevingscontract, moet 'de geregistreerde verbintenis' mogelijk worden. Daarin kunnen mensen wederzijdse rechten, plichten en zorg vastleggen tussen henzelf en (meerdere) vrienden. Deze constructie is ook de sleutel tot het oplossen van de knelpunten in de genoemde alternatieve familiaire verbanden.
Het Humanistisch Verbond constateert dat de staatscommissie 'Herijking ouderschap' op dit moment broedt op de vraagstukken rond modern ouderschap. Tegelijkertijd zal er de komende maanden druk worden gesproken over de hervorming van het belastingstelsel. Van der Ham: "Beide discussies bieden een uitstekende gelegenheid om zowel de erfbelasting als het burgerlijk wetboek aan te passen. De samenleving heeft behoefte aan erkenning van de diversiteit aan verbintenissen: cultureel en sociaal, juridisch en fiscaal."
'Briljant businessmodel nodig om vertrouwen in bankwezen te herstellen'
De recente onrust rond de 'graaicultuur' in de financiële sector laat opnieuw zien hoe groot de kloof tussen de maatschappij en bankiers en verzekeraars nog steeds is. Een herstel van vertrouwen vraagt om businessmodellen die relevanter zijn voor morgen maar tegelijkertijd sterker teruggrijpen naar de oorsprong. Hoe dat eruitziet staat beschreven in het boek Briljante businessmodellen in finance dat bij Academic Service is verschenen.
De financiële sector vervult een onmisbare rol in onze maatschappij. We moeten geld kunnen lenen om te ondernemen, als wezenlijk onderdeel van een gezonde economie. Of geld apart zetten voor later, om onze oude dag te waarborgen. Risico's delen borgt continuïteit in het bestaan. Toch worden financiële dienstverleners vooral gezien als een noodzakelijk kwaad. Van de sociale drijfveren en betrokkenheid op basis waarvan veel verzekeraars en banken ooit zijn begonnen, lijkt in de ogen van het publiek en de politiek soms weinig meer over. Om vertrouwen te herwinnen zal de sector zichzelf moeten herdefiniëren. Niet alleen zullen financiële producten en diensten grondig moeten worden bekeken er moeten ook nieuwe manieren worden gevonden om rollen van stakeholders te combineren en met elkaar te verbinden.
De auteurs hebben de afgelopen jaren een toegewijde zoektocht gedaan naar 'briljante bedrijven'. Bedrijven die markten op hun kop zetten en boven hun eigenbelang uitstijgen. Voor Briljante businessmodellen in finance zetten de auteurs hun zoektocht voort in de financiële sector en kwamen tot de ontdekking dat er ook daar wel degelijk ruimte is voor disruptieve innovatie. Het boek brengt deze in kaart en beschrijft internationale cases uit het verleden, heden en de toekomst.
In het boek komen negentien financiële instellingen aan bod die erin geslaagd zijn op een briljante manier waarde te creëren voor alle betrokkenen. Ze maken niet alleen winst maar hebben ook een zeer loyale klantenkring, weten hun medewerkers meer dan tevreden te houden en leveren bovendien een maatschappelijke bijdrage.
Briljante businessmodellen in finance is een cocreatie van ruim 25 auteurs. Research en samenstelling door Jeroen Kemperman, Senior Manager Strategie, Programma's, Investeringen en Lessen bij Achmea Zorg & Gezondheid, Jeroen Geelhoed, partner bij &samhoud en Jennifer op 't Hoog, Programmamanager Cocreatie met Partners bij Achmea.
De financiële sector vervult een onmisbare rol in onze maatschappij. We moeten geld kunnen lenen om te ondernemen, als wezenlijk onderdeel van een gezonde economie. Of geld apart zetten voor later, om onze oude dag te waarborgen. Risico's delen borgt continuïteit in het bestaan. Toch worden financiële dienstverleners vooral gezien als een noodzakelijk kwaad. Van de sociale drijfveren en betrokkenheid op basis waarvan veel verzekeraars en banken ooit zijn begonnen, lijkt in de ogen van het publiek en de politiek soms weinig meer over. Om vertrouwen te herwinnen zal de sector zichzelf moeten herdefiniëren. Niet alleen zullen financiële producten en diensten grondig moeten worden bekeken er moeten ook nieuwe manieren worden gevonden om rollen van stakeholders te combineren en met elkaar te verbinden.
De auteurs hebben de afgelopen jaren een toegewijde zoektocht gedaan naar 'briljante bedrijven'. Bedrijven die markten op hun kop zetten en boven hun eigenbelang uitstijgen. Voor Briljante businessmodellen in finance zetten de auteurs hun zoektocht voort in de financiële sector en kwamen tot de ontdekking dat er ook daar wel degelijk ruimte is voor disruptieve innovatie. Het boek brengt deze in kaart en beschrijft internationale cases uit het verleden, heden en de toekomst.
In het boek komen negentien financiële instellingen aan bod die erin geslaagd zijn op een briljante manier waarde te creëren voor alle betrokkenen. Ze maken niet alleen winst maar hebben ook een zeer loyale klantenkring, weten hun medewerkers meer dan tevreden te houden en leveren bovendien een maatschappelijke bijdrage.
Briljante businessmodellen in finance is een cocreatie van ruim 25 auteurs. Research en samenstelling door Jeroen Kemperman, Senior Manager Strategie, Programma's, Investeringen en Lessen bij Achmea Zorg & Gezondheid, Jeroen Geelhoed, partner bij &samhoud en Jennifer op 't Hoog, Programmamanager Cocreatie met Partners bij Achmea.
maandag 20 april 2015
Minder securitisaties in 2014, wel meer investeringen daarin door institutionele beleggers
In 2014 is voor 10,3 miljard euro aan verpakte leningen geplaatst bij externe beleggers via nieuwe securitisaties van in Nederland gevestigde financiële instellingen, 32% minder dan in 2013. Het uitstaande bedrag van dergelijke externe securitisaties daalde in 2014 met 5% tot 74 miljard euro. Nederlandse institutionele beleggers hebben in 2014 hun investeringen in Nederlandse securitisaties met 1,1 miljard (+23%) uitgebreid. Deze toename was voor een groot deel geconcentreerd bij een beperkt aantal beleggers.
Bij securitisaties worden leningen van met name banken aan huishoudens en bedrijven gebundeld en als verhandelbare effecten verpakt en verkocht (via zogeheten ‘Special Purpose Vehicles’). Securitisaties vormen een extra financieringsbron voor banken. Deze in obligaties verpakte leningen werden in de jaren na het ontstaan van de kredietcrisis (medio 2007) niet of nauwelijks aan externe beleggers verkocht (externe securitisaties) vanwege het aangetaste vertrouwen in gesecuritiseerde producten. Gedurende deze periode werden derhalve weinig van deze zogeheten externe securitisaties verricht. Wel vonden veel zogenoemde interne securitisaties plaats. Daarbij verkopen de banken de securitisaties niet door in de markt maar houden zij deze zelf, vooral om indien nodig te gebruiken als onderpand voor het verkrijgen van liquiditeit bij met name centrale banken. Met deze interne securitisaties creëren banken dus mogelijkheden om indirect financieringsmiddelen aan te trekken.
Wim Kuijken benoemd tot voorzitter van de raad van commissarissen van De Nederlandsche Bank (DNB)
De aandeelhouder van De Nederlandsche Bank, de Staat der Nederlanden, heeft Wim Kuijken per 1 juni 2015 benoemd tot voorzitter van de raad van commissarissen van DNB. Hij neemt het voorzitterschap over van Alexander Rinnooy Kan, die zich verkiesbaar heeft gesteld voor de Eerste Kamer.
Wim Kuijken (1952) studeerde algemene economie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, zijn specialisatie is ruimtelijke economie/vervoerseconomie. Hij is op 1 april 2012 benoemd tot commissaris van overheidswege bij DNB. Deze commissaris vormt de verbindingsschakel tussen DNB en de minister van Financiën. Hij was onder meer Secretaris-Generaal op de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Algemene Zaken en Binnenlandse Zaken.
Alexander Rinnooy Kan verwelkomt de beslissing van Wim Kuijken het voorzitterschap op zich te nemen: ‘Mijn opvolger staat voor de taak de in 2012 wettelijk versterkte toezichthoudende rol van de raad verder uit te bouwen. De rol van de raad hierbij is een continu proces, dat door de gehele raad wordt uitgedragen en bewaakt, onder leiding van de voorzitter. Hij is hier de aangewezen persoon voor. Ik wens Wim hierbij veel succes.’
DNB-president Klaas Knot: “De directie was verheugd met de voordracht door de raad van commissarissen van Wim Kuijken als voorzitter. We kennen hem nu drie jaar als overheidscommissaris en we hebben het volste vertrouwen dat hij zijn bijdrage aan de verdere versterking van de toezichthoudende rol van onze raad zal continueren. Tegelijkertijd gaat onze oprechte dank uit naar Alexander Rinnooy Kan en we wensen hem een inspirerend lidmaatschap toe van de Eerste Kamer”.
Wim Kuijken (1952) studeerde algemene economie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, zijn specialisatie is ruimtelijke economie/vervoerseconomie. Hij is op 1 april 2012 benoemd tot commissaris van overheidswege bij DNB. Deze commissaris vormt de verbindingsschakel tussen DNB en de minister van Financiën. Hij was onder meer Secretaris-Generaal op de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Algemene Zaken en Binnenlandse Zaken.
Alexander Rinnooy Kan verwelkomt de beslissing van Wim Kuijken het voorzitterschap op zich te nemen: ‘Mijn opvolger staat voor de taak de in 2012 wettelijk versterkte toezichthoudende rol van de raad verder uit te bouwen. De rol van de raad hierbij is een continu proces, dat door de gehele raad wordt uitgedragen en bewaakt, onder leiding van de voorzitter. Hij is hier de aangewezen persoon voor. Ik wens Wim hierbij veel succes.’
DNB-president Klaas Knot: “De directie was verheugd met de voordracht door de raad van commissarissen van Wim Kuijken als voorzitter. We kennen hem nu drie jaar als overheidscommissaris en we hebben het volste vertrouwen dat hij zijn bijdrage aan de verdere versterking van de toezichthoudende rol van onze raad zal continueren. Tegelijkertijd gaat onze oprechte dank uit naar Alexander Rinnooy Kan en we wensen hem een inspirerend lidmaatschap toe van de Eerste Kamer”.
zaterdag 18 april 2015
Recordjackpot in Nederland: 62 miljoen euro
De jackpot van het kansspel Eurojackpot heeft opnieuw een recordhoogte bereikt: 62 miljoen euro. Nog niet eerder in de Nederlandse historie was er zo’n hoge geldprijs te winnen.
Tijdens de trekking van vrijdag 17 april in Helsinki bleek dat de jackpot niet is gevallen, waardoor de jackpot stijgt naar een Nederlands recordhoogte. De laatste keer dat de jackpot viel was op 20 februari dit jaar, bij een hoogte van meer dan 49 miljoen euro in Denemarken.
