maandag 16 maart 2015

Financiële standaardproducten bieden consument weinig voordeel

Consumenten zijn niet altijd beter af als banken of verzekeraars verplicht zijn een standaardproduct aan te bieden voor bijvoorbeeld pensioensparen of arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. De concurrentie tussen aanbieders zal waarschijnlijk niet toenemen. Prijs en kwaliteit worden daardoor niet beter. Ook keuzestress of verkeerde productkeuzes worden vermoedelijk niet minder. Het kan er zelfs toe leiden dat consumenten minder goede keuzes maken. Dit concludeert de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in haar rapport, dat mede op verzoek van de minister van Financiën is opgesteld.

Chris Fonteijn, bestuursvoorzitter van ACM: ‘Het invoeren van een standaardverzekering of pensioensparen is een forse ingreep in de markt. Consumenten moeten daar echt beter van worden en het moet een probleem op een financiële markt oplossen. Dat zie ik in beide gevallen niet gebeuren’.

Een standaardproduct is bijvoorbeeld een verzekering of een pensioensparen waarbij alle voorwaarden bij alle aanbieders exact hetzelfde zijn, behalve de service en premie. Standaardproducten bevorderen de concurrentie tussen verschillende aanbieders waarschijnlijk niet. Aanbieders verkopen waarschijnlijk liever hun eigen producten omdat ze daar meer winst op kunnen maken. Ze zullen het standaardproduct geen prominente plaats geven.

Standaardproducten leiden niet bij alle consumenten tot betere keuzes. Het standaardproduct kan namelijk de suggestie wekken dat dit het ‘best-passende’ product is voor iedere consument. Dat hoeft echter niet altijd zo te zijn. Consumenten hebben namelijk hun eigen wensen en behoeften, waar een niet-standaardproduct wellicht beter bij past. Een standaardproduct kan daardoor tot een verkeerde productkeuze leiden. Ook wordt het maken van een juiste productkeuze niet makkelijker door een standaardproduct. Naast het standaardproduct blijven namelijk veel andere producten over die niet makkelijker te begrijpen en te vergelijken zijn.

Het introduceren van standaardproducten in de financiële sector is een ingrijpende overheidsmaatregel waarvan de voordelen voor consumenten niet vaststaan. Keuzegedrag van consumenten kan volgens ACM beter worden door informatie over financiële producten te versimpelen en te standaardiseren. Als het ministerie van Financiën standaardproducten wil invoeren, adviseert ACM om eerst meer praktijkonderzoek te doen. Dit onderzoek moet onder andere vaststellen welke problemen zich op verschillende financiële markten voordoen en welke interventie daarvoor dan de beste oplossing is.

Nazorg beleggingsverzekeringen: meer consumenten bereikt door verzekeraars

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet bij de meeste verzekeraars in het tweede halfjaar van 2014 een duidelijke verbetering in het bereiken van consumenten met een beleggingsverzekering.

Zo hebben de meeste verzekeraars een aanzienlijke vooruitgang geboekt in het vinden van een oplossing voor klanten met een niet opbouwende beleggingsverzekering. Van de 16 verzekeraars die een ambitie hebben uitgesproken hebben op één na alle verzekeraars deze ambitie ook gehaald per 31 december 2014. Daarnaast hebben verzekeraars en adviseurs goede voortgang gemaakt met het activeren van klanten met een hypotheekgebonden beleggingsverzekering. Van verzekeraars en adviseurs wordt verwacht dat zij nu ook aan de slag gaan met het activeren van klanten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen.

Onder het activeren van klanten verstaat de AFM het aanzetten tot en ondersteunen van klanten, zodat zij inzicht krijgen in het mogelijke verschil tussen de verwachte eindwaarde van de polis en het doelkapitaal, overzicht krijgen van hun verbetermogelijkheden en, indien nodig, stappen ondernemen om hun situatie te verbeteren. Voor klanten met een niet opbouwende beleggingsverzekering moet een oplossing worden gevonden. Dit betekent dat wanneer de verzekeraar de klant niet kan activeren, hij een maatregel kan nemen waarmee het niet opbouwende karakter van de beleggingsverzekering van de klant wordt weggenomen.

Na de eerdere teleurstellende resultaten van verzekeraars per 30 juni 2014 (rapportage oktober 2014) heeft elke verzekeraar zich gecommitteerd aan een individuele ambitie voor het vinden van een oplossing voor klanten met een niet opbouwende beleggingsverzekering. Verzekeraars hebben naar aanleiding van deze afspraken hun inspanningen in de tweede helft van 2014 geïntensiveerd. De AFM ziet per 31 december 2014 dan ook een duidelijke verbetering in het aantal niet opbouwende beleggingsverzekeringen waarvoor een oplossing is gevonden. Het behaalde resultaat van één verzekeraar is echter teleurstellend. Deze verzekeraar heeft zijn eigen ambitie bij lange na niet gehaald en loopt ver achter op het gemiddelde percentage beleggingsverzekeringen waar de markt een oplossing voor heeft gevonden.

De deadline voor het activeren van klanten met een hypotheekgebonden beleggingsverzekering is verschoven, zodat verzekeraars zich vooral konden richten op klanten met een niet opbouwende beleggingsverzekering. Verzekeraars en adviseurs hebben een half jaar langer de tijd gekregen - tot 1 juli 2015 - om het streefcijfer ten aanzien van klanten met een hypotheekgebonden beleggingsverzekering te behalen. De AFM ziet dat verzekeraars en adviseurs ook bij deze categorie beleggingsverzekeringen goede voortgang boeken. Voor het activeren van klanten met een pensioengebonden beleggingsverzekering is in de rapportage van de AFM nu ook de doelstelling voor verzekeraars opgenomen. Hoewel deze doelstelling voor verzekeraars geldt, verwacht de AFM dat ook adviseurs hier hun verantwoordelijkheid nemen en samen met de verzekeraar ervoor zorgen dat klanten worden geactiveerd.

De AFM signaleert dat er een aanzienlijke groep klanten is die er voor kiest om de beleggingsverzekering niet aan te passen. Hierbij gaat het om niet opbouwende en hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen. De AFM vindt dit opmerkelijk aangezien de klant bij niet opbouwende beleggingsverzekeringen meer geld inlegt dan het product waarschijnlijk ooit zal opleveren. Een verkennend onderzoek geeft aanleiding tot een vervolgonderzoek naar de kwaliteit van het activeren van klanten met een beleggingsverzekering en naar de kwaliteit van het hersteladvies dat deze klanten ontvangen.

Gezien de tegenvallende resultaten per 30 juni 2014 heeft de minister van Financiën aangekondigd om in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) een voor verzekeraars geldende verplichting op te nemen tot het activeren van klanten met een beleggingsverzekering (Norm). De minister heeft hiervoor een consultatiedocument opgesteld. De AFM heeft deze norm in de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft verder uitgewerkt (Regeling), deze staat eveneens ter consultatie open. In deze regeling zijn de streefcijfers voor niet opbouwende beleggingsverzekeringen en hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen vastgelegd als een ‘vereist resultaat’. Tevens is in de regeling voor het eerst het vereiste resultaat voor pensioengebonden beleggingsverzekeringen vastgelegd.

Met de nieuwe norm krijgt de AFM de bevoegdheid om handhavend op de treden tegen die verzekeraars die kwantitatief en/of kwalitatief achterblijven op het vereiste resultaat. Deze bevoegdheid draagt bij aan het waarborgen van de juiste kwaliteit en inspanningen van verzekeraars bij het activeren van klanten met een beleggingsverzekering.

zaterdag 14 maart 2015

Banken moeten recordbedrag afboeken op slechte leningen

ABN, ING en Rabobank hebben voor een historisch hoog bedrag verliezen geleden op probleemkredieten sinds het uitbreken van de financiële crisis zeven jaar geleden. Dat blijkt uit een inventarisatie van NRC Handelsblad. De schadepost voor banken als gevolg van bedrijfsleningen of vastgoedfinancieringen die niet of slechts deels werden terugbetaald is opgelopen tot 20 miljard euro. De angst bij banken voor nieuwe stroppen is bovendien een reden waarom de kredietverlening mondjesmaat blijft, terwijl die juist cruciaal is voor het functioneren van de economie. Economen wijzen op de gebrekkige kredietverlening als medeoorzaak van het zwakke herstel.

vrijdag 13 maart 2015

DELA houdt rente Spaarverzekering op 2,75%

De rentevergoeding van de spaarverzekering van coöperatie DELA blijft 2,75 procent. Dit tarief staat ook op afzienbare termijn niet ter discussie, ook niet als de marktrente of de spaartarieven van de banken verder dalen.

Anders dan bancaire spaarrentes, is de rentevergoeding bij consumentencoöperatie DELA gebaseerd op het stabiele lange termijnrendement van haar vermogen. Dit past bij klanten die met het CoöperatiespaarPlan geld opzij zetten over een periode van tien jaar of meer. Als consumentencoöperatie heeft DELA naast de rentevergoeding een winstdelingsregeling.

Bij banken beweegt de spaarrente mee met de internationale geldmarkten om de marges op peil te houden en het vermogen van de banken aan te sterken. Dat werkt bij de coöperatieve verzekeraar DELA anders. "DELA beschikt over een solide eigen vermogen. Wij beleggen ons vermogen in een mix van aandelen, obligaties en andere beleggingen met een tijdshorizon van veertig jaar. Dit vormt de stabiele grondslag aan de rente die DELA vergoedt.", zegt Martin de Jong.

De spaarverzekering komt niet voor op de meeste vergelijkingssites die bancaire spaarrentes naast elkaar zetten. Het verzekeringselement van het CoöperatiespaarPlan zit in het lange termijn karakter van het product en in de extra uitkering bij overlijden van de verzekerde: het opgebouwde saldo inclusief opgelopen rente valt dan vrij met een extra uitkering van 10%. En anders dan bij de online rekeningen van de banken, kost beëindiging van de spaarverzekering binnen 10 jaar 150 euro. Dat geeft dit verzekeringsproduct een ander karakter.

In tegenstelling tot DELA vallen banken onder het depositogarantiestelsel dat consumenten met een spaartegoed tot Euro 100.000 beschermt tegen de risico's van verlies door betalingsproblemen of een faillissement van de bank. DELA beschikt over een solide eigen vermogen en opereert op eigen kracht als consumentencoöperatie met ruim 3 miljoen leden.

Dijsselbloem maakt kinderen wegwijs in wereld van het geld

“Maak een plan voor wat je met je geld wilt doen. Dwing jezelf te kiezen welk deel van je geld je direct wilt uitgeven en welk deel je wilt sparen voor dingen die je in de toekomst wilt hebben.” Die tip gaf minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën de zestig basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 die donderdag 12 maart in het kader van de Week van het Geld aanwezig waren bij een speciale kinderpersconferentie.

Leerlingen van groep 7 en 8 stellen tijdens de kinderpersconferentie in het kader van de Week van het geld vragen aan minister Dijsselbloem.

“Je kunt je geld maar één keer uitgeven. Dus denk goed na over wat je ermee doet”, hield de minister de kinderen voor. En dat is ook zijn uitgangspunt bij het beheren van de staatskas, zei hij in antwoord op een vraag. “Ook voor de overheid geldt dat niet alles kan. En in de politiek moeten duidelijk keuzes worden gemaakt waar het geld van de staat wel en niet aan wordt uitgeven.”

Bij de bijeenkomst waren leerlingen van basisscholen uit het hele land aanwezig. De leerlingen kregen voor de kinderpersconferentie met de minister interviewles van RTL-verslaggever Frits Wester, die hen tips gaf hoe ze de minister het beste opmerkelijke uitspraken zouden kunnen ontlokken.

De kinderen, die allemaal schrijven voor de schoolkrant of website van hun school, hadden zich goed voorbereid op de kinderpersconferentie. Ze wilden graag weten hoeveel zakgeld de minister zelf vroeger kreeg, en wie bij hem thuis nu de geldzaken regelt. Maar daarnaast werden ook vragen gesteld over studieleningen, Griekenland, ABN Amro en het aftreden van minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van Justitie en Veiligheid.

Dijsselbloem drukte de kinderen op het hart dat sparen in zijn ogen belangrijk is. Als kind vond hij dat zelf ook leuk om te doen. “Het is mooi om te zien dat je spaarpot voller wordt.” Ook nu spaart hij nog. “Bijvoorbeeld voor als er iets stuk gaat, zoals de wasmachine, of voor een vakantie.”

'Spaarder laat rente liggen door nauwelijks te kiezen voor deposito's'

Spaargeld vastzetten op een deposito is de afgelopen jaren steeds minder populair geworden, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). Opvallend, want juist nu de rentes maar blijven dalen is een deposito een interessant alternatief, stelt de vergelijkingssite Sparen.nl. “Dat steeds minder spaarders kiezen voor een deposito, komt waarschijnlijk door de historisch lage spaarrentes”, zegt Teun van Mullekom van Sparen.nl. “De spaarrentes zullen voorlopig echter alleen nog maar verder dalen. Door te kiezen voor een kortlopend deposito weet je in elk geval zeker dat de rente op dat deel van je spaargeld de komende tijd niet nog verder daalt. En wie zich niet blind staart op de ‘eigen’ grootbank kan hier zeker nog wat extra rendement behalen.”

Sparen.nl bestudeerde de cijfers over het spaargeld van Nederlandse huishoudens die DNB elke maand presenteert. Hieruit blijkt dat van de bijna 14 miljard euro die huishoudens in 2014 gemiddeld elke maand inlegde, slechts 1,4 miljard op een spaardeposito werd gestald. In 2011 ging gemiddeld nog 20,4 procent van de 15,8 miljard euro die elke maand werd gespaard naar een deposito. Sindsdien zijn deposito’s elk jaar minder populair geworden.

Dat spaarders steeds minder geld vastzetten op deposito’s komt volgens Van Mullekom door de lage rentetarieven bij de grootbanken. “Bij de vier grootste banken, ING, ABN AMRO, Rabobank en SNS leveren deposito’s tot en met een looptijd van 5 jaar minder rente op dan de vrij opneembare spaarrekening van deze banken. Voor een 1-jaars deposito liggen de rentes zelfs tussen de 0,01 en 0,4 procent, terwijl de vrij opneembare spaarrekening nog 1 tot 1,35 procent rente oplevert. “Als je je geld vastzet bij deze grootbanken, ben je dus echt een dief van je eigen portemonnee”, zegt Van Mullekom. “Maar dat wil niet zeggen dat deposito’s bij de andere banken geen interessant alternatief zijn.”

Naar verwachting zullen de spaarrentes dit jaar nog verder dalen. Door je spaargeld vast te zetten zorg je er in elk geval voor dat de rente over dat geld niet daalt. “Maar kijk dan wel even verder dan je ‘huisbank’”, adviseert Van Mullekom.

De hoogste rente op deposito van 1, 2 of 3 jaar krijg je op dit moment bij LeasePlan Bank. Deze bank biedt respectievelijk 1,8 procent, 2 procent en 2,05 procent rente voor de genoemde looptijden. Andere partijen die hoog in de rente-overzichten voor kortlopende deposito’s staan, zijn Centraal Beheer Achmea en BIGBANK. “Je spaargeld bij deze banken vastzetten levert je dus fors meer rendement op dan die 1 procent die je krijgt op een spaarrekening bij de grootbanken”, zegt Van Mullekom. “En dan heb je ook nog eens het voordeel dat de rente gelijk blijft, terwijl de rente op je spaarrekening dit jaar verder zal dalen.”


donderdag 12 maart 2015

Spaarrente onder de 1 procent

Rabobank verlaagt op 19 maart de spaarrente op een vrij opneembare internetspaarrekening naar 0,9 procent. “Hiermee doorbreekt Rabobank als eerste van de drie grootbanken de psychologische grens van 1 procent”, zegt Amanda Bulthuis van vergelijkingssite Spaarrente.nl. “Wij verwachten dan ook dat de andere grootbanken, ABN AMRO en ING, deze lijn de komende weken zullen volgen en hun spaarrente onder de 1 procent brengen.”

De spaarrentes zijn al enkele jaren aan het dalen en zijn ten opzichte van 2012 bijna gehalveerd. “In 2012 kon je met gemak 3 procent rente krijgen op je vrij opneembare spaarrekening”, zegt Bulthuis. “Nu mag je blij zijn met 1,6 procent.” De grootbanken Rabobank, ING en ABN AMRO volgen dezelfde lijn. Zij boden in 2012 nog rentes van 2 procent of meer. Sinds het begin van 2015 bieden alle drie deze banken nog maar 1 procent.”

Dat Rabobank de spaarrente nu nog verder verlaagt is op zich niets nieuws. De grootbanken hebben al eerder de verwachting uitgesproken dat de spaarrente dit jaar onder de 1 procent zou komen. De grote vraag was alleen wie van de drie als eerste deze stap zou wagen.