De Lotto, waar Eurojackpot in Nederland door wordt georganiseerd, keerde al vaker recordjackpots uit. Zo viel in 2010 viel de hoogste Lotto jackpot van 36 miljoen euro. De hoogst uitgekeerde prijs bij Eurojackpot was 61,1 miljoen euro. Dit enorme bedrag werd in september 2014 gewonnen in Finland. Nu heeft Eurojackpot opnieuw de hoogste jackpot, die in Nederland te winnen valt: maar liefst 62 miljoen euro.
Tijdens de trekking van vrijdag 17 april in Helsinki bleek dat de jackpot niet is gevallen, waardoor de jackpot stijgt naar een Nederlands recordhoogte. De laatste keer dat de jackpot viel was op 20 februari dit jaar, bij een hoogte van meer dan 49 miljoen euro in Denemarken.
De Lotto, waar Eurojackpot in Nederland door wordt georganiseerd, keerde al vaker recordjackpots uit. Zo viel in 2010 viel de hoogste Lotto jackpot van 36 miljoen euro. De hoogst uitgekeerde prijs bij Eurojackpot was 61,1 miljoen euro. Dit enorme bedrag werd in september 2014 gewonnen in Finland. Nu heeft Eurojackpot opnieuw de hoogste jackpot, die in Nederland te winnen valt: maar liefst 62 miljoen euro.
vrijdag 17 april 2015
Lage rente risico voor de financiële stabiliteit
Het ontluikende economisch herstel in het eurogebied en Nederland blijft omgeven door neerwaartse financiële-stabiliteitsrisico’s. Zo hebben de ontwikkelingen rondom Griekenland de Europese schuldencrisis opnieuw op de voorgrond geplaatst en zijn de geopolitieke spanningen toegenomen. Het recent versoepelde monetaire beleid van de ECB is gericht op het terugbrengen van de inflatie naar de doelstelling van prijsstabiliteit, dat wil zeggen een stijging van de prijzen met net iets minder dan 2% per jaar op de middellange termijn, en beoogt het economisch herstel te ondersteunen. Dit beleid heeft echter bijwerkingen. Zo leidt het tot een grote risicobereidheid onder beleggers en een zoektocht naar rendement op financiële markten waardoor zeepbellen kunnen ontstaan. Dit staat in het een dezer dagen gepubliceerde Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS) van De Nederlandsche Bank.
Bedrijfsmodellen financiële sector onder de loep vanwege effect lage rente
De lage rente dwingt tot een herbezinning op de bedrijfsmodellen van financiële instellingen. Een lange periode van lage rente heeft impact op de weerbaarheid van de sector, met name op verzekeraars en pensioenfondsen en in mindere mate ook op banken. De impact op de levensverzekeraars kan uiteindelijk de financiële stabiliteit bedreigen omdat hun herstelmogelijkheden beperkt zijn en hun verwevenheid met andere financiële instellingen aanzienlijk is. DNB verwacht van de financiële sector dat het haar bedrijfsmodellen, mede vanwege de lage rente, toekomstbestendig maakt en doet daar ook onderzoek naar.
Sinds de crisis heeft DNB het toezicht op governance , gedrag en cultuur aangescherpt. Daarnaast is in nationaal en internationaal verband beloningsbeleid ontwikkeld dat de prikkel tot het nemen van te veel risico moet beperken. In de aanloop naar de crisis was de governance van financiële ondernemingen namelijk onvoldoende effectief in het beheersen van risico’s. De gevolgen hiervan zijn nu nog steeds zichtbaar in de stijgende kosten voor misconduct uit het verleden. Ondanks verscherpt toezicht en nieuw beleid zijn er nog steeds incidenten. Dat laat eens te meer zien dat het daadwerkelijk realiseren van een cultuuromslag, als ook het effectief maken van de governance, een kwestie van lange adem is die de komende jaren nog veel aandacht en inspanning van de sector zal vragen.
Bedrijfsmodellen financiële sector onder de loep vanwege effect lage rente
De lage rente dwingt tot een herbezinning op de bedrijfsmodellen van financiële instellingen. Een lange periode van lage rente heeft impact op de weerbaarheid van de sector, met name op verzekeraars en pensioenfondsen en in mindere mate ook op banken. De impact op de levensverzekeraars kan uiteindelijk de financiële stabiliteit bedreigen omdat hun herstelmogelijkheden beperkt zijn en hun verwevenheid met andere financiële instellingen aanzienlijk is. DNB verwacht van de financiële sector dat het haar bedrijfsmodellen, mede vanwege de lage rente, toekomstbestendig maakt en doet daar ook onderzoek naar.
Sinds de crisis heeft DNB het toezicht op governance , gedrag en cultuur aangescherpt. Daarnaast is in nationaal en internationaal verband beloningsbeleid ontwikkeld dat de prikkel tot het nemen van te veel risico moet beperken. In de aanloop naar de crisis was de governance van financiële ondernemingen namelijk onvoldoende effectief in het beheersen van risico’s. De gevolgen hiervan zijn nu nog steeds zichtbaar in de stijgende kosten voor misconduct uit het verleden. Ondanks verscherpt toezicht en nieuw beleid zijn er nog steeds incidenten. Dat laat eens te meer zien dat het daadwerkelijk realiseren van een cultuuromslag, als ook het effectief maken van de governance, een kwestie van lange adem is die de komende jaren nog veel aandacht en inspanning van de sector zal vragen.
Nog twee weken voor aangifte inkomstenbelasting
Vanaf vandaag hebben mensen nog twee weken de tijd voor hun aangifte. Die moet voor 1 mei binnen zijn. De Belastingdienst wijst mensen op het tijdig doen van aangifte met buitenreclame op stations en langs de weg. De boodschap van deze campagne is: “April wordt met de minuut korter”. Tot nu toe hebben 7 miljoen mensen hun belastingaangifte ingediend.
Dit jaar kunnen mensen in maart en april aangifte doen. Online via Mijn Belastingdienst of met de app Aangifte 2014. Wie voor 1 juli bericht wil ontvangen, moest de aangifte voor 15 april indienen. Die garantietermijn is nu verstreken. Als de aangifte voor 1 mei binnen is, probeert de Belastingdienst ook voor 1 juli bericht te sturen.
Om overbelasting van de systemen te voorkomen, is door de fiscus een maximum gesteld aan het aantal mensen dat tegelijkertijd aangifte kan doen. Bij drukte kan het zo zijn dat niet iedereen meteen kan inloggen. Daarom adviseert de Belastingdienst mensen niet te wachten tot het einde van de maand, maar het al voor die tijd te doen.
Dit jaar kunnen mensen in maart en april aangifte doen. Online via Mijn Belastingdienst of met de app Aangifte 2014. Wie voor 1 juli bericht wil ontvangen, moest de aangifte voor 15 april indienen. Die garantietermijn is nu verstreken. Als de aangifte voor 1 mei binnen is, probeert de Belastingdienst ook voor 1 juli bericht te sturen.
Om overbelasting van de systemen te voorkomen, is door de fiscus een maximum gesteld aan het aantal mensen dat tegelijkertijd aangifte kan doen. Bij drukte kan het zo zijn dat niet iedereen meteen kan inloggen. Daarom adviseert de Belastingdienst mensen niet te wachten tot het einde van de maand, maar het al voor die tijd te doen.
donderdag 16 april 2015
Eerste kwartaal 2015 meer contactloze betalingen dan in heel 2014
Deze week precies een jaar geleden dat klanten van ING voor het eerst contactloos konden betalen met hun Betaalpas. Sinds april vorig jaar hebben ING-klanten meer dan 12 miljoen keer contactloos betaald. In het eerste kwartaal van 2015 werd al ruim 7 miljoen keer op deze manier betaald. Dat is meer dan in heel 2014 toen ING-klanten 5 miljoen keer contactloos betaalden. De meeste contactloze betalingen worden gedaan in bedrijfsrestaurants. Het gemiddelde bedrag dat contactloos betaald wordt, is € 5,76.
Ruim 6,5 miljoen Betaalpassen van ING zijn inmiddels geschikt voor deze manier van betalen. De pas is herkenbaar aan het contactloos betalen logo op de achterkant van de pas. Klanten ontvangen de nieuwe pas vanzelf als de oude pas toe is aan vervanging. Klanten die dat willen, kunnen al eerder kosteloos een contactloze Betaalpas aanvragen via Mijn ING of op een ING-Kantoor.
Ruim 6,5 miljoen Betaalpassen van ING zijn inmiddels geschikt voor deze manier van betalen. De pas is herkenbaar aan het contactloos betalen logo op de achterkant van de pas. Klanten ontvangen de nieuwe pas vanzelf als de oude pas toe is aan vervanging. Klanten die dat willen, kunnen al eerder kosteloos een contactloze Betaalpas aanvragen via Mijn ING of op een ING-Kantoor.
Geheime schikking Nationale-Nederlanden en politie over woekerpolissen
Verzekeraar Nationale-Nederlanden (NN) heeft honderden tot duizenden politieambtenaren met een woekerpolis een veel hogere compensatie gegeven dan honderdduizenden andere klanten met een soortgelijke beleggingsverzekering. Dat blijkt uit correspondentie van NN in handen van claimorganisatie Wakkerpolis en de Consumentenbond. Bart Combée, directeur van de Consumentenbond: 'De handelswijze van Nationale Nederlanden creëert een enorme rechtsongelijkheid en tart ieder rechtsgevoel'.
Combée: 'Een kleine groep klanten die toevallig bij de politie werkt, krijgt achter de rug van de rest om, wel waar ze recht op hebben, terwijl honderdduizenden consumenten door Nationale-Nederlanden afgescheept zijn met geen of een schamele compensatie voor hun woekerpolis. Dat is onacceptabel en we hebben Nationale-Nederlanden dan ook om opheldering gevraagd.' De schikking tussen NN en de Nederlandse Politiebond is in 2011 bereikt, nadat de verzekeraar eind 2008 een voor al haar klanten geldende en veel minder gunstige compensatieregeling sloot. Die was gebaseerd op de berekeningen van de toenmalige Ombudsman Financiële Dienstverlening.
'De schikking met de politie bevestigt dat klanten van Nationale Nederlanden recht hebben op veel meer compensatie dan ze tot nu toe hebben gekregen, zegt Adriaan de Gier, advocaat van Wakkerpolis. De schadevergoeding komt erop neer dat de waarde van de zwaar verliesgevende woekerpolissen van de medewerkers begin 2011 door NN is aangevuld tot 115%-120% van de betaalde inleg. De Gier: 'Wakkerpolis bereidt sinds begin dit jaar samen met de Consumentenbond een collectieve claimprocedure tegen Nationale-Nederlanden voor. Deze ongelijke behandeling zal daarin zeker aan bod komen.'
De compensatieregelingen van andere verzekeraars zijn ook ontoereikend. Daarom heeft de Consumentenbond alle verzekeraars gevraagd om de vergoeding tot een redelijk niveau aan te vullen. Verzekeraars weigeren dat. Combée: 'Wij vragen de politiek (pdf) om te zorgen dat er wel serieus werk van wordt gemaakt.' Woensdag 15 april 2015 praten de Tweede Kamer en de minister van Financiën over de woekerpolisaffaire.