De bank die als eerste deze stap zet, loopt immers het risico klanten te verliezen. “Klanten zijn normaal gesproken erg trouw aan hun grootbank, waardoor deze banken niet direct hoeven te vrezen voor klantenverlies als zij hun spaarrentes verlagen. Maar 1 procent voelt voor veel spaarders toch als een psychologische grens”, zegt Bulthuis. “Kom je daar onder, dan zal dit voor veel klanten toch een trigger zijn om even verder te kijken.”

En verder kijken dan je grootbank loont zeker. Vanaf 19 maart krijg je bij Rabobank nog maar 0,9 procent rente voor je spaargeld op een internetspaarrekening. LeasePlan Bank biedt op dit moment de hoogste rente met 1,6 procent. “Je kunt dus toch nog een winst van 0,7 procent behalen”, stelt Bulthuis.

Daarnaast is een kortlopend deposito op dit moment zeer de moeite waard. “De spaarrentes zullen voorlopig nog wel even blijven dalen. Door te kiezen voor een deposito zet je je spaargeld vast tegen een vast rentetarief. Zo voorkom je dat het rendement op je spaargeld de komende tijd nog verder daalt”, legt Bulthuis uit. Wie met een kortlopend deposito het maximale uit zijn spaargeld wil halen, kan voor een looptijd van 1 of 2 jaar het beste kiezen voor LeasePlan Bank. Deze bank biedt op dit moment respectievelijk 1,8 en 2 procent rente voor deze looptijden.

OBS De Wilgenstam is Beste Beleggersklas van Nederland

Leerlingen van de wetenschapsklas van OBS De Wilgenstam uit Rotterdam krijgen na een spannende strijd de titel ‘Beste jonge beleggers van Nederland’. Zes weken lang speelden 20 basisscholen uit de regio Rotterdam het spel Beleggr met als doel om deze felbegeerde titel te krijgen en 1.000 euro te winnen voor een zelf gekozen goed doel. Vandaag ontvangen zij de cheque voor het goede doel.

Beleggr, een initiatief van Robeco in samenwerking met het Wetenschapsknooppunt Erasmus Universiteit Rotterdam, draait om het zo verantwoord mogelijk beleggen in aandelen. Tijdens de zes weken durende spannende klassenstrijd voor de groepen 7 en 8 van de basisschool, hebben de kinderen veel geleerd over geld en beleggen.  Elke klas begon met een virtueel kapitaal van 1.000 euro, waarvan zij aandelen konden kopen van tien verschillende fictieve bedrijven. Op basis van nieuwsitems werd in de klas bediscussieerd of het nieuws invloed had op de aandelen en of de aandelenmix moest worden aangepast. De winnaar is die groep die het meest verantwoord heeft belegd. Dit is gemeten aan de hand van de behaalde winst, de bijsturing op basis van nieuws en de mate van risico die de leerlingen namen.

Het doel van Beleggr is om kinderen al jong financieel bewust te maken, omdat dit de basis is voor zelfredzaamheid in de toekomst. In het spel leren kinderen de principes van beleggen: inschatting van risico’s, spreiding en vanuit een langetermijnvisie handelen. Beleggr is een groot succes gebleken. De kinderen van de 20 basisscholen weten nu niet alleen wat beleggen in aandelen betekent, ze zijn er ook erg enthousiast geworden. Het spel was op vele manieren spannend en leerzaam: begrijpend lezen, rekenen, een strategie bedenken, keuzes maken en samenwerken in de klas. Het speciaal ontwikkelde boekje ‘Een goed Belegde Boterham’ was hierbij een goed hulpmiddel. Ook de beschikbare hulplijnen naar experts van Robeco werden veelvuldig gebruikt.

Nederlanders hebben meer buffer nodig

Goede tijden, slechte tijden. Nederlandse huishoudens merken de pieken en dalen van de economie sterker dan consumenten in de omringende landen.

Het vermogen van Nederlandse consumenten zit voor een groot deel vast in huizen en pensioenen. In vergelijking met onze buurlanden zijn de vrij beschikbare spaartegoeden niet erg hoog, stelt het CPB in een analyse over de Nederlandse consumptie. Gevolg is dat huishoudens de hand stevig op de knip houden als het economisch tegenzit. In betere tijden geven ze juist makkelijker geld uit. Die grote pieken en dalen in de bestedingen zorgen voor minder welvaart.

Met gericht beleid kan de overheid die grote schommelingen volgens het CPB verminderen. Zo zijn de prijzen van huizen gevoelig voor schokken op de woningmarkt. Volgens het CPB zou het goed zijn als mensen in de koopsector meer alternatieven op de huurmarkt zouden hebben. Ook zouden de mogelijkheden voor nieuwbouw groter moeten zijn. Daarnaast wijst het CPB op de mogelijkheid van een flexibele pensioeninleg.

Verzekeraar die klanten met beleggingsverzekering niet activeert riskeert boete

Verzekeraars zijn vanaf 1 juli aanstaande wettelijk verplicht om hun klanten actief te benaderen over hun beleggingsverzekeringen. Het is de bedoeling dat zij klanten actief meer inzicht geven in hun specifieke situatie en verbetermogelijkheden. De verzekeraar moet de klant ook aanzetten om een weloverwogen keuze over zijn beleggingsverzekering te maken. Doen verzekeraars dit niet dan kan de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een boete of dwangsom opleggen. Dit schrijft minister Dijsselbloem van Financiën maandag aan de Tweede Kamer. Aanleiding hiervoor zijn de teleurstellende resultaten bij de nazorg beleggingsverzekeringen, zoals uit de rapportage van de AFM van oktober 2014 bleek.

De activeringsverplichting geldt voor alle verzekeraars die klanten hebben met beleggingsverzekeringen van voor 1 januari 2013. Onder activeren wordt verstaan dat de verzekeraar er zorg voor draagt dat de klant een bewuste keuze maakt over zijn beleggingsverzekering. Een bewuste keuze kan voor een klant stopzetting, wijziging of voortzetting van de beleggingsverzekering zijn. Deze keuze moet dus ook uitdrukkelijk worden voorgelegd aan de klant.

De AFM zal nadere regels stellen met betrekking tot de verplichting. Zo bepaalt de AFM aan welke beleggingsverzekeringen de verzekeraar prioriteit moet geven. De meest kwetsbare klanten moeten het eerst worden geactiveerd. Dat zijn allereerst polissen waarin naar verwachting geen opbouw plaatsvindt en vervolgens hypotheekgebonden en pensioengebonden beleggingsverzekeringen. Verder worden bijvoorbeeld de vereiste inspanningen van de verzekeraar opgenomen in nadere regels.

Met het versturen van het ontwerpbesluit dat verplicht tot het activeren van klanten met een beleggingsverzekering aan de Tweede en Eerste Kamer gaat de wettelijke voorgeschreven voorhangprocedure van vier weken in. Tijdens deze periode kunnen ook via openbare consultatie reacties worden gegeven (www.internetconsultatie.nl/beleggingsverzekeringen). Na afloop van de voorhangperiode en de consultatie zal het ontwerpbesluit aan de Raad van State worden voorgelegd voor advies en vervolgens worden vastgesteld. Het streven is om het besluit op 1 juli 2015 in werking te laten treden.

Bert Bruggink treedt eind 2015 terug uit raad van bestuur Rabo

De raad van bestuur van de Rabobank wordt uitgebreid met een Chief Risk Officer, die verantwoordelijk wordt voor het risico-management van de bank. De bestaande functie van Chief Financial & Risk Officer wordt gesplitst. De raad van commissarissen gaat in de komende periode op zoek naar geschikte kandidaten voor de functie van Chief Risk Officer en van Chief Financial Officer. Kandidaten van binnen en buiten de bank komen in aanmerking.

Bert Bruggink heeft besloten om terug te treden bij de splitsing van de functie, maar zal de gecombineerde taken blijven vervullen totdat voor beide nieuwe functies geschikte kandidaten zijn gevonden en benoemd. Hij zal zijn derde en laatste termijn als lid van de raad van bestuur dus niet geheel uitdienen. Na zijn terugtreding zal hij in dienst blijven van de Rabobank als adviseur van de raad van bestuur.

Wout Dekker, voorzitter van de raad van commissarissen: “Met het splitsen van de CFRO-functie brengen we de samenstelling van de raad van bestuur in lijn met wat bij andere financiële instellingen in binnen- en buitenland gebruikelijk is. De raad van commissarissen respecteert het besluit van Bert Bruggink om op termijn terug te treden, zodat wij de wervingsprocedure en de daarop volgende transitie zorgvuldig kunnen doorlopen. Wij zijn Bert zeer erkentelijk voor de enorme toewijding, kennis, kracht en relativering waarmee hij Rabobank in de afgelopen elf jaren als bestuurslid heeft gediend en zijn verheugd dat wij op zijn expertise en ervaring kunnen blijven vertrouwen.”
 
Bert Bruggink: "Ik werk al mijn hele carrière bij de Rabobank. Ik beschouw het als een voorrecht dat ik met zeer deskundige collega’s een bijdrage heb kunnen leveren aan de ontwikkeling van de bank. De Rabobank is in al die jaren door verschillende fasen gegaan en ik ben trots op onze huidige financiële robuustheid. Gegeven het feit dat de basis van de Rabobank sterk en kwalitatief goed is en nu gekozen is voor de splitsing van de CFRO-taken, is dit voor mij een natuurlijk moment om mijn terugtreden aan te kondigen, zodat de bank de zoektocht naar kandidaten kan starten. Ik zal zorgen voor een zorgvuldige overdracht van mijn taken en inwerking van mijn opvolgers.”  

woensdag 11 maart 2015

Aantal plofkraken meer dan gehalveerd

Het aantal plofkraken in ons land is vorig jaar gedaald met 65% van 129 naar 44. In het overgrote deel van de gevallen is geen buit gemaakt maar wel grote schade aangericht. De daling van het aantal plofkraken is het resultaat van de gecoördineerde inspanningen van banken en politie. Door beveiligingsmaatregelen van banken is de kans op buit minimaal geworden en de pakkans is toegenomen.

De samenwerking tussen banken en politie moet worden voortgezet om te voorkomen dat criminelen plofkraken blijven plegen met de inzet van zwaardere middelen. Het aantal plofkraken schommelt periodiek; de afgelopen maanden lijkt dit juist weer wat toe te nemen. Banken blijven investeren in toekomstbestendige, preventieve maatregelen en het is van groot belang dat de komende tijd arrestaties blijven volgen.

Twee op de vijf starters heeft interesse in familiehypotheek

Bijna driekwart van de starters is niet bekend met de familiehypotheek. Twee op de vijf starters is echter wel geïnteresseerd in de mogelijkheid van een familiehypotheek. Bij de helft daarvan is het ook mogelijk om binnen de familie een lening te verstrekken, bij de andere helft is die financiële ruimte er niet. Van de geïnteresseerde starters geeft een op de drie aan 30.000 euro of meer te willen lenen bij ouders of grootouders, 45% van deze groep kiest voor een lager bedrag tot 30.000 euro. Iets meer dan de helft van de starters met een koopintentie binnen nu en twee jaar wil juist helemaal geen financiële verplichtingen richting de familie.

De familiehypotheek is nog relatief onbekend. Peter Paul Wekking, directeur Marketing Hypotheken: “ING wil klanten inspireren tot het optimaliseren van hun financiën voor nu en later. De meeste mensen lenen voor de aankoop van hun woning bij een bank. Het geleende bedrag wordt vaak aangevuld met het inbrengen van eigen geld of schenking. Deels lenen bij de familie is in sommige gevallen ook een goed alternatief. Zo kan het goedkoper zijn, en kan het net het extra zetje geven om te kunnen verbouwen of het droomhuis te kunnen kopen. Met het verstrekken van een familiehypotheek kan door het familielid een hoger rendement verkregen worden dan wanneer er wordt gespaard. Ook met een familiehypotheek is de hypotheekrente onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. De rente van een familiehypotheek moet vergelijkbaar zijn met de marktrente voor vergelijkbare hypotheken.”

ABN AMRO zet zich in voor natuurbehoud

ABN AMRO wil niets te maken hebben met transacties en activiteiten die in strijd zijn met natuurbehoud. De bank financiert geen bedrijven die die betrokken zijn bij illegale houtkap en de handel in hout dat illegaal gekapt is. Bedrijven die bijdragen aan de vernietiging van ecologisch kritieke gebieden kunnen evenmin rekenen op financiering van de bank. ABN AMRO is daarom in dialoog met stakeholders om het beleid ten aanzien van kredietverlening te versterken en ervoor te zorgen dat we met onze investeringen bossen beschermen en natuur behouden.

Richard Kooloos, hoofd duurzaam bankieren ABN AMRO: "ABN AMRO kijkt niet toe. We voeren dagelijks het gesprek met klanten en potentiele klanten over onze principes als het gaat om de aanpak en het beheersen van duurzaamheidsrisico’s. We accepteren bij onze klanten geen activiteiten die in strijd zijn met het natuurbehoud, ook niet als het activiteiten binnen de keten van onze klanten betreft. Voldoet een potentiële klant niet aan onze eisen op dit vlak, dan doen we geen zaken. Voldoet een bestaande klant niet aan onze eisen op dit vlak, dan gaan we serieus het gesprek aan om te sturen op verbetering en beëindigen de relatie als we constateren dat er onvoldoende voortgang is. Zo nemen wij onze verantwoordelijkheid voor de bescherming van de bossen op de wereld. "

ABN AMRO heeft een strikt beleid om de natuur te beschermen. De bank beoordeelt klanten en kredietaanvragen op ecologische, sociale en ethische risico’s. Daarnaast screenen we nieuwe klanten op basis van activiteiten en hanteren daarbij een duurzaamheidsrisicobeleid. Om ervoor te zorgen deze criteria voldoende robuust zijn, zijn wij voortdurend in gesprek onze stakeholders om eventuele lacunes in ons beleid te identificeren en aan te pakken. Meer informatie over ons beleid op het gebied van natuurbehoud, is te vinden onder Duurzaamheid op onze website en in de lijst van zaken die we uitsluiten

dinsdag 10 maart 2015

NVB: meer kinderen moeten op school leren omgaan met geld

Verreweg de meeste kinderen (95%) leren van hun ouders hoe ze om moeten gaan met geld. Dat blijkt uit een enquête die de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) liet uitvoeren onder 266 kinderen in de leeftijd van 10 t/m 12 jaar.

Veel minder leerlingen (30%) zegt hierover op school iets te leren. De NVB vindt dit een gemiste kans omdat financiële kennis steeds belangrijker wordt en wil daarom dat financiële educatie een vast onderdeel wordt van het lesprogramma.

Het belangrijkste middel om te leren omgaan met geld is zakgeld. Kinderen geven aan dat ze hiermee leren om geduld te hebben en te sparen voor iets groters. Bijna 90 % heeft een spaardoel variërend van een boek of telefoonhoesje tot een brommer of een paard. Computergames en een telefoon of tablet worden het vaakst genoemd als spaardoel en bijna de helft van de kinderen zeggen te sparen voor later. Overigens blijkt dat veel ouders het effect van leren met zakgeld weer teniet doen. Twee derde van de kinderen geeft aan: Als ik iets echt graag wil, krijg ik het meestal toch wel van mijn ouders en hoef ik mijn zakgeld niet te gebruiken.

De sociale druk om geld uit te geven speelt bij een ruime meerderheid van de kinderen een rol. Kinderen realiseren zich dat ook trends en de dingen die je vrienden hebben, druk uitoefenen om meer geld uit te geven. Zo is 81% van de kinderen het (helemaal) eens met de stelling dat ze eigenlijk meer zakgeld willen om dingen te kopen die ‘in’ zijn. 77% van de ondervraagden geeft aan dat ze soms heel graag iets willen hebben dat vrienden hebben, maar waar ze het geld niet voor hebben.

Leren omgaan met geld wordt steeds belangrijker en ouders kunnen daar best hulp bij gebruiken. Lenen begint vaak al vroeg, schulden vormen voor jongeren een toenemend probleem. Financiële kennis en vaardigheden zijn noodzakelijk om schulden te voorkomen en bij het plannen van geldzaken. Zo geeft een op de drie Nederlanders aan onvoldoende te weten van financiële producten om een goede keuze te kunnen maken.

De bovenbouw van de basisschool is een goede periode om aan die kennis en vaardigheden te werken, want de kinderen krijgen op die leeftijd steeds meer financiële verantwoordelijkheid. De NVB vindt het een gemiste kans dat slechts 30% van de kinderen op school leert omgaan met geld en wil daarom dat financiële educatie een vast onderdeel wordt van het lesprogramma.