Combée: 'Een kleine groep klanten die toevallig bij de politie werkt, krijgt achter de rug van de rest om, wel waar ze recht op hebben, terwijl honderdduizenden consumenten door Nationale-Nederlanden afgescheept zijn met geen of een schamele compensatie voor hun woekerpolis. Dat is onacceptabel en we hebben Nationale-Nederlanden dan ook om opheldering gevraagd.' De schikking tussen NN en de Nederlandse Politiebond is in 2011 bereikt, nadat de verzekeraar eind 2008 een voor al haar klanten geldende en veel minder gunstige compensatieregeling sloot. Die was gebaseerd op de berekeningen van de toenmalige Ombudsman Financiële Dienstverlening.
'De schikking met de politie bevestigt dat klanten van Nationale Nederlanden recht hebben op veel meer compensatie dan ze tot nu toe hebben gekregen, zegt Adriaan de Gier, advocaat van Wakkerpolis. De schadevergoeding komt erop neer dat de waarde van de zwaar verliesgevende woekerpolissen van de medewerkers begin 2011 door NN is aangevuld tot 115%-120% van de betaalde inleg. De Gier: 'Wakkerpolis bereidt sinds begin dit jaar samen met de Consumentenbond een collectieve claimprocedure tegen Nationale-Nederlanden voor. Deze ongelijke behandeling zal daarin zeker aan bod komen.'
De compensatieregelingen van andere verzekeraars zijn ook ontoereikend. Daarom heeft de Consumentenbond alle verzekeraars gevraagd om de vergoeding tot een redelijk niveau aan te vullen. Verzekeraars weigeren dat. Combée: 'Wij vragen de politiek (pdf) om te zorgen dat er wel serieus werk van wordt gemaakt.' Woensdag 15 april 2015 praten de Tweede Kamer en de minister van Financiën over de woekerpolisaffaire.
woensdag 15 april 2015
'Politiek moet woekerpolisbelofte nakomen'
Vandaag praten de minister van Financiën en de Tweede Kamer weer over de woekerpolisaffaire. Ruim acht jaar nadat de politiek zich actief met de zaak is gaan bemoeien, is er voor miljoenen mensen nog steeds geen rechtvaardige oplossing. Bart Combée, directeur Consumentenbond: 'Het is de hoogste tijd dat de politiek de druk opschroeft. Bijvoorbeeld door verzekeraars te bewegen om hun gedupeerde klanten redelijk te compenseren. We vragen minister van Financiën Dijsselbloem om een onafhankelijke commissie in te stellen, die daarvoor een aanbeveling doet'.
Verzekeraars weigeren vaak nog steeds om hun klanten redelijk tegemoet te komen. Economen en juristen schatten dat aan gedupeerden miljarden euro's tekort is gedaan. Maar ook de politiek laat gedupeerden aan hun lot over. Opeenvolgende ministers van Financiën hebben met steun van de Tweede Kamer beloofd om te helpen.
Deze belofte is niet ingelost. Combée: 'Er zijn mensen die beweren dat de woekerpolisaffaire niet op te lossen is. Wij zijn er van overtuigd dat er met genoeg politieke wil veel mogelijk is. Wij hebben onze bevindingen en aanbevelingen in een uitgebreide brief aan minister Dijsselbloem gestuurd.'
De Consumentenbond vraagt de minister ook om een minimum-kwaliteit af te dwingen van het 'hersteladvies' dat verzekeraars consumenten met een lopende woekerpolis moeten bieden. Nu zijn verzekeraars niet verplicht hun klanten een compleet en onafhankelijk financieel advies te bieden dat voldoet aan de wettelijke eisen.
Combée: 'Wij willen dat verzekeraars die verplichting wel wordt opgelegd. Als de geschiedenis van de woekerpolisaffaire iets leert, dan is het dat gedupeerden meer steun van de politiek nodig hebben. Verzekeraars komen uit zichzelf niet in beweging en consumenten zijn niet bij machte om dat bij de rechter af te dwingen. De politiek kan verzekeraars wèl bewegen gedupeerden rechtvaardig te behandelen.'
Verzekeraars weigeren vaak nog steeds om hun klanten redelijk tegemoet te komen. Economen en juristen schatten dat aan gedupeerden miljarden euro's tekort is gedaan. Maar ook de politiek laat gedupeerden aan hun lot over. Opeenvolgende ministers van Financiën hebben met steun van de Tweede Kamer beloofd om te helpen.
Deze belofte is niet ingelost. Combée: 'Er zijn mensen die beweren dat de woekerpolisaffaire niet op te lossen is. Wij zijn er van overtuigd dat er met genoeg politieke wil veel mogelijk is. Wij hebben onze bevindingen en aanbevelingen in een uitgebreide brief aan minister Dijsselbloem gestuurd.'
De Consumentenbond vraagt de minister ook om een minimum-kwaliteit af te dwingen van het 'hersteladvies' dat verzekeraars consumenten met een lopende woekerpolis moeten bieden. Nu zijn verzekeraars niet verplicht hun klanten een compleet en onafhankelijk financieel advies te bieden dat voldoet aan de wettelijke eisen.
Combée: 'Wij willen dat verzekeraars die verplichting wel wordt opgelegd. Als de geschiedenis van de woekerpolisaffaire iets leert, dan is het dat gedupeerden meer steun van de politiek nodig hebben. Verzekeraars komen uit zichzelf niet in beweging en consumenten zijn niet bij machte om dat bij de rechter af te dwingen. De politiek kan verzekeraars wèl bewegen gedupeerden rechtvaardig te behandelen.'
Eerste Europese verzekeraar die bitcoins accepteert
Vanaf vandaag wordt er door de eerste Europese verzekeraar de Bitcoin als betaalmiddel geaccepteerd. Het bedrijf CoverYou uit Overijssel maakt het hiermee mogelijk om met Bitcoins te betalen voor telefoonverzekeringen, tabletverzekeringen en laptopverzekeringen. De verzekeringen bieden dekking tegen schade aan elektronische apparaten, zoals waterschade of een gebroken scherm. Ewoud Uphof implementeerde deze stap: ''De Bitcoin staat voor innovatie en met CoverYou willen we laten zien dat er een nieuw soort verzekeraar ontstaat. Een verzekeraar die consument-gedreven is en innoveert.”
Bitcoins zijn digitaal geld en volgens onderzoek zal het aantal actieve Bitcoin-gebruikers de komende 4 jaar stijgen van 1,3 miljoen naar 4,7 miljoen.Op steeds meer plaatsen worden Bitcoins geaccepteerd als betaalmiddel, in Nederland is het mogelijk eten te bestellen met Bitcoins bij thuisbezorgd.nl of een hotel boeken bij Expedia. Op 18 april 2015 roept de Belgische stad Gent zichzelf uit tot Bitcoin-stad. Volgens de Automatiseringgids voegt Arnhem zich binnenkort ook bij het rijtje Bitcoinsteden.
Eind 2013 startte Beauchamp-McSpadden, een verzekeraar uit Amerika, met het accepteren van Bitcoin betalingen. CoverYou wordt de eerste Europese verzekeraar die betalingen met Bitcoins aandurft. Vanaf vandaag is het in Nederland mogelijk om elektronische apparaten te verzekeren en deze af te rekenen met Bicoins. Founder Yvonne Geijs legt uit: ''De ontwikkelingen gaan snel in deze markt. De iPhone verzekering is op dit moment een populair product. Vooral de laatste kwartalen is de vraag in opmars.''
Bitcoins zijn digitaal geld en volgens onderzoek zal het aantal actieve Bitcoin-gebruikers de komende 4 jaar stijgen van 1,3 miljoen naar 4,7 miljoen.Op steeds meer plaatsen worden Bitcoins geaccepteerd als betaalmiddel, in Nederland is het mogelijk eten te bestellen met Bitcoins bij thuisbezorgd.nl of een hotel boeken bij Expedia. Op 18 april 2015 roept de Belgische stad Gent zichzelf uit tot Bitcoin-stad. Volgens de Automatiseringgids voegt Arnhem zich binnenkort ook bij het rijtje Bitcoinsteden.
Eind 2013 startte Beauchamp-McSpadden, een verzekeraar uit Amerika, met het accepteren van Bitcoin betalingen. CoverYou wordt de eerste Europese verzekeraar die betalingen met Bitcoins aandurft. Vanaf vandaag is het in Nederland mogelijk om elektronische apparaten te verzekeren en deze af te rekenen met Bicoins. Founder Yvonne Geijs legt uit: ''De ontwikkelingen gaan snel in deze markt. De iPhone verzekering is op dit moment een populair product. Vooral de laatste kwartalen is de vraag in opmars.''
Verplicht repareren van beleggingsverzekering moet mogelijk worden
Verzekeraars moeten verplicht worden om lopende beleggingsverzekeringen te verbeteren zodat hun klanten een hoger eindresultaat behalen. Dit stellen Vereniging Eigen Huis (VEH) en de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) aan de vooravond van een Algemeen Overleg van de Vaste commissie van Financiën over beleggingsverzekeringen.
Tot nu toe zijn verzekeraars alleen verplicht zich in te spannen om klanten te stimuleren hun polis aan te passen. Maar de ophef over hoge kosteninhoudingen, compensatieregelingen en juridische processen, heeft veel consumenten met een woekerpolis murw gemaakt. Daarom hebben de brieven van verzekeraars slechts voor een klein deel van de miljoenen verkochte woekerpolissen enig resultaat opgeleverd.
Het vertrouwen in verzekeraars en beleggingspolissen is grotendeels verdwenen. Veel klanten reageren daardoor niet of nauwelijks nog op brieven of e-mails van verzekeraars. Bij een groot aantal mensen blijft slechts het gevoel over van een miskoop, waarvan de gevolgen groot kunnen zijn, bijvoorbeeld als de polis is afgesloten om op de einddatum de hypotheek op de eigen woning te kunnen aflossen.
Klanten die wel reageren op het aanbod van hun verzekeraar om de lopende polis te verbeteren moeten een weloverwogen keuze kunnen maken. De aanpassing moet daadwerkelijk resulteren in een hoger eindkapitaal en niet gepaard gaan met hogere kosten. Verzekeraars dragen hiervoor de verantwoordelijkheid en moeten opnieuw een inventarisatie maken van de doelstelling, financiële positie en de risicobereidheid van de klant.
Voor klanten die niet (meer) reageren op brieven over hun beleggingsverzekering dient de verzekeraar zelf aanpassingen in de polis door te voeren. Die verbeteringen moeten daadwerkelijk leiden tot een verbetering voor de klant. Dit betekent in praktische zin dat het eindresultaat dichter bij het doelkapitaal komt te liggen, dat de kosten van vermogensbeheer worden verlaagd en dat excessieve risico's worden vermeden. Deze resultaatverplichting is in de ogen van VEH en VEB niet meer dan gerechtvaardigd.