De NVB vindt het belangrijk dat consumenten financieel zelfredzaam zijn en zet zich daarom in om kinderen al op jonge leeftijd te leren omgaan met geld. Banken verzorgen al enkele jaren financiële gastlessen  tijdens de Week van het geld. Ook dit jaar verzorgen bankmedewerkers  4500  gastlessen  op 2000 scholen. Aan de hand van verschillende onderwerpen rondom het thema geld (zoals sparen, zakgeld en lenen) worden kinderen financieel bewuster gemaakt.

De Week van het Geld wordt dit jaar voor de vijfde  keer georganiseerd van 9  tot en met 13 maart. De week is een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken waarin meer dan 40 organisaties samen werken om de consument wijzer in geldzaken te maken. Het doel van deze week is om basisschoolleerlingen te leren omgaan met geld. Veel activiteiten vinden plaats in de klas. Het gastlesprogramma 'Bank voor de klas' is een van de onderdelen van de Week van het geld.

Goede basis voor perspectief verzekeringssector

Het rapport ‘Nieuw leven voor verzekeraars’ biedt een goede basis voor overleg met overheid en toezichthouders over het bieden van nieuw perspectief voor de verzekeringssector. Die kansen doen zich, met een steeds verder terugtredende overheid, vooral voor in de pensioensector en in een flexibel verzekeringsaanbod voor het groeiend aantal zelfstandigen zonder personeel. Waar nodig moeten knelpunten worden weggenomen, zodat verzekeraars in deze domeinen hun maatschappelijke rol goed kunnen vervullen.

Dat stelt het Verbond van Verzekeraars in een eerste reactie op het rapport waarin de Commissie verzekeraars kansen en belemmeringen voor de sector in kaart heeft gebracht. De aanbevelingen van de Commissie kan het Verbond in grote lijnen onderschrijven, aangezien ze in het verlengde liggen van de innovatie-agenda van de sector zelf, zoals onder meer verwoord in de gepubliceerde visie op het pensioenstelsel. 

De Commissie constateert dat de Nederlandse verzekeringssector een belangrijke rol speelt als lange termijnfinancier van overheden, bedrijfsleven en consumenten met als kerntaken het afdekken van risico’s en vermogensvorming. Dat geeft – stelt de Commissie – ook vertrouwen voor de toekomst, waarin zich op schadeterrein nieuwe risico’s aandienen zoals klimaatverandering en cybercrime.
Het Verbond van Verzekeraars onderkent dat met name de levensector onder druk staat, onder meer als gevolg van toenemende concurrentie, de lage rente en de nasleep van reputatie-schade rond beleggingsverzekeringen. Levensverzekeraars moeten zich instellen op krimpende volumes, wat ook onze medewerkers raakt. Met betrekking tot de arbeidsmarkt zijn met vakbonden reeds meerjarige afspraken gemaakt. Evenals de Commissie ziet het Verbond ook kansen en mogelijkheden om in de groeiende behoefte aan zekerheid en vermogensvorming te voorzien.

Met name in het pensioendomein zijn er veelbelovende ontwikkelingen. Zo is er een groeiende  behoefte aan beschikbare premieregelingen op basis van individuele eigendomsrechten. De Commissie ziet hier goede perspectieven, zeker nu het delen van risico’s tussen generaties steeds meer ter discussie komt te staan. Het Verbond voelt zich gesteund in het pleidooi om ook regelingen te mogen aanbieden waarin de pensioenleeftijd meebeweegt met de AOW-leeftijd, naast regelingen met harde garanties. De sterke opkomst van zzp’ers brengt de vraag naar meer flexibele producten voor inkomenszekerheid en vermogensopbouw met zich mee. Terecht stelt de Commissie dat een ‘one size fits all’ aanpak voor deze heterogene groep niet gewenst is.

Met betrekking tot het dossier beleggingsverzekeringen richten de inspanningen van de sector zich op het  zoeken naar maatwerk in samenspraak met de klant en kijken naar wat in de individuele situatie de beste aanpak is. De sector staat daarbij open voor ideeën die dit proces kunnen versterken en versnellen met inachtneming van de belangen van alle polishouders. De Commissie constateert dat eventuele claimrisico’s tot dusverre geen obstakel zijn gebleken voor de consolidatie in de sector en veronderstelt dat deze claimrisico’s inmiddels ook internationaal zijn te herverzekeren. In hoeverre zo’n optie interessant is voor het betrokken verzekeringsbedrijf en goed voor haar polishouders, zal op maatschappijniveau beoordeeld moeten worden. Een branchebrede aanpak lijkt hier – ook gezien de grote diversiteit van portefeuilles en vanwege concurrentiële aspecten – minder de voor de hand te liggen.

De Commissie vraag terecht aandacht voor het belang van een gelijk speelveld tussen verschillende aanbieders, ook in internationaal perspectief. Zo ziet de Commissie op termijn een Europese Verzekeringsunie ontstaan, waarbij een goed Nederlands vestigingsklimaat een vanzelfsprekende voorwaarde is. Prioriteit voor de sector heeft echter de invoering van het Europese toezichtsraamwerk Solvency II per 1 januari 2016. In Nederland zelf is sprake van een onevenwichtige situatie in de WGA-markt, waar het hybride stelsel manco’s vertoont. Het Verbond verwelkomt hier het pleidooi het huidige stelsel aan te passen.

maandag 9 maart 2015

BNG Bank boekt nettowinst van 126 miljoen euro

BNG Bank heeft over 2014 een nettowinst behaald van 126 miljoen euro. Aan de aandeelhouders wordt voorgesteld om 25 procent van de winst na belasting uit te keren. Dit komt neer op een dividendbedrag van 32 miljoen. 

Ten behoeve van herfinanciering en kredietverlening heeft BNG Bank in 2014 voor 14,9 miljard euro aan langlopende financiering aangetrokken. In het verslagjaar heeft het toenemende vertrouwen op de internationale kapitaalmarkten in de euro en de Europese bankensector geleid tot een verdere toename van de beschikbaarheid van langlopende funding tegen aantrekkelijke prijzen. De opslag voor krediet- en liquiditeitsrisico's die beleggers van BNG Bank vragen is in 2014 verder afgenomen.

Het renteresultaat over 2014 bedraagt 444 miljoen euro. De belangrijkste reden achter de daling van het renteresultaat ten opzichte van 2013 is volgens de bank zelf de aanhoudende daling van de marktrente. Behalve door een structurele daling van het renteresultaat wordt de forse daling van de nettowinst vooral veroorzaakt door ongerealiseerde negatieve marktwaardeveranderingen in het resultaat financiële transacties.

Het renteresultaat over 2015 zal naar verwachting lager uitkomen dan over 2014. De aanhoudend lage marktrente veroorzaakt een dalende trend van de renteopbrengst uit de eigen middelen van de bank. Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor de politieke en economische ontwikkelingen binnen de Europese Unie.

Nu komt de echte test voor de ECB

De financiële markten blijven in de ban van het beleid van centrale banken. Op 9 maart starten de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken daadwerkelijk met het opkopen van obligaties. Zowel de aandelenmarkten als de obligatiemarkten reageerden positief. In zekere zin was de persconferentie van Mario Draghi wat teleurstellend, omdat hij amper inging op de techniek van het opkoopprogramma. Hij gaf aan dat in het programma ook (dure) obligaties met een negatief rendement (tot -0,2%) kunnen worden gekocht, waarop de obligatiekoersen donderdag weer opliepen. Hij vertelde echter niet welke obligaties en looptijden er zouden worden gekocht en of hij verwachtte dat er voldoende obligaties zouden worden aangeboden.

'Laat grote bedrijven rente betalen bij overschrijden betalingstermijn aan MKB'


Grote bedrijven moeten rente gaan betalen als ze na zestig dagen de rekening aan een leverancier uit het midden- en kleinbedrijf (MKB) nog niet hebben betaald. CDA Tweede Kamerleden Pieter Omtzigt en Agnes Mulder presenteren dit plan samen met Hans Biesheuvel van ondernemersorganisatie ONL.

Hans Biesheuvel: “Het voorstel is een effectieve en eenvoudige manier om te zorgen dat MKB-ondernemers gewoon op tijd betaald krijgen. Leverancierskrediet hoort niet gratis te zijn en zeker niet te worden afgedwongen. Op tijd betalen is een principe van verantwoord ondernemen."

Het komt vaak voor dat grote bedrijven de betalingstermijn van zestig dagen overschrijden, dat is een groot probleem voor MKB-bedrijven.  De jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen worden geraamd op 2,5 miljard euro.

Pieter Omtzigt: “Het afwentelen van de kosten op het MKB is slecht voor de Nederlandse economie als geheel. Het MKB heeft meer moeite om zich te financieren ten opzichte van het grootbedrijf. Vooral werkkapitaal is lastig te financieren. Late betalingen hebben een keteneffect en zetten de liquiditeitspositie van het MKB verder onder spanning.”

Grote ondernemingen rekken de betalingstermijnen vaak bewust, omdat ze dan minder krediet van de bank nodig hebben. Het midden- en kleinbedrijf heeft hierdoor echter minder kapitaal om te investeren in groei en innovatie. Kleinere bedrijven durven grote opdrachtgevers vaak niet aan te spreken op betalingsachterstanden uit angst de klant kwijt te raken.  Agnes Mulder: “Het MKB is afhankelijk van opdrachten van grote ondernemingen. Het is niet in staat om bij overeenkomsten met grote bedrijven haar recht op een normale leveringstermijn af te dwingen. Het laten betalen van rente na zestig dagen is een effectieve en eenvoudige manier om de financiële prikkel weg te nemen bij de grote bedrijven om te laat te betalen.”

vrijdag 6 maart 2015

'Kredietunies welkome verbreding financieringsaanbod'

Nederlandse banken vinden het belangrijk dat er aan bankfinanciering complementaire vormen van financiering in Nederland tot wasdom komen en ondersteunen daarom het voorstel om de oprichting van kredietunies te vergemakkelijken. De Nederlandse financieringsmarkt is vanuit de historie sterk bankgeoriënteerd en het initiatief van het CDA en de PvdA om de oprichting van kredietunies te vergemakkelijken, dat vandaag in de Tweede Kamer wordt behandeld, kan bijdragen aan de gewenste verbreding van het financieringsaanbod.

Brancheorganisatie NVB is van mening dat transparante en toekomstbestendige toezichtkaders een randvoorwaarde zijn voor een duurzaam bestaansrecht van kredietunies. Toezicht moet meegroeien met de sector en daarom is volgens de de NVB het uitsluiten van toezicht op kredietunies met aangetrokken opvorderbare gelden tot EUR 10 mln geen goed vertrekpunt om te komen tot een volwassen stelsel van kredietunies in Nederland.

Daarnaast vindt de NVB dat de voorgestelde bovengrens voor aangepast toezicht (aangetrokken gelden tot EUR 100 mln of 25.000 deelnemers) te hoog is om elkaar en elkaars business te kennen en om zodoende nog te spreken van onderlinge betrokkenheid van kredietgevers en kredietnemers.
De Nederlandse bancaire sector ziet het als haar verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een verbreding van het financieringspalet voor ondernemers. De NVB heeft daarom vanaf het eerste concept-wetsvoorstel actief haar mening gegeven over dit initiatief en ook voorstellen gedaan voor verbetering.

Eerste 75 miljoen euro naar klein MKB


Een groep van negen verzekeraars en ABN AMRO heeft vanuit de vorig jaar juni aangekondigde samenwerking MKB Financiering de eerste 75 miljoen euro verstrekt aan het midden- en kleinbedrijf (MKB). Het gaat om leningen tussen de 75.000 en 1 miljoen euro.

Op alle leningen die sinds 2014 zijn verstrekt en die binnen de afspraken vallen, delen ABN AMRO en de verzekeraars evenredig het risico en het rendement. In februari werd de mijlpaal van 75 miljoen euro kredietvolume bereikt.

De samenwerking MKB Financiering is één van de eerste gezamenlijke financieringsinitiatieven die zo snel en op deze schaal het MKB financiert. Hiervoor is door ABN AMRO en de verzekeraars Achmea, Aegon, a.s.r., Delta Lloyd, Generali, De Goudse, Nationale-Nederlanden, VIVAT Verzekeringen en VvAA in totaal 280 miljoen euro beschikbaar gesteld. De looptijd van de leningen bedraagt maximaal zeven jaar. Voor verzekeraars is de samenwerking een goede mogelijkheid om te investeren in het MKB in Nederland en voor ABN AMRO is het een nieuwe bron van funding en kapitaal.

Het kredietacceptatiebeleid en het kredietverleningsproces zijn bij deze financieringen niet anders dan anders. Er gelden dezelfde acceptatievoorwaarden, aan de voorkant blijft ABN AMRO gewoon het vertrouwde loket voor ondernemers in het MKB.

donderdag 5 maart 2015

Rapport Commissie Verzekeraars kan in de prullenbak

Het rapport van de Commissie Verzekeraars dat op donderdag 5 maart 2015 aan minister Dijsselbloem van Financiën is gepresenteerd is volgens de Consumentenbond ronduit teleurstellend. Bart Combée, directeur Consumentenbond: 'Het is een eenzijdig, onevenwichtig rapport dat de belangen van verzekeraars dient, en niet die van consumenten. Het kan wat ons betreft de prullenbak in.'

Het belangrijkste bezwaar van de Consumentenbond tegen het rapport van de Commissie, die onderzoek deed naar het toekomstperspectief van verzekeraars, is de conclusie over de woekerpolisaffaire. 'De Commissie stelt terecht vast dat verzekeraars het vertrouwen van consumenten zwaar hebben beschadigd, maar verzuimt vervolgens om met maatregelen te komen die dat vertrouwen herstellen', zegt Combée. 'Sterker nog, de commissie schildert gedupeerden die hun recht halen af als een bedreiging voor verzekeraars en andere polishouders. Dat is echt de omgekeerde wereld.'

De Consumentenbond vindt dat de Commissie zowel in zijn analyse van de woekerpolisaffaire als in zijn aanbevelingen de plank mis slaat. Combée: 'Zo schrijft de Commissie dat het probleem 'beheersbaar' is en dat er geen massale rechtszaken worden gevoerd. Terwijl woekerpolissen voor miljoenen consumenten een probleem zijn dat helemaal niet wordt beheerst maar met het jaar groter wordt.' Er zijn juridische procedures waarbij tienduizenden gedupeerden zich hebben aangesloten. De Commissie praat verder de sector na door te stellen dat het te ingewikkeld is om een algemene aanpak te bedenken die wel een uitweg biedt uit deze slepende affaire.

De Consumentenbond hoopt dan ook dat minister Dijsselbloem en de Tweede Kamer de aanbevelingen van de Commissie over de woekerpolisaffaire naast zich neer leggen. Combée: 'Wij willen dat de minister van Financiën een serieuze poging doet om een oplossing te zoeken die de gedupeerden recht doet. Het rapport van de commissie levert daaraan geen  bijdrage.'

Riskmanagers financiële instellingen: 'Overheden slaan door'

Uit een enquête gehouden onder Senior Risk Managers van Nederlandse Financiële instellingen blijkt hun mening over de toegenomen regeldruk vanuit toezichthouders op financiële instellingen: 'We zijn doorgeschoten' en 'we zijn hierdoor niet crisisbestendiger geworden.'

Gisteravond organiseerde Ferm haar jaarlijkse seminar in kasteel Duurstede in Wijk bij Duurstede. Aanwezig waren 50 eindverantwoordelijke Risk en Compliance Managers van Nederlandse financiële instellingen. Met de stelling 'De overheid cq regulators schieten hun doel voorbij in de mate van omvang en detail van wet en regelgeving ' was ruim 85 % procent het eens. Desgevraagd gaf ruim 80 % tegelijkertijd aan dat hun organisatie niet crisis bestendiger is geworden door deze wet en regelgeving. Ook uit de tafeldiscussies en de antwoorden op andere stellingen blijkt dat risk managers van Nederlandse financiële instellingen vinden dat toezichthouders (AFM, DNB, ECB) doorschieten.

Na de kredietcrisis was duidelijk dat er iets moest gebeuren; dit nooit meer. Overheden namen wereldwijd stevige maatregelen om een herhaling van deze ramp te voorkomen. En met succes. Zo lijkt het bijvoorbeeld dat de meeste financiële instellingen wereldwijd de door de overheden geïnitieerde stresstesten goed doorstaan. En toch is er een keerzijde.

'Financiële instellingen worden door de overheden gedwongen veel meer aandacht te geven aan wet- en regelgeving,' aldus Peter Koppenol, partner van FERM BV. 'De commerciële slagkracht van deze bedrijven wordt in steeds grotere mate beïnvloed door hun capaciteiten om efficiënt hun risico management en beheersmaatregelen in te richten.'