Tot nu toe zijn verzekeraars alleen verplicht zich in te spannen om klanten te stimuleren hun polis aan te passen. Maar de ophef over hoge kosteninhoudingen, compensatieregelingen en juridische processen, heeft veel consumenten met een woekerpolis murw gemaakt. Daarom hebben de brieven van verzekeraars slechts voor een klein deel van de miljoenen verkochte woekerpolissen enig resultaat opgeleverd.
Het vertrouwen in verzekeraars en beleggingspolissen is grotendeels verdwenen. Veel klanten reageren daardoor niet of nauwelijks nog op brieven of e-mails van verzekeraars. Bij een groot aantal mensen blijft slechts het gevoel over van een miskoop, waarvan de gevolgen groot kunnen zijn, bijvoorbeeld als de polis is afgesloten om op de einddatum de hypotheek op de eigen woning te kunnen aflossen.
Klanten die wel reageren op het aanbod van hun verzekeraar om de lopende polis te verbeteren moeten een weloverwogen keuze kunnen maken. De aanpassing moet daadwerkelijk resulteren in een hoger eindkapitaal en niet gepaard gaan met hogere kosten. Verzekeraars dragen hiervoor de verantwoordelijkheid en moeten opnieuw een inventarisatie maken van de doelstelling, financiële positie en de risicobereidheid van de klant.
Voor klanten die niet (meer) reageren op brieven over hun beleggingsverzekering dient de verzekeraar zelf aanpassingen in de polis door te voeren. Die verbeteringen moeten daadwerkelijk leiden tot een verbetering voor de klant. Dit betekent in praktische zin dat het eindresultaat dichter bij het doelkapitaal komt te liggen, dat de kosten van vermogensbeheer worden verlaagd en dat excessieve risico's worden vermeden. Deze resultaatverplichting is in de ogen van VEH en VEB niet meer dan gerechtvaardigd.
ECB houdt vast aan QE
Deze week houdt de ECB haar eerste vergadering sinds ze is begonnen activa uit de publieke sector op te kopen. Bij de persconferentie staat president Draghi voor de taak de effecten van de kwantitatieve verruiming (quantitative easing – QE) en de vooruitzichten voor de economie gunstig voor te stellen, maar ook weer niet té gunstig. Waarschijnlijk gaat hij zeggen dat de centrale bank in ieder geval tot september 2016 met het aankoopprogramma doorgaat en drukt hij speculatie over beperking of beëindiging van het programma de kop in. Dit zal echter een stuk moeilijker worden naarmate de economie later dit jaar, en zeker in 2016, verder aantrekt.
dinsdag 14 april 2015
Waarom we pensioen moeilijk vinden
De oude dag. Daar denken de meeste Nederlanders liever niet te veel over na. Wie even door de zure appel heenbijt, weet hoe het appeltje voor de dorst bij pensioen uitpakt.
Zo’n 35 procent van de Nederlandse huishoudens spaart te weinig ten opzichte van hun pensioenwens. De helft spaart juist meer voor het pensioen dan wat ze zelf zeggen nodig te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van Netspar, denktank op het gebied van pensioen. De pensioenopbouw verschilt sterk per huishouden, is de conclusie van de onderzoekers. Er is een groep die te veel spaart, maar een behoorlijk groot deel van de Nederlanders kan straks niet aan zijn levensstandaard voldoen.
De uitkomsten van het onderzoek geven aan dat je pensioenen van Nederlanders niet over één kam kunt scheren, stelt Marten van Garderen van het ING Economisch Bureau. “Als je altijd in loondienst bent geweest en premies hebt afgedragen, en het huis bijna hebt afbetaald, hoef je weinig zorgen te hebben over zoiets als een pensioengat. Maar dat ligt anders voor een zzp’er die moeite heeft om het hoofd boven water te houden en die niets aan het pensioen heeft gedaan.”
Zo’n 35 procent van de Nederlandse huishoudens spaart te weinig ten opzichte van hun pensioenwens. De helft spaart juist meer voor het pensioen dan wat ze zelf zeggen nodig te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van Netspar, denktank op het gebied van pensioen. De pensioenopbouw verschilt sterk per huishouden, is de conclusie van de onderzoekers. Er is een groep die te veel spaart, maar een behoorlijk groot deel van de Nederlanders kan straks niet aan zijn levensstandaard voldoen.
De uitkomsten van het onderzoek geven aan dat je pensioenen van Nederlanders niet over één kam kunt scheren, stelt Marten van Garderen van het ING Economisch Bureau. “Als je altijd in loondienst bent geweest en premies hebt afgedragen, en het huis bijna hebt afbetaald, hoef je weinig zorgen te hebben over zoiets als een pensioengat. Maar dat ligt anders voor een zzp’er die moeite heeft om het hoofd boven water te houden en die niets aan het pensioen heeft gedaan.”
Provisieverbod ontwikkelt zich naar verwachting
De introductie van het provisieverbod voor complexe en impactvolle producten heeft ervoor gezorgd dat consumenten zich bewuster zijn van de kosten en het nut van financieel advies. Dat blijkt uit het jaarverslag dat de Autoriteit Financiële Markten vandaag heeft gepubliceerd. Het is het tweede jaar sinds de invoering van het provisieverbod in 2013 dat de toezichthouder een beeld geeft van de ontwikkelingen omtrent het provisieverbod. Het Verbond heeft daar met veel interesse kennis van genomen.
Uit het jaarverslag van de AFM blijkt dat de meerderheid van de consumenten beseft dat financieel advies niet gratis is, een effect dat vooraf was beoogd. En er zijn meer positieve ontwikkelingen in 2014 waargenomen: consumenten blijken zich beter te oriënteren en voor te bereiden. Opvallend is verder dat de consument sinds de invoering van het provisieverbod bereid is meer te betalen voor financieel advies, maar dat zij de facto minder betalen. De AFM zal nog blijven monitoren of en in hoeverre dit is toe te schrijven aan het provisieverbod, maar de prijsdaling lijkt in sommige segmenten fors te zijn, bijvoorbeeld bij hypotheekadvies.
AFM: eerlijk speelveld gehandhaafd
De angst dat consumenten door de invoering van het provisieverbod massaal zelf zouden ‘klussen’ op het internet blijkt geen waarheid te zijn geworden. Er is in 2014 geen vlucht naar execution only waargenomen. Het provisieverbod heeft niet geleid tot een extra daling van de omzet. De omzet is wel gedaald, maar die trend was al voor de invoering van het provisieverbod ingezet. Volgens de AFM lijkt hier dan ook eerder sprake te zijn van een bredere maatschappelijke ontwikkeling die ook opgaat voor producten die niet onder het provisieverbod vallen. Verder zijn er geen aanwijzingen dat het speelveld tussen verzekeraars en tussenpersonen is aangetast. Uit de accountantsverklaringen blijkt dat aanbieders op een goede manier met het kostprijsmodel voor advies- en distributiekosten omgaan. Er zijn prijsveranderingen doorgevoerd gericht op het bewerkstelligen van een gelijk speelveld.
Het Verbond van Verzekeraars vindt het na twee jaar nog wat vroeg om conclusies te trekken over het effect van de invoering van het provisieverbod. De evaluatie door de wetgever zal zoals bekend in 2017 plaatsvinden, maar de positieve waarnemingen van de AFM over 2014 zijn goede signalen. Het Verbond vindt het bijvoorbeeld ook mooi om te zien dat de AFM vaststelt dat financiële dienstverleners meer inspelen op behoeften van de klant, waardoor er meer verscheidenheid in bedieningsconcepten ontstaat. Iets wat het Verbond voor de invoering al voorspelde.
Uit het jaarverslag van de AFM blijkt dat de meerderheid van de consumenten beseft dat financieel advies niet gratis is, een effect dat vooraf was beoogd. En er zijn meer positieve ontwikkelingen in 2014 waargenomen: consumenten blijken zich beter te oriënteren en voor te bereiden. Opvallend is verder dat de consument sinds de invoering van het provisieverbod bereid is meer te betalen voor financieel advies, maar dat zij de facto minder betalen. De AFM zal nog blijven monitoren of en in hoeverre dit is toe te schrijven aan het provisieverbod, maar de prijsdaling lijkt in sommige segmenten fors te zijn, bijvoorbeeld bij hypotheekadvies.
AFM: eerlijk speelveld gehandhaafd
De angst dat consumenten door de invoering van het provisieverbod massaal zelf zouden ‘klussen’ op het internet blijkt geen waarheid te zijn geworden. Er is in 2014 geen vlucht naar execution only waargenomen. Het provisieverbod heeft niet geleid tot een extra daling van de omzet. De omzet is wel gedaald, maar die trend was al voor de invoering van het provisieverbod ingezet. Volgens de AFM lijkt hier dan ook eerder sprake te zijn van een bredere maatschappelijke ontwikkeling die ook opgaat voor producten die niet onder het provisieverbod vallen. Verder zijn er geen aanwijzingen dat het speelveld tussen verzekeraars en tussenpersonen is aangetast. Uit de accountantsverklaringen blijkt dat aanbieders op een goede manier met het kostprijsmodel voor advies- en distributiekosten omgaan. Er zijn prijsveranderingen doorgevoerd gericht op het bewerkstelligen van een gelijk speelveld.
Het Verbond van Verzekeraars vindt het na twee jaar nog wat vroeg om conclusies te trekken over het effect van de invoering van het provisieverbod. De evaluatie door de wetgever zal zoals bekend in 2017 plaatsvinden, maar de positieve waarnemingen van de AFM over 2014 zijn goede signalen. Het Verbond vindt het bijvoorbeeld ook mooi om te zien dat de AFM vaststelt dat financiële dienstverleners meer inspelen op behoeften van de klant, waardoor er meer verscheidenheid in bedieningsconcepten ontstaat. Iets wat het Verbond voor de invoering al voorspelde.
maandag 13 april 2015
Consumenten pinnen vaker door publiekscampagne
Consumenten zijn door een grootschalige publiekscampagne vaker gaan betalen met de pinpas in winkels. Vooral de acties in de eerste jaren van de campagne, met de slogan “Klein bedrag? Pinnen mag!”, zijn effectief geweest, zo blijkt uit DNB-onderzoek.
Banken en winkeliers hebben in 2007 gezamenlijk een grootschalige publiekscampagne opgezet om consumenten te stimuleren vaker met de pinpas te betalen. De campagne heeft volgens DNB-onderzoek geleid tot 2% additionele pinbetalingen, bovenop de al aanwezige trendmatige groei Het gaat hierbij in totaal om 352 miljoen extra pinbetalingen gedurende de periode 2007 – 2013. Het effect van de campagne manifesteert zich pas duidelijk na vier jaar, wanneer acties niet alleen het gedrag van consumenten tijdens actieperioden beïnvloeden, maar ook na afloop ervan.