FERM is een netwerk organisatie van ervaren risk-, compliance - en audit managers; een vernieuwend initiatief geboren uit de behoefte om individuen vanuit kracht en passie bij elkaar te brengen.

Spotcap betreedt Nederlande markt

Spotcap, een online kredietverstrekker voor het midden- en kleinbedrijf en ZZP'ers, betreedt de Nederlandse markt. Spotcap heeft een `Credit Scoring´ systeem (algoritme) ontwikkeld, wat de huidige bedrijfsgegevens volledig automatisch analyseert. Hierdoor kan vaker, in vergelijking met traditionele kredietverstrekkers, een aanvraag worden goedgekeurd.

Volgens de Europese Commissie valt de meerderheid van het totale bedrijfsleven in Nederland onder het MKB. Zij zijn verantwoordelijk voor 60 procent van de omzet in het bedrijfsleven en 68 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland. Bedrijven worstelen continu om toegang tot bedrijfsfinanciering te krijgen bij traditionele kredietverstrekkers, bijvoorbeeld omdat hun omvang te klein is of een financieel verleden ontbreekt.

De Kamer van Koophandel geeft aan dat ruim 60 procent van de MKB-ondernemers op zoek is naar alternatieve bedrijfsfinanciering en het verkrijgen van een MKB krediet als grootste obstakel beschouwen. Spotcap kan hen, binnen enkele minuten, voorzien van een snel en flexibel zakelijk krediet van 1.000 tot 100.000 euro. Dit kan bijvoorbeeld als overbruggingskrediet gebruikt worden wanneer er kortstondig behoefte is aan extra bedrijfskapitaal.

Om in aanmerking te komen voor een zakelijk krediet bij Spotcap dient het bedrijf geregistreerd te staan in Nederland, over een Nederlandse zakelijke betaalrekening te beschikken en meer dan een jaar actief te zijn.

Het aanvragen van een zakelijk krediet kan in drie stappen; registreer u op de website, upload eenvoudig recente belasting aangifte(s) of verbind als alternatief de zakelijke eBay- en binnenkort ook Bol.com account. Koppel tot slot de zakelijke betaalrekening.

Het algoritme analyseert de huidige bedrijfsgegevens en de kredietwaardigheid. Vervolgens krijgt de ondernemer te horen of de aanvraag is goedgekeurd. Dit proces neemt slechts enkele minuten in beslag, terwijl dit bij traditionele kredietverstrekkers weken kan duren. Vervolgens stelt Spotcap een niet bindend bod tot een krediet voor, waarbij het kredietlimiet en de kosten gecalculeerd zijn op basis van de kredietwaardigheid van het bedrijf. Na de bevestiging van de kredietvoorwaarden kunnen ondernemers het gewenste bedrag waar en wanneer ze willen opnemen.

Helaas worstelen bedrijven in Nederland om toegang tot een zakelijke financiering bij kredietverstrekkers te krijgen. Zo wordt de financieringsvraag van het midden- en kleinbedrijf relatief het meest afgewezen met meer dan 50 procent.

KPMG: Internationale verzekeraar richt pijlen in toenemende mate op India

Grote internationale verzekeraars die op zoek zijn naar diversificatie en uitbreiding van hun marktaandeel zullen hun pijlen in toenemende mate op India richten. "Vooral nu buitenlandse ondernemingen de mogelijkheid hebben gekregen om op grotere schaal in het land te investeren zal India hoger op de strategische agenda van menig verzekeraar komen te staan", zegt Willem-Jan Brinkman, partner bij KPMG Corporate Finance.

Brinkman: "Het optrekken van de grens aan directe buitenlandse investeringen van 25 naar 49% gaat ervoor zorgen dat verzekeringsmaatschappijen na een periode vol uitdagingen in hoog tempo weer voor groei zullen gaan, de aandacht weer op innovatie zullen vestigen en met een verbetering van hun standaarden de klantbeleving willen vergroten. Het gevolg hiervan is dat het aantal joint ventures tussen gevestigde, westerse verzekeraars en bedrijven in de opkomende markten dit jaar flink zal toenemen."

Naast India vormt China volgens Brinkman een belangrijke groeimarkt voor westerse verzekeringsmaatschappijen. Brinkman: "Ook China ondergaat ingrijpende veranderingen als het om regelgeving gaat, met name als gevolg van de nieuwe solvency standaard die in 2015 of 2016 zal worden ingevoerd.

Daarnaast zullen de versoepeling van de beperkingen die gesteld worden aan buitenlands eigendom en de veranderde eisen aan lokaal eigendom leiden tot meer belangstelling van verzekeraars voor de Chinese markt, met name voor de zorg- en de pensioenmarkt. Deze maatregelen moeten het aandeel van de Chinese overheid in de verzekeringsmaatschappijen verkleinen.

Het huidige vijfjarenplan van de overheid heeft bovendien onder meer tot doel om een systeem van basisgezondheidszorg te introduceren, inclusief de ontwikkeling van een uitgebreid systeem van medische vergoedingen. In dit kader zal de Chinese overheid in toenemende mate op zoek gaan naar de private sector voor oplossingen."

De verwachting van Brinkman is dat grote verzekeringsmaatschappijen in de opkomende landen de komende periode grote belangstelling voor de westerse markt zullen blijven vertonen. Brinkman: “Deze trend heeft zich zo’n twee jaar geleden ingezet met de overnames door het Chinese conglomeraat Fosun als duidelijk voorbeeld. Deze ontwikkeling zal dit jaar naar verwachting verder doorzetten omdat met name grote verzekeraars uit Azië op zoek zullen gaan naar diversificatie en toegang tot de internationale investeringsmarkten.

Gezien de grote hoeveelheid beschikbare kapitaal, de behoefte aan diversificatie, de relatieve onvolwassenheid van de nationale investeringsmarkt en de behoefte om activa en passiva beter in evenwicht te brengen, is het te verwachten dat bedrijven in landen als China ook steeds meer zullen gaan investeren in onroerend goed en infrastructuur."

Brinkman constateert dat verzekeringsmaatschappijen in de gevestigde, westerse markten de komende jaren te maken gaan krijgen met een totaal andere dynamiek, een dynamiek die om oplossingen vraagt die de bedrijven in het algemeen niet zelf kunnen leveren.

Brinkman: "Bijvoorbeeld als het gaat om nieuwe technologie die noodzakelijk is om innovatief te blijven, concurrentievoordeel te behalen en de ervaring van de klant te verbeteren. Een aantal verzekeraars investeert weliswaar zelf aanzienlijk in innovatie, maar ik zie ook een duidelijke trend waarin traditionele verzekeraars partnerships aangaan met innovatieve, nieuwe bedrijven om specifieke technologie snel in huis te halen. Bijvoorbeeld op het gebied van data-analyse en digitale distributie.

Als het gaat om samenwerking kunnen traditionele, westerse verzekeraars echter een lastige partner vormen voor innovatieve bedrijven. De bedrijven denken in het algemeen wat conservatiever, beschikken over verouderde en weinig flexibele systemen en worden in hun handelen in het algemeen beperkt door regelgeving."

woensdag 4 maart 2015

Gemiddelde dekkingsgraad pensioenfondsen gestegen

De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is de afgelopen maand gestegen. Eind februari 2015 stond de actuele dekkingsgraad op 106 procent, een stijging van drie procentpunt ten opzichte van de maand ervoor. De belangrijkste oorzaak hiervan is een stijging van de waarde van de aandelenportefeuille. De beleidsdekkingsgraad is gelijk gebleven en stond per eind februari op 109 procent; één procent onder de grens om te kunnen beginnen met indexeren.

Met een gemiddelde van 106 procent bevindt de actuele dekkingsgraad zich weliswaar net boven de grens die vereist is om een dekkingstekort te voorkomen, maar er is nog altijd sprake van een reservetekort.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Pensioenfondsen mogen hun beleidsbeslissingen vanaf 1 januari niet meer baseren op de actuele dekkingsgraad, maar moeten dit doen op basis van de zogeheten ‘beleidsdekkingsgraad’. Deze beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden. Bij een beleidsdekkingsgraad onder de 110 procent kunnen pensioenfondsen niet indexeren. De beleidsdekkingsgraad is per eind februari 109 procent en daarmee ongewijzigd aan de stand van eind januari. “Als de actuele dekkingsgraad niet verbetert, daalt de beleidsdekkingsgraad in de loop van het jaar,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt.