De campagne bestaat uit verschillende acties en slogans. De acties onder het motto “Klein bedrag? Pinnen mag!” blijken het meest effectief te zijn geweest. Zij waren erop gericht om consumenten die grote aankopen al pinden te stimuleren om de pinpas ook te gebruiken voor hun kleine aankopen. Aanvankelijk deden consumenten dit alleen gedurende de actieperiodes, maar na enkele jaren bleken zij ook na afloop van de acties vaker kleine bedragen te pinnen. De campagne heeft dus tot een permanente gedragsverandering geleid. Verder blijkt dat acties waaraan landelijk opererende winkelketens meedoen tot meer pinbetalingen hebben geleid. Ook het clusteren van veel verschillende acties in een bepaalde periode heeft een significant positief effect op het pingedrag.
Na vijf jaar werd de campagneslogan “ Klein bedrag? Pinnen mag!” vervangen, omdat de effectiviteit ervan volgens de campagnemakers leek uitgewerkt. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden dat nieuwe slogans, zoals “Pinnen? Ja, graag!” dat medio 2013 was gelanceerd, consumenten hebben gestimuleerd om vaker met hun pinpas te betalen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de consumenten die open stonden voor verandering van hun betaalgedrag al bereikt waren in de beginjaren van de campagne. Consumenten die hun betaalgedrag toen nog niet hadden veranderd, bleken ook niet ontvankelijk voor de daaropvolgende acties en slogans.
Banken en winkeliers hebben in 2007 gezamenlijk een grootschalige publiekscampagne opgezet om consumenten te stimuleren vaker met de pinpas te betalen. De campagne heeft volgens DNB-onderzoek geleid tot 2% additionele pinbetalingen, bovenop de al aanwezige trendmatige groei Het gaat hierbij in totaal om 352 miljoen extra pinbetalingen gedurende de periode 2007 – 2013. Het effect van de campagne manifesteert zich pas duidelijk na vier jaar, wanneer acties niet alleen het gedrag van consumenten tijdens actieperioden beïnvloeden, maar ook na afloop ervan.
De campagne bestaat uit verschillende acties en slogans. De acties onder het motto “Klein bedrag? Pinnen mag!” blijken het meest effectief te zijn geweest. Zij waren erop gericht om consumenten die grote aankopen al pinden te stimuleren om de pinpas ook te gebruiken voor hun kleine aankopen. Aanvankelijk deden consumenten dit alleen gedurende de actieperiodes, maar na enkele jaren bleken zij ook na afloop van de acties vaker kleine bedragen te pinnen. De campagne heeft dus tot een permanente gedragsverandering geleid. Verder blijkt dat acties waaraan landelijk opererende winkelketens meedoen tot meer pinbetalingen hebben geleid. Ook het clusteren van veel verschillende acties in een bepaalde periode heeft een significant positief effect op het pingedrag.
Na vijf jaar werd de campagneslogan “ Klein bedrag? Pinnen mag!” vervangen, omdat de effectiviteit ervan volgens de campagnemakers leek uitgewerkt. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden dat nieuwe slogans, zoals “Pinnen? Ja, graag!” dat medio 2013 was gelanceerd, consumenten hebben gestimuleerd om vaker met hun pinpas te betalen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de consumenten die open stonden voor verandering van hun betaalgedrag al bereikt waren in de beginjaren van de campagne. Consumenten die hun betaalgedrag toen nog niet hadden veranderd, bleken ook niet ontvankelijk voor de daaropvolgende acties en slogans.
ABN AMRO besluit tot overdracht van diamond and jewellery-activiteiten in India aan IndusInd Bank
ABN AMRO kondigt de overdracht aan van de diamond and jewellery-activiteiten in India aan IndusInd Bank Limited. Deze activiteiten werden in cohabitatie uitgevoerd door Royal Bank of Scotland in India. IndusInd Bank biedt volgens de bank een uitstekend platform voor de 274 klantrelaties en de frontofficemedewerkers die mee overgaan, vooral omdat IndusInd Bank van plan is verder te groeien in deze activiteiten in India.
Verder hebben ABN AMRO en IndusInd Bank een partner bank overeenkomst afgesloten, waarmee een samenwerking wordt aangegaan op het gebied van diamond and jewelleryactiviteiten in deze belangrijke regio.
Verder hebben ABN AMRO en IndusInd Bank een partner bank overeenkomst afgesloten, waarmee een samenwerking wordt aangegaan op het gebied van diamond and jewelleryactiviteiten in deze belangrijke regio.
zondag 12 april 2015
Rechters over wanbetalers in Buitenhof
Wanbetalers belanden niet langer in de cel. Althans, als het aan de rechtbank in Amsterdam ligt. Gijzeling is een dwangmiddel voor mensen die hun boetes niet betalen. Maar de rechters vinden dat ze over onvoldoende informatie beschikken om te kunnen inschatten waarom mensen niet betalen. Daarom leggen zij alle gijzelingsverzoeken naast zich neer. Maar wordt een wanbetaler zo niet beloond? Over deze vraag en de menselijke maat in het Nederlandse recht een debat met Maria van de Schepop, strafrechter en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en Rinus Otte, raadsheer bij het Hof Arnhem/Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Organisatie van de Rechtspleging.
zaterdag 11 april 2015
Omtzigt: banken moeten dienstbaar zijn
De afgelopen weken waren niet fraai voor het imago van de minister, voor het imago van de ABN AMRO en voor het imago van de politiek. Zo vatte Pieter Omtzigt de ontwikkelingen samen rondom de ophef over de salarisverhogingen bij de top van ABN AMRO, tijdens een debat hierover in de Tweede Kamer met minister Dijsselbloem.
De hoge salarisverhoging bij de bank is teruggedraaid en daarover werd het nodige gezegd tijdens het debat. Er speelt echter meer bij deze bank dan de salarissen, aldus Omtzigt. “De onopgeloste problemen rond de rentederivaten bij het mkb, de afdeling bijzonder beheer en het incassobureau van de ABN AMRO, dat soms lak lijkt te hebben aan de beslagvrije voet, lijken te duiden op een bank die zijn maatschappelijke rol nog niet begrijpt.”
Omtzigt vroeg zich ook openlijk af hoe het nu verder moet met het besluit voor een beursgang. Voor het CDA staat voorop dat er eerst meer rust en transparantie moet komen. Er moet bekeken worden wat op de lange termijn een stabiele bank oplevert. Dat is wat anders dan winstmaximalisatie op korte termijn. Daarbij wil het CDA wel een private bank. Bankieren is namelijk geen kerntaak van de overheid. Omtzigt: “De ABN AMRO van de toekomst moet haar werk doen, zonder fratsen. Ze moet mkb en grootbedrijf financieren, hypotheken verstrekken en geen risicovolle experimenten aangaan.
Ze moet dienstbaar zijn aan de samenleving. Het CDA wil voorkomen dat een grote buitenlandse speler ABN AMRO opslokt. Een beschermingsconstructie is dan ook gewenst. Het CDA wil namelijk een HBU-scenario voorkomen: verkoop van een Nederlandse speler aan het buitenland, waar Nederlandse ondernemers zwaar onder lijden, omdat de portefeuille onmiddellijk wordt afgestoten. De Nederlandse samenleving wordt daar alleen maar slechter van.”
De hoge salarisverhoging bij de bank is teruggedraaid en daarover werd het nodige gezegd tijdens het debat. Er speelt echter meer bij deze bank dan de salarissen, aldus Omtzigt. “De onopgeloste problemen rond de rentederivaten bij het mkb, de afdeling bijzonder beheer en het incassobureau van de ABN AMRO, dat soms lak lijkt te hebben aan de beslagvrije voet, lijken te duiden op een bank die zijn maatschappelijke rol nog niet begrijpt.”
Omtzigt vroeg zich ook openlijk af hoe het nu verder moet met het besluit voor een beursgang. Voor het CDA staat voorop dat er eerst meer rust en transparantie moet komen. Er moet bekeken worden wat op de lange termijn een stabiele bank oplevert. Dat is wat anders dan winstmaximalisatie op korte termijn. Daarbij wil het CDA wel een private bank. Bankieren is namelijk geen kerntaak van de overheid. Omtzigt: “De ABN AMRO van de toekomst moet haar werk doen, zonder fratsen. Ze moet mkb en grootbedrijf financieren, hypotheken verstrekken en geen risicovolle experimenten aangaan.
Ze moet dienstbaar zijn aan de samenleving. Het CDA wil voorkomen dat een grote buitenlandse speler ABN AMRO opslokt. Een beschermingsconstructie is dan ook gewenst. Het CDA wil namelijk een HBU-scenario voorkomen: verkoop van een Nederlandse speler aan het buitenland, waar Nederlandse ondernemers zwaar onder lijden, omdat de portefeuille onmiddellijk wordt afgestoten. De Nederlandse samenleving wordt daar alleen maar slechter van.”
vrijdag 10 april 2015
Aangifte doen voor 15 april loont
Ruim 6 miljoen mensen hebben al belastingaangifte gedaan. Dat meldt de Belastingdienst. De aangifte-app is meer dan 152.000 keer gebruikt. Het is dit jaar mogelijk om nog tot 1 mei de aangifte in te dienen. Maar op het laatste moment kan het erg druk worden, waarschuwt de fiscus.
“Dit weekend is een goed moment om aan te sluiten bij de ruim 6 miljoen mensen die aangifte hebben gedaan”, zegt Bram van Eijndthoven, hoofd van het ING Fiscaal Bureau. “De Belastingdienst garandeert dan dat u nog voor 1 juli bericht krijgt. Dat is vooral prettig als u verwacht dat u geld terugkrijgt. Doet u tussen 15 april en 1 mei aangifte, dan probeert de Belastingdienst ook voor 1 juli te reageren. Maar de fiscus houdt dan een slag om de arm.”
AFM: Verandering moet meer uit financiële sector zelf komen om vertrouwen te herstellen
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet in meer maatschappelijke bewustwording en transparantie van de financiële sector noodzakelijke voorwaarden om het vertrouwen te herstellen. Onder druk van de samenleving, politiek en toezichthouder hebben financiële ondernemingen vooruitgang geboekt in het centraal stellen van openheid, eerlijke communicatie en het belang van de klant. Voor een gerechtvaardigd vertrouwen is echter nodig dat de samenleving ervaart dat de sector uit eigen overtuiging en beweging de klant blijvend centraal wil stellen. Juist in deze ongekende situatie door de aanhoudende lage rente zijn waarderingen weliswaar gestegen, maar de risico’s niet plots verdwenen. Er ligt een blijvende verantwoordelijkheid bij de sector om zich proactief richting haar klanten op te stellen.
Dat zei Merel van Vroonhoven, voorzitter van de AFM, bij de presentatie van het jaarverslag over 2014. “De sector zit midden in een enorm veranderingsproces en moet alle zeilen bijzetten om te voldoen aan alle nieuwe wet- en regelgeving en in te springen op technologische ontwikkelingen en de economische omstandigheden. Ze heeft op bepaalde terreinen duidelijk vooruitgang geboekt en verbeteringen doorgevoerd. Maar we zien ook dat ondernemingen worstelen met de structuren uit het verleden en het aanpassen van de eigen cultuur en het gedrag. Daarnaast zien we ook dat er sinds afgelopen jaar nieuwe risico’s en ontwikkelingen bij zijn gekomen.”
Veel van de veranderingen en verbeteringen zijn in gang gezet onder de druk van buitenaf. “De sector zal stappen moeten blijven zetten om de samenleving en politiek mee te nemen. Dat vraagt om overtuigingskracht die de juiste intenties zichtbaar maakt. De noodzakelijke aanpassing komt nog te weinig uit de sector zelf.”
Het woekerpolisdossier, waar verzekeraars pas na stevig aandringen in actie zijn gekomen, en het recente AFM-onderzoek naar rentederivaten laten zien dat de intrinsieke motivatie om duurzaam te veranderen nog onvoldoende verankerd is bij financiële instellingen. Ook de teleurstellende resultaten van onderzoeken naar de kwaliteit van accountantscontroles en de recente commotie over beloningen wijzen op weinig affiniteit met de gevoelens in de samenleving.
Van Vroonhoven: “Wij zijn ervan overtuigd dat het gerechtvaardigd vertrouwen pas terug komt als de samenleving ziet, voelt en ervaart dat de sector echt in het belang van de klant wil handelen. Mijn oproep aan de sector is dus: wordt wakker en luister naar de geluiden in de samenleving. Wees je bewust van je maatschappelijke rol. Ga nog meer in gesprek met je klanten en zet de deuren open voor kritische geluiden. Want de samenleving accepteert het eenvoudig niet als ondernemingen terugvallen in pre-crisis gedrag.”
De AFM ziet op dit moment dat alle prikkels aanwezig zijn om meer risico’s te nemen. Door de lage rente nemen professionele partijen meer risico om hun gewenste rendement te halen. Consumenten doen dat mogelijk ook. De ongekende omstandigheden in het financieel stelsel stellen de professional en de consument voor nieuwe vragen, onder meer of de genomen risico’s inzichtelijk en acceptabel zijn voor de belegger, consument of pensioengerechtigde.
Ook dit onderstreept de noodzaak dat de sector de banden met haar stakeholders versterkt, zich naar het midden van de samenleving beweegt en niet aan de rand blijft staan. Daarnaast is er veel werk nodig om consumenten in deze bijzondere tijden goed te ondersteunen.
Van Vroonhoven: “Het is nodig dat ondernemingen het vertrouwen terugwinnen, juist in deze tijden met nieuwe risico’s. Leg klanten uit wat de risico’s van een product zijn en benoem daarbij ook de negatieve scenario’s. Maak producten eenvoudiger; laat zien hoe je presteert. Investeer in innovatieve technologische tools die consumenten helpen bij het maken van keuzes. Hoewel de primaire verantwoordelijkheid bij de sector ligt, heeft de consument zelf natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Kom in actie, verdiep je, laat tegengeluid horen houd daarmee banken, verzekeraars en adviseurs scherp. ”
Dat zei Merel van Vroonhoven, voorzitter van de AFM, bij de presentatie van het jaarverslag over 2014. “De sector zit midden in een enorm veranderingsproces en moet alle zeilen bijzetten om te voldoen aan alle nieuwe wet- en regelgeving en in te springen op technologische ontwikkelingen en de economische omstandigheden. Ze heeft op bepaalde terreinen duidelijk vooruitgang geboekt en verbeteringen doorgevoerd. Maar we zien ook dat ondernemingen worstelen met de structuren uit het verleden en het aanpassen van de eigen cultuur en het gedrag. Daarnaast zien we ook dat er sinds afgelopen jaar nieuwe risico’s en ontwikkelingen bij zijn gekomen.”
Veel van de veranderingen en verbeteringen zijn in gang gezet onder de druk van buitenaf. “De sector zal stappen moeten blijven zetten om de samenleving en politiek mee te nemen. Dat vraagt om overtuigingskracht die de juiste intenties zichtbaar maakt. De noodzakelijke aanpassing komt nog te weinig uit de sector zelf.”
Het woekerpolisdossier, waar verzekeraars pas na stevig aandringen in actie zijn gekomen, en het recente AFM-onderzoek naar rentederivaten laten zien dat de intrinsieke motivatie om duurzaam te veranderen nog onvoldoende verankerd is bij financiële instellingen. Ook de teleurstellende resultaten van onderzoeken naar de kwaliteit van accountantscontroles en de recente commotie over beloningen wijzen op weinig affiniteit met de gevoelens in de samenleving.
Van Vroonhoven: “Wij zijn ervan overtuigd dat het gerechtvaardigd vertrouwen pas terug komt als de samenleving ziet, voelt en ervaart dat de sector echt in het belang van de klant wil handelen. Mijn oproep aan de sector is dus: wordt wakker en luister naar de geluiden in de samenleving. Wees je bewust van je maatschappelijke rol. Ga nog meer in gesprek met je klanten en zet de deuren open voor kritische geluiden. Want de samenleving accepteert het eenvoudig niet als ondernemingen terugvallen in pre-crisis gedrag.”
De AFM ziet op dit moment dat alle prikkels aanwezig zijn om meer risico’s te nemen. Door de lage rente nemen professionele partijen meer risico om hun gewenste rendement te halen. Consumenten doen dat mogelijk ook. De ongekende omstandigheden in het financieel stelsel stellen de professional en de consument voor nieuwe vragen, onder meer of de genomen risico’s inzichtelijk en acceptabel zijn voor de belegger, consument of pensioengerechtigde.
Ook dit onderstreept de noodzaak dat de sector de banden met haar stakeholders versterkt, zich naar het midden van de samenleving beweegt en niet aan de rand blijft staan. Daarnaast is er veel werk nodig om consumenten in deze bijzondere tijden goed te ondersteunen.
Van Vroonhoven: “Het is nodig dat ondernemingen het vertrouwen terugwinnen, juist in deze tijden met nieuwe risico’s. Leg klanten uit wat de risico’s van een product zijn en benoem daarbij ook de negatieve scenario’s. Maak producten eenvoudiger; laat zien hoe je presteert. Investeer in innovatieve technologische tools die consumenten helpen bij het maken van keuzes. Hoewel de primaire verantwoordelijkheid bij de sector ligt, heeft de consument zelf natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Kom in actie, verdiep je, laat tegengeluid horen houd daarmee banken, verzekeraars en adviseurs scherp. ”
Beleggen vraagt om lange adem
De internationale beurzen noteren records. Is het zinvol om in beleggingen te stappen? Richt je op de lange termijn en spreid de risico’s, stelt investment manager Simon Wiersma van ING.
De Amsterdamse beurs is voor het eerst sinds januari 2008 boven de 500 punten gesloten. In de afgelopen weken was die psychologische grens al een paar keer bereikt tijdens de handelsdag, maar sloot de AEX toch lager. Ook de grote internationale beurzen presteren goed. Londen, Japan en de Verenigde Staten hebben nieuwe records neergezet.
.
Vooral de stimuleringsmaatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB) en de lage rente hebben effect op de beursgraadmeter, stelt Simon Wiersma, investment manager van het ING Investment Office. De ECB koopt sinds begin maart maandelijks voor 60 miljard euro aan staatsobligaties en andere leningen op. Het jaar 2015 is sowieso goed begonnen voor beleggingen, legt hij uit. “De wereldwijde beursgenoteerde vastgoedaandelen presteren met een rendement van bijna 16 procent het beste. Aandelen wereldwijd volgen met bijna 14 procent rendement. Op de derde plaats staan staatsobligaties uit de Eurozone, met 4 procent.”
De Amsterdamse beurs is voor het eerst sinds januari 2008 boven de 500 punten gesloten. In de afgelopen weken was die psychologische grens al een paar keer bereikt tijdens de handelsdag, maar sloot de AEX toch lager. Ook de grote internationale beurzen presteren goed. Londen, Japan en de Verenigde Staten hebben nieuwe records neergezet.
.
Vooral de stimuleringsmaatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB) en de lage rente hebben effect op de beursgraadmeter, stelt Simon Wiersma, investment manager van het ING Investment Office. De ECB koopt sinds begin maart maandelijks voor 60 miljard euro aan staatsobligaties en andere leningen op. Het jaar 2015 is sowieso goed begonnen voor beleggingen, legt hij uit. “De wereldwijde beursgenoteerde vastgoedaandelen presteren met een rendement van bijna 16 procent het beste. Aandelen wereldwijd volgen met bijna 14 procent rendement. Op de derde plaats staan staatsobligaties uit de Eurozone, met 4 procent.”
donderdag 9 april 2015
Ruim 6 miljoen aangiften binnen bij Belastingdienst
Tot nu toe hebben ruim 6 miljoen mensen hun belastingaangifte ingediend. De aangifte-app werd meer dan 152 duizend keer gebruikt. De aangifteperiode loopt nog tot 1 mei. Mensen die voor 1 juli bericht willen ontvangen van de fiscus, moeten hun aangifte insturen vóór 15 april.
Aangifte doen kan online via Mijn Belastingdienst, of met de app Aangifte 2014. Om overbelasting van de systemen te voorkomen, heeft de Belastingdienst een maximum gesteld aan het aantal mensen dat tegelijkertijd aangifte kan doen. Op drukke momenten kan het daarom voorkomen dat mensen niet meteen kunnen inloggen.
De Belastingdienst adviseert mensen daarom om niet tot de drukste momenten te wachten. Deze drukke momenten in de aangifte liggen meestal vlak voor het verstrijken van een deadline, zoals die van 15 april. De fiscus adviseert mensen daarom niet te wachten tot volgende week maandag of dinsdag voor het indienen van hun aangifte, maar dit alvast voor die tijd te doen.
Invloed overheid op staatsdeelnemingen kleiner dan rijksbeleid beoogt
Het kabinet zegt zich al sinds 2007 als een actief aandeelhouder te willen opstellen om het publiek kapitaal te beheren en de publieke belangen te behartigen bij bedrijven waar de Staat aandelen in heeft. Toch zijn de randvoorwaarden daarvoor niet altijd ingevuld. Hierdoor is de invloed op de bedrijven kleiner dan het kabinet nastreeft. Bij elf ondernemingen is in de statuten niet vastgelegd dat de aandeelhouder (grote) investeringen moet goedkeuren. Bij de NS en Schiphol staat dat wel in de statuten, maar is het drempelbedrag zo hoog dat de Staat zelden formeel een investe-ringsvoorstel voorgelegd krijgt. Als grote investeringen wel door het ministerie zijn beoordeeld, dan blijven financiële gevolgen, risico's en onzekerheden onderbelicht, terwijl het rendement op het publiek kapitaal een publiek belang is. Besluiten over grote investeringen bij bedrijven haalden de afgelopen jaren de ministerraad niet.