De Europese Centrale Bank (ECB) kondigde op 22 januari aan voor ruim 1.100 miljard euro aan leningen op te kopen om de economie aan te zwengelen. Hoewel het opkoopprogramma nog niet is gestart, lopen de aandelenkoersen hier al op vooruit. Dit leidde tot stijgende aandelenkoersen. Zo stegen bijvoorbeeld Europese aandelen met 7 procent. In het kielzog hiervan stegen ook de overige aandelen, zodat de totale aandelenportefeuille met 6 procent in waarde toenam.

Na de sterke daling van de marktrente in januari is in februari de rente licht gestegen. Dit had tot gevolg dat de obligatieportefeuille in februari zeer licht in waarde daalde. Hiermee kwam het totaalrendement van de beleggingsportefeuille uit op 2 procent.

Door de gestegen marktrente is de waarde van de pensioenverplichtingen met 0,5 procent gedaald. Dat heeft een stijgend effect op de dekkingsgraad.

dinsdag 3 maart 2015

Duurzame bank blijft gestaag groeien

In 2014 heeft Trodos Bank haar positie als financiële instelling verder versterkt. Het eigen vermogen is met 8 procent gestegen tot 704 miljoen euro. Het aantal certificaathouders stijgt van 31.300 naar meer dan 32.500 eind 2014. Het nieuwe kapitaal biedt een stevige basis voor de verdere ontwikkeling van de bank en de groei van kredietverlening aan duurzame bedrijven.

Het vermogen aan Triodos Bank, Triodos Beleggingsfondsen en Triodos Private Banking groeide in 2014 met 10 procent tot 10,6 miljard euro.

Het balanstotaal van Triodos Bank stijgt in 2014 met 11 pro cent tot 7,2 miljard euro dankzij een gestage groei van de toevertrouwde middelen en een emissie van certificaten van aandelen.

De netto winst van Triodos Bank bedraagt 30,1 miljoen euro, een stijging van 17 procent ten opzichte van 2013. Dit ondanks de speciale belasting geheven door de Nederlandse overheid van 8,3 miljoen als bijdrage aan de redding van SNS Bank. Het rendement op eigen vermogen van Triodos Bank bedraagt 4,4 procent (2013: 4,3%).

De kredietportefeuille bestaande uit leningen aan duurzame bedrijven en duurzame hypotheken groeide met 12 procent (2013: 14%). De groei van de hypotheekportefeuille is goed voor bijna de helft van deze groei. De Triodos Hypotheek stimuleert actief de verduurzaming van de woningen. Hoe beter het energielabel, hoe lager de hypotheekrente.

De toevoeging aan de voorzieningen voor probleemkredieten daalde naar 0,28 procent van de gemiddelde kredietportefeuille (0,49% in 2013).

Het nieuwe aandelenkapitaal heeft bijgedragen aan een stijging van de Core Tier 1 Ratio tot 19,0%. Triodos Bank streeft naar een solvabiliteitsratio van tenminste 14%. De leverage ratio van Triodos Bank is eind 2014 8,8%. Het Europese minimum is 3%.

Triodos Bank zal zich in 2015 vooral richten op de kwaliteit en de diversificatie van de kredietportefeuille.

Indien het langzame herstel van de economie in 2015 doorzet, verwacht Triodos Bank dat haar kredietportefeuille en toevertrouwde middelen met ongeveer 10 procent zullen groeien. De bank verwacht dat alle vestigingen hun klantenbasis zullen verbreden. Het aantal klanten groeit naar verwachting in 2015 met 10 tot 15 procent.

Restschuldfinanciering nu ook voor nieuwe klanten mogelijk

Vanaf vandaag is het ook voor nieuwe hypotheekklanten van ABN AMRO mogelijk een (eventuele) restschuld mee te financieren tegen het reguliere tarief, zonder extra opslag.

Tot nu toe was het alleen voor bestaande klanten mogelijk om restschuld mee te financieren. De bank hoopt op deze manier de doorstroming op de woningmarkt verder te bevorderen.

Frans Woelders, algemeen directeur Retail Banking: ‘Bijna de helft van de jonge woningbezitters heeft een restschuld, maar vaak onvoldoende eigen middelen om die mee te financieren. Zij kunnen hierdoor niet doorstromen net nu de woningmarkt aantrekt. Met dit aanbod willen wij hen op weg helpen naar hun volgende woning’.

De bank biedt klanten de mogelijkheid tot 115% marktwaarde van de woning te financieren inclusief restschuld. Voorwaarde is dat de klant de lasten moet kunnen dragen. Restschuldfinanciering is zowel met NHG als zonder NHG mogelijk.

Op dit moment staat ongeveer een kwart van de huizenbezitters ‘onder water’. 80% van de woningbezitters met een restschuldfinanciering bij ABN AMRO is tussen de 30 en 45 jaar oud. De gemiddelde restschuldfinanciering is 30.000 euro.

maandag 2 maart 2015

FIOD houdt accountant en partner aan voor belastingfraude

De FIOD heeft in de omgeving van Rotterdam twee mannen aangehouden die leiding geven aan een bedrijf dat software ontwikkelt voor accountants. De mannen worden verdacht van valsheid in geschrift en belastingfraude van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2012.

De verdenking is dat de mannen voor hun bedrijf vermoedelijk onjuiste aangiften omzetbelasting hebben opgemaakt en ingediend. Zij zouden hiervoor hebben geknoeid in de balansposten. Het nadeel door de fraude wordt geschat op ruim 200.000 euro. De FIOD heeft maandag de kantooradressen van de verdachten doorzocht. Hierbij is administratie in beslag genomen.

Eén van de twee verdachten is accountant. Hij geeft leiding aan het bedrijf. De andere man leidt klanten op om met de software te kunnen werken. De software  moet het voor klanten makkelijker maken om jaarstukken en belastingaangiften op te stellen.

Het onderzoek komt voort uit een controleproject van de Belastingdienst op balansposten voor het opgeven van omzetbelasting. Bij de controle van het bedrijf in de omgeving van Rotterdam werd geconstateerd dat er mogelijk sprake van fraude was. Hierna is het onderzoek gestart door de FIOD onder leiding van het Functioneel Parket.

Boete Maesons voor rekenen van vergoeding voor bemiddelen in consumptief krediet

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 2 december 2014 een bestuurlijke boete opgelegd van €31.250 aan ’t Sorgh & Huis B.V., bij consumenten bekend onder de naam Maesons. Maesons heeft voor haar dienstverlening bij consumptief krediet een directe afsluitvergoeding bij consumenten in rekening gebracht. Dit is op grond van artikel 4:74 Wft uitdrukkelijk verboden.

Een kredietbemiddelaar mag voor zijn werkzaamheden alleen worden beloond door de aanbieder van een lening door middel van een maandelijkse doorlopende provisie. De wetgever heeft met dit verbod op een directe afsluitvergoeding, dat een uitzondering vormt op het provisieverbod, beoogd consumenten te beschermen tegen kredietbemiddelaars die erop uit zijn zoveel mogelijk leningen af te sluiten (productiejacht).

De AFM heeft geconstateerd dat Maesons voor haar dienstverlening van 14 november 2012 tot en met 30 januari 2013 in 39 klantdossiers verboden vergoedingen heeft bedongen bij haar klanten. Deze vergoedingen bedroegen (standaard) maar liefst €2500. De klanten moesten deze vergoeding volledig zelf betalen.

Twee oud-medewerkers van een andere onderneming die de AFM eerder heeft beboet, waren verantwoordelijk voor deze dienstverlening en het in rekening brengen van deze verboden vergoedingen. Maesons is echter volledig verantwoordelijk voor de dienstverlening die uit haar naam en op haar vergunning wordt uitgevoerd, ook wanneer er gebruik wordt gemaakt van freelanceconstructies.

Voor de overtreding van Maesons geldt een basisbedrag van €500.000. Het basisbedrag kan worden verlaagd of verhoogd als de ernst of duur van de overtreding, of de mate waarin de overtreding aan iemand te verwijten valt (verwijtbaarheid) daartoe aanleiding geven. Daarnaast houdt de AFM bij het vaststellen van de hoogte van de boete rekening met de omvang van het eigen vermogen en de financiële draagkracht van de overtreder. In dit geval is het basisbedrag verlaagd gelet op onder meer de omvang van Maesons. Op basis hiervan heeft de AFM de boete vastgesteld op €31.250. Measons heeft geen bezwaar ingesteld tegen dit besluit, zodat het besluit op 14 januari 2015 onherroepelijk is geworden.