De Staat wil het geïnvesteerde maatschappelijke vermogen in bedrijven waarin het aandelen heeft op verantwoorde wijze beheren en publieke belangen behartigen. Maar de rijksoverheid heeft voor de meeste bedrijven niet de zeggenschap en bevoegdheden om actief aandeelhouderschap in te vullen. Dat komt soms omdat de Staat niet enig aandeelhouder is, andere keren omdat bevoegdheden om te sturen niet in de bedrijfsstatuten zijn vastgelegd. Het Havenbedrijf Rotterdam is een van de weinige deelnemingen waar in de statuten staat dat de staats-aandeelhouder betrokken wordt bij investeringen buiten de branche of in het buitenland. Als het wel geregeld is om grote bedrijfsinvesteringen goed te keuren, dan wordt deze taak niet altijd transparant en goed gedocumenteerd uitgevoerd. Bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu treft de Algemene Rekenkamer een onderbouwing aan waaruit blijkt dat een aandelenruil tussen Schiphol en het Franse Aéroports de Paris alleen is getoetst op de netwerkkwaliteit van Schiphol, andere publieke belangen zoals milieu en veiligheid zijn amper getoetst. Bij het Ministerie van Economische Zaken zijn bijvoorbeeld de beoordeling van investeringen in gasopslag door EBN (Energie Beheer Nederland) niet navolgbaar en is niet duidelijk hoe een grote investering van elektriciteitstransporteur TenneT in het buitenland bijdraagt aan het publieke belang.
In het op 7 april 2015 gepubliceerde rapport De Staat als aandeelhouder - over het beheer van staatsdeelnemingen geeft de Algemene Rekenkamer aan dat bij Schiphol, Koninklijke Nederlandse Munt en Holland Casino in de statuten staat dat de aandeelhouder(s) strategische documenten alleen ter informatie krijgen. Bij 19 ondernemingen is niets vastgelegd over de betrokkenheid van de staatsaandeel-houder bij de bedrijfsstrategie. De Staat heeft bij vier ondernemingen niet de mogelijkheid de raad van bestuur te ontslaan wanneer de aandeelhouder vindt dat het bedrijf de publieke belangen niet goed behartigt.
Het kapitaal dat de aandelenportefeuille van de Staat vertegenwoordigt levert inkomsten op. De afgelopen jaren heeft de Staat voor Euro 3,3 tot Euro 5,1 miljard aan dividenduitkeringen ontvangen, voor het leeuwendeel afkomstig van EBN en De Nederlandsche Bank (DNB). Niet alle staatsdeelnemingen kennen een positief rendement.
Ministers verantwoorden zich tegenover de Tweede Kamer niet duidelijk over de resultaten en het gevoerde beheer bij de staatsdeelnemingen. In de praktijk hanteert de staatsaandeelhouder maatwerk per bedrijf, terwijl er ook een algemeen beleidskader bestaat. Onduidelijk is dan waar de Tweede Kamer de minister op kan aanspreken. Ook zijn sinds 2006 geen evaluaties meer uitgevoerd naar aandeelhouderschap.
De minister van Financiën schrijft, mede namens andere bewindspersonen, in reactie dat het onwenselijk is om het aandeelhouderschap los te koppelen van vakministeries. De minister zegt toe de informatie via het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen te verbeteren en de statuten van staatsdeelnemingen aan te passen.
De Algemene Rekenkamer wijst in het nawoord op het belang van achteraf toelichten van investeringsbeslissingen in de Tweede Kamer om de afweging van risico's en publieke belangen helder te maken. De Algemene Rekenkamer beveelt bij besluiten met grote financiële risico's aan in de ministerraad de afweging te maken. De onafhankelijke rol van de aandeelhouder binnen het Rijk wordt versterkt als het aandeelhouderschap weggehaald wordt bij het ministerie dat verantwoordelijk is voor het beleid (dus altijd een taak voor het Ministerie van Financiën).
De waarde van 37 ondernemingen waar de Staat (deels) eigenaar van is bedraagt vele miljarden; hun activiteiten zijn zeer uiteenlopend. Van gaswinning en -opslag door Energie Beheer Nederland (EBN) tot gokactiviteiten (Nederlandse Staatsloterij en Holland Casino). Van UCN (nucleaire energie-opwekking bij Urenco) en Covra (opslag van nucleair afval) tot de Nederlandse Spoorwegen. Bij deze ondernemingen bezit de Staat 100 % van de aandelen. Van het Havenbedrijf Rotterdam heeft de Staat 29,2 % van de aandelen, bij Schiphol Group 69,7 %, Thales (defensie-elektronica) 1 %, bij KLM 5,9 %.
Het onderzoek betreft 26 staatsdeelnemingen. De overige 11 deelnemingen zijn of niet meer actief (4) of te recent (2) of betreffen de financiële instellingen waarvoor een apart regime geldt (5). De Algemene Rekenkamer publiceerde eerder over staatsdeelnemingen, zoals TenneT (25 februari j.l.), Gasunie (juni 2012), ProRail (oktober 2011).
De Staat wil het geïnvesteerde maatschappelijke vermogen in bedrijven waarin het aandelen heeft op verantwoorde wijze beheren en publieke belangen behartigen. Maar de rijksoverheid heeft voor de meeste bedrijven niet de zeggenschap en bevoegdheden om actief aandeelhouderschap in te vullen. Dat komt soms omdat de Staat niet enig aandeelhouder is, andere keren omdat bevoegdheden om te sturen niet in de bedrijfsstatuten zijn vastgelegd. Het Havenbedrijf Rotterdam is een van de weinige deelnemingen waar in de statuten staat dat de staats-aandeelhouder betrokken wordt bij investeringen buiten de branche of in het buitenland. Als het wel geregeld is om grote bedrijfsinvesteringen goed te keuren, dan wordt deze taak niet altijd transparant en goed gedocumenteerd uitgevoerd. Bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu treft de Algemene Rekenkamer een onderbouwing aan waaruit blijkt dat een aandelenruil tussen Schiphol en het Franse Aéroports de Paris alleen is getoetst op de netwerkkwaliteit van Schiphol, andere publieke belangen zoals milieu en veiligheid zijn amper getoetst. Bij het Ministerie van Economische Zaken zijn bijvoorbeeld de beoordeling van investeringen in gasopslag door EBN (Energie Beheer Nederland) niet navolgbaar en is niet duidelijk hoe een grote investering van elektriciteitstransporteur TenneT in het buitenland bijdraagt aan het publieke belang.
In het op 7 april 2015 gepubliceerde rapport De Staat als aandeelhouder - over het beheer van staatsdeelnemingen geeft de Algemene Rekenkamer aan dat bij Schiphol, Koninklijke Nederlandse Munt en Holland Casino in de statuten staat dat de aandeelhouder(s) strategische documenten alleen ter informatie krijgen. Bij 19 ondernemingen is niets vastgelegd over de betrokkenheid van de staatsaandeel-houder bij de bedrijfsstrategie. De Staat heeft bij vier ondernemingen niet de mogelijkheid de raad van bestuur te ontslaan wanneer de aandeelhouder vindt dat het bedrijf de publieke belangen niet goed behartigt.
Het kapitaal dat de aandelenportefeuille van de Staat vertegenwoordigt levert inkomsten op. De afgelopen jaren heeft de Staat voor Euro 3,3 tot Euro 5,1 miljard aan dividenduitkeringen ontvangen, voor het leeuwendeel afkomstig van EBN en De Nederlandsche Bank (DNB). Niet alle staatsdeelnemingen kennen een positief rendement.
Ministers verantwoorden zich tegenover de Tweede Kamer niet duidelijk over de resultaten en het gevoerde beheer bij de staatsdeelnemingen. In de praktijk hanteert de staatsaandeelhouder maatwerk per bedrijf, terwijl er ook een algemeen beleidskader bestaat. Onduidelijk is dan waar de Tweede Kamer de minister op kan aanspreken. Ook zijn sinds 2006 geen evaluaties meer uitgevoerd naar aandeelhouderschap.
De minister van Financiën schrijft, mede namens andere bewindspersonen, in reactie dat het onwenselijk is om het aandeelhouderschap los te koppelen van vakministeries. De minister zegt toe de informatie via het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen te verbeteren en de statuten van staatsdeelnemingen aan te passen.
De Algemene Rekenkamer wijst in het nawoord op het belang van achteraf toelichten van investeringsbeslissingen in de Tweede Kamer om de afweging van risico's en publieke belangen helder te maken. De Algemene Rekenkamer beveelt bij besluiten met grote financiële risico's aan in de ministerraad de afweging te maken. De onafhankelijke rol van de aandeelhouder binnen het Rijk wordt versterkt als het aandeelhouderschap weggehaald wordt bij het ministerie dat verantwoordelijk is voor het beleid (dus altijd een taak voor het Ministerie van Financiën).
De waarde van 37 ondernemingen waar de Staat (deels) eigenaar van is bedraagt vele miljarden; hun activiteiten zijn zeer uiteenlopend. Van gaswinning en -opslag door Energie Beheer Nederland (EBN) tot gokactiviteiten (Nederlandse Staatsloterij en Holland Casino). Van UCN (nucleaire energie-opwekking bij Urenco) en Covra (opslag van nucleair afval) tot de Nederlandse Spoorwegen. Bij deze ondernemingen bezit de Staat 100 % van de aandelen. Van het Havenbedrijf Rotterdam heeft de Staat 29,2 % van de aandelen, bij Schiphol Group 69,7 %, Thales (defensie-elektronica) 1 %, bij KLM 5,9 %.
Het onderzoek betreft 26 staatsdeelnemingen. De overige 11 deelnemingen zijn of niet meer actief (4) of te recent (2) of betreffen de financiële instellingen waarvoor een apart regime geldt (5). De Algemene Rekenkamer publiceerde eerder over staatsdeelnemingen, zoals TenneT (25 februari j.l.), Gasunie (juni 2012), ProRail (oktober 2011).
Bankenaffaires: hebben we geleerd van de crisis?
‘ABN Amro staat weer stevig op de poten.’ Met die woorden blikte topman Gerrit Zalm eind vorige maand nog zelfverzekerd vooruit op een spoedige beursgang. Maar hoe anders zag de wereld er de afgelopen weken uit voor Zalm en collega’s.
De top van de staatsbank riep de woede van politiek en samenleving over zich af door de salarissen van de Raad van Bestuur met een ton te verhogen.
Een rel was geboren. Kamerleden spraken er schande van, de beursgang werd uitgesteld, commissaris Peter Wakkie trad af en ook minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) oogstte forse kritiek. Hij zou te weinig hebben gedaan om de loonsverhoging te voorkomen, en de Kamer onvoldoende hebben geïnformeerd. Morgen moet minister Dijsselbloem zich over de salarisrel verantwoorden in een debat.
De top van de staatsbank riep de woede van politiek en samenleving over zich af door de salarissen van de Raad van Bestuur met een ton te verhogen.
Een rel was geboren. Kamerleden spraken er schande van, de beursgang werd uitgesteld, commissaris Peter Wakkie trad af en ook minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) oogstte forse kritiek. Hij zou te weinig hebben gedaan om de loonsverhoging te voorkomen, en de Kamer onvoldoende hebben geïnformeerd. Morgen moet minister Dijsselbloem zich over de salarisrel verantwoorden in een debat.
woensdag 8 april 2015
2 miljard euro extra krediet voor het mkb
Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken gaan 2 miljard euro extra in het Nederlandse mkb investeren in komende drie jaar. Om dit mogelijk te maken, richt de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) vandaag twee investeringsfondsen op. Het ministerie van Economische Zaken (EZ) ondersteunt het private initiatief van institutionele beleggers en stelt garanties beschikbaar.
“Met de oprichting van de eerste twee fondsen zet de NLII een belangrijke stap om de Nederlandse economie structureel te versterken. Ondernemers kunnen hierdoor eerder de benodigde financiering aantrekken om te investeren in nieuwe producten en dienstverlening. Dat leidt tot banen en hogere economische groei,” aldus minister Henk Kamp van Economische Zaken. Namens het kabinet nam hij het initiatief om gesprekken aan te gaan met institutionele beleggers, wat leidde tot de oprichting van de NLII.
Om investeringen in de Nederlandse economie mogelijk te maken, richt de NLII vandaag een Achtergestelde Leningen Fonds (ALF) en een Bedrijfsleningen Fonds (BLF) op. Met het ALF kunnen mkb-ondernemers, die een beperkter eigen vermogen hebben, toch leningen tussen de 150.000 euro en 5 miljoen euro aantrekken. Met het BLF kunnen banken leningen van 10 miljoen tot maximaal 25 miljoen euro verstrekken aan bedrijven, ook als banken al een relatief groot aandeel in een bedrijf of in een sector hebben. Institutionele beleggers investeren 800 miljoen euro in deze fondsen en daarmee wordt er door samenwerking met banken 2 miljard aan extra kredietverlening mogelijk.
Zonder de fondsen van de NLII is het voor institutionele beleggers minder aantrekkelijk om in het mkb te investeren. De NLII zorgt voor een brug tussen institutionele beleggers, die op grote schaal investeren, en de kredietbehoefte van individuele ondernemers. Onder meer Aegon, Nationale-Nederlanden en de Pensioenfondsen PGB, Metaal & Techniek en investeren in de fondsen.
De garantstelling die EZ beschikbaar heeft voor het Achtergestelde Leningenfonds maakt onderdeel uit van het aanvullend actieplan mkb-financiering. Hiermee werkt het kabinet aan verbetering van de kredietverlening. Vanaf 2009 is er dankzij de financiële instrumenten van de overheid meer dan 9 miljard euro aan extra kredietverlening mogelijk gemaakt.
Aanhoudingen in onderzoek naar fraude met kassasystemen
De FIOD heeft dinsdag 2 mannen uit Oosterhout (NB) aangehouden in een strafrechtelijk onderzoek naar fraude met kassasystemen onder leiding van het Functioneel Parket. De mannen worden verdacht van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, loonbelasting en inkomstenbelasting. Een derde verdachte is dinsdag verhoord.
De FIOD heeft eerder in dit onderzoek een doorzoeking gedaan bij een restaurant in Oosterhout. De administratie is bij de doorzoeking in beslag genomen. Het vermoeden is dat via de kassa een mogelijkheid is gecreëerd om gedane betalingen weg te maken en zo de omzet (deels) te verzwijgen voor de belastingdienst.
De FIOD heeft de afgelopen jaren meerdere strafrechtelijke onderzoeken ingesteld naar ondernemers die omzet verzwijgen door een kassasysteem te misbruiken. Ook bieden sommige kassasystemen de mogelijkheid om omzetcijfers te manipuleren. Hierdoor wordt door de ondernemer vermoedelijk belasting ontdoken en valsheid in geschrifte gepleegd. EDP-Auditspecialisten van de Belastingdienst ontdekten de manipulatie van het kassasysteem tijdens een belastingcontrole bij het betreffende restaurant. Ook bij andere gebruikers van hetzelfde kassasysteem onderzoekt de Belastingdienst de kassagegevens. De Belastingdienst besteedt in het toezicht aandacht aan omzetverantwoording bij kassasystemen.
KPMG: 'Banken zien regeldruk wereldwijd steeds verder toenemen'
Banken zien de regeldruk dit jaar wereldwijd steeds verder toenemen. De groeiende druk is vooral een gevolg van het feit dat de uitwerking van de Basel 3-regelgeving steeds concreter wordt. Deze regelgeving stelt vooral strenge eisen aan de kapitaalbuffers en de liquiditeit die banken moeten aanhouden.
Met name banken in Noord-Amerika en Europa ervaren de gevolgen van de toenemende regelgeving. Bovendien ontstaat als gevolg van de recente stress test van de Europese Centrale Bank nieuwe druk op de banken en brengt de brede herziening van de wijze waarop de banken hun activa moeten waarderen extra druk met zich mee.
Het jaarlijkse internationale onderzoek ‘Evolving Banking Regulation’ van KPMG geeft inzicht in de voortgang die banken maken om te voldoen aan alle regelgeving. Hieruit blijkt dat de regeldruk in combinatie met de matige economische activiteiten er vooral in de euroregio toe heeft geleid dat banken moeite hebben om adequate winsten te realiseren en aan te tonen dat zij beschikken over een levensvatbare en duurzame bedrijfsvoering.
"Alle maatregelen die de banken hebben genomen op het gebied van ‘deleveraging’ en het verminderen van de risico’s op de balans heeft ertoe geleid dat de banken tegemoet zijn gekomen aan de eisen qua liquiditeit en kapitaal", zegt Ferdinand Veenman, partner bij KPMG en segmentleider Banking.
Veenman: "Ze hebben echter niet gezorgd voor het herstel van de winstgevendheid. Banken hebben dan ook duidelijk moeite om de kosten in lijn te brengen met de verminderde verdiencapaciteit van de balans."
Nationale maatregelen
Veenman constateert dat de banken wellicht niet helemaal voorbereid zijn op het bereik en de omvang van alle maatregelen die erop gericht zijn om de soliditeit van het financiële stelsel wereldwijd als geheel veilig te stellen.
Veenman: "En terwijl dit beleid nog voortdurend in ontwikkeling is, is een aantal landen aan de slag gegaan met maatregelen op het gebied van kapitaal, leverage en liquiditeit. Deze maatregelen hebben tot doel de stabiliteit van de banken te garanderen en hun activiteiten minder kwetsbaar te maken. Landen willen hiermee voorkomen dat de gevolgen van het ‘omvallen’ van deze banken grote invloed heeft op de lokale economie en het financiële systeem."
Als het gaat om de waardering van activa ziet Veenman bovendien dat toezichthouders in toenemende mate op zoek zijn naar mogelijkheden om het gebruik van interne modellen te beperken, modellen die de banken gebruiken om de kapitaalsberekeningen van hun krediet- en marktrisico’s naar beneden bij te stellen.
Veenman: "Er treedt bij zowel toezichthouders als beleggers duidelijk verzet op tegen het gebruik van deze 'interne modellen’ die een duidelijk vergelijking met betrekking tot de behaalde resultaten en de risico’s die de banken lopen lastig maken."
Volgens Veenman zal het nieuwe toezicht door de ECB het speelveld van de banken aanzienlijk gaan veranderen, met name voor banken die direct onder het toezicht van de Europese bank vallen. Veenman: "Zeker voor de strategie en de bedrijfsvoering van de bank, voor alle data en de IT-infrastructuur, voor de risicomodellen. Dat geldt ook voor de bepaling van het Pillar 2 kapitaal en de liquiditeitseisen die aan de individuele banken gesteld worden.
Ondertussen zullen de banken ook geconfronteerd worden met veranderingen die het gevolg zijn van het feit dat de ECB een aantal tegenstrijdigheden zal wegnemen. Tegenstrijdigheden die het gevolg zijn van verschillen in regelgeving tussen nationale toezichthouders."
Met name banken in Noord-Amerika en Europa ervaren de gevolgen van de toenemende regelgeving. Bovendien ontstaat als gevolg van de recente stress test van de Europese Centrale Bank nieuwe druk op de banken en brengt de brede herziening van de wijze waarop de banken hun activa moeten waarderen extra druk met zich mee.
Het jaarlijkse internationale onderzoek ‘Evolving Banking Regulation’ van KPMG geeft inzicht in de voortgang die banken maken om te voldoen aan alle regelgeving. Hieruit blijkt dat de regeldruk in combinatie met de matige economische activiteiten er vooral in de euroregio toe heeft geleid dat banken moeite hebben om adequate winsten te realiseren en aan te tonen dat zij beschikken over een levensvatbare en duurzame bedrijfsvoering.
"Alle maatregelen die de banken hebben genomen op het gebied van ‘deleveraging’ en het verminderen van de risico’s op de balans heeft ertoe geleid dat de banken tegemoet zijn gekomen aan de eisen qua liquiditeit en kapitaal", zegt Ferdinand Veenman, partner bij KPMG en segmentleider Banking.
Veenman: "Ze hebben echter niet gezorgd voor het herstel van de winstgevendheid. Banken hebben dan ook duidelijk moeite om de kosten in lijn te brengen met de verminderde verdiencapaciteit van de balans."
Nationale maatregelen
Veenman constateert dat de banken wellicht niet helemaal voorbereid zijn op het bereik en de omvang van alle maatregelen die erop gericht zijn om de soliditeit van het financiële stelsel wereldwijd als geheel veilig te stellen.
Veenman: "En terwijl dit beleid nog voortdurend in ontwikkeling is, is een aantal landen aan de slag gegaan met maatregelen op het gebied van kapitaal, leverage en liquiditeit. Deze maatregelen hebben tot doel de stabiliteit van de banken te garanderen en hun activiteiten minder kwetsbaar te maken. Landen willen hiermee voorkomen dat de gevolgen van het ‘omvallen’ van deze banken grote invloed heeft op de lokale economie en het financiële systeem."
Als het gaat om de waardering van activa ziet Veenman bovendien dat toezichthouders in toenemende mate op zoek zijn naar mogelijkheden om het gebruik van interne modellen te beperken, modellen die de banken gebruiken om de kapitaalsberekeningen van hun krediet- en marktrisico’s naar beneden bij te stellen.
Veenman: "Er treedt bij zowel toezichthouders als beleggers duidelijk verzet op tegen het gebruik van deze 'interne modellen’ die een duidelijk vergelijking met betrekking tot de behaalde resultaten en de risico’s die de banken lopen lastig maken."
Volgens Veenman zal het nieuwe toezicht door de ECB het speelveld van de banken aanzienlijk gaan veranderen, met name voor banken die direct onder het toezicht van de Europese bank vallen. Veenman: "Zeker voor de strategie en de bedrijfsvoering van de bank, voor alle data en de IT-infrastructuur, voor de risicomodellen. Dat geldt ook voor de bepaling van het Pillar 2 kapitaal en de liquiditeitseisen die aan de individuele banken gesteld worden.
Ondertussen zullen de banken ook geconfronteerd worden met veranderingen die het gevolg zijn van het feit dat de ECB een aantal tegenstrijdigheden zal wegnemen. Tegenstrijdigheden die het gevolg zijn van verschillen in regelgeving tussen nationale toezichthouders."

.jpg)


